vrede

Video: toerisme stopt vijandigheid

De Palestijnse Arabier Aziz Abu Sarah verloor zijn broer als gevolg van een hardhandige arrestatie en daarop volgende opsluiting door het Israëlische leger. Toch, mede door zijn ervaringen met burger-Israëli’s, slaagde hij er in om toch als vredesstichter te denken. Met twee Israëliërs runt hij nu een reisbureau, dat reizen met zowel een Israëlisch als Arabisch perspectief aanbiedt. Volgens Abu Sarah is toerisme DE oplossing om vijandigheid te verminderen en vooroordelen uit de weg te helpen. Heeft Abu Sarah gelijk?

Ik denk dat niet-ideologisch of religieus gemotiveerde conflicten inderdaad zo verminderd of zelfs opgelost kunnen worden. Als mensen door een godsdienst of politieke ideologie, denk aan nazisme of islamisme, worden gemotiveerd, is dit veel moeilijker. Dit laatste is in Israël het geval, waar zionisme wordt geconfronteerd met islamisme.
finallogo

21 leefregels gebaseerd op gezond verstand

Het logo van de weg naar geluk

Leefregels en morele codes komen maar al te vaak uit een religieuze hoek en hebben daardoor een behoorlijke bias ten opzichte van wat de heersers van die religie als wenselijk en onwenselijk gedrag zagen.

Stel nu dat er een set gedragsregels zou worden opgeschreven die voortbestaan als uitgangspunt heeft en daarbij op gezond verstand gebaseerd zou zijn inplaats van op religieuze dogma`s en doctrine`s.

Dit beweert De Weg naar Geluk te hebben gedaan. Ik laat het oordeel of ze daarin geslaagd zijn graag aan de lezer over. Hier regel 17 van de 21 leefregels die hun morele code omvat. Eentje die wellicht best door wat meer mensen in Nederland gelezen zou kunnen worden, met name politici en bankiers.

17. WEES BEKWAAM.

In een tijd van ingewikkelde apparatuur, op volle toeren draaiende machines en snelle voertuigen, hangt je eigen leven en dat van je familie en vrienden in hoge mate af van de diverse bekwaamheden die anderen hebben.

In de handel, in de wetenschappen, zowel de natuurwetenschappen als de geesteswetenschappen, en bij de overheid, kan onbekwaamheid een gevaar betekenen voor het leven en de toekomst van enkelen of van velen.

Je kunt hier vast wel heel wat voorbeelden van vinden.

De Mens heeft altijd al de drang gevoeld om zijn lot in eigen handen te nemen. Bijgeloof, het gunstig stemmen van de juiste goden, rituele dansen vóór de jacht, het kan allemaal gezien worden als pogingen, hoe zwak en vruchteloos ook, om controle uit te oefenen over het lot.

Pas toen hij leerde nadenken, toen hij leerde kennis op de juiste waarde te schatten en die kennis bekwaam in praktijk te brengen, begon hij baas te worden over zijn omgeving. Het echte “geschenk uit de hemel” is misschien wel het vermogen om bekwaam te zijn.

Bij alledaagse bezigheden en activiteiten voelen mensen waardering voor behendigheid en kundigheid. Maar een held of een sportman verafgoden ze er bijna om.

De maatstaf voor echte bekwaamheid is het eindresultaat.

Hoe bekwamer iemand is, des te groter is zijn kans op een goed voortbestaan. Hoe gebrekkiger zijn bekwaamheid, des te groter de kans dat hij het niet redt in het leven.

Als iemand zich bezighoudt met iets waardevols, moedig hem dan aan er een hoog niveau van bekwaamheid in te bereiken. Verzuim nooit een complimentje of beloning te geven wanneer je ziet dat iemand iets op een bekwame manier aanpakt.

Verlang van mensen dat ze hoge eisen stellen aan hun werk. De maatstaf voor een goede samenleving is of jij, je familieleden en je vrienden er wel of niet veilig in kunnen leven.

Tot de ingrediënten van bekwaamheid behoren observeren, studeren en oefenen.

17-1. KIJK

Zie wat je zelf ziet, niet wat iemand anders zegt dat je ziet.

Jouw observatie is datgene wat jij observeert. Kijk rechtstreeks naar de dingen, naar het leven, en naar anderen; kijk niet door een waas van vooroordelen, een sluier van angst of de interpretatie van een ander.

Breng mensen ertoe te kijken in plaats van met hen te bekvechten. De grofste leugens kunnen worden ontzenuwd, het grootste bedrog kan worden ontmaskerd, de ingewikkeldste vraagstukken kunnen worden opgelost, de meest opmerkelijke dingen kunnen aan het licht worden gebracht, gewoon door er rustig op aan te dringen dat de persoon in kwestie kijkt.

Wanneer iemand iets zo verwarrend en moeilijk vindt dat hij het nauwelijks kan verdragen of wanneer zijn gedachten eindeloos in een kringetje ronddraaien, laat hem dan gewoon wat afstand nemen van de zaak en ernaar kijken.

De dingen die hij dan opmerkt zijn meestal erg voor de hand liggend, als hij ze maar eenmaal met eigen ogen heeft gezien. Daarna kan hij aan de slag gaan en er iets aan gaan doen. Maar als hij het niet zelf ziet, als hij het niet zelf observeert, is het voor hem misschien niet zo reëel, en dan zal geen enkel advies, geen enkel bevel en geen enkele straf ter wereld een einde kunnen maken aan zijn verwarring.

Men kan hem wel wijzen in welke richting hij moet kijken en hem op het hart drukken dan ook eens echt te kijken, maar hij zal toch zijn eigen conclusies moeten trekken.

Of het nu een kind is of een volwassene, iemand ziet alleen wat hij zelf ziet, en dat is voor hem de werkelijkheid.

Echte bekwaamheid berust op iemands eigen vermogen om te observeren. Men kan alleen maar handig en zelfverzekerd worden als men uitgaat van de realiteit die men zelf geobserveerd heeft.

17-2. LEER

Is het je ooit overkomen dat iemand anders verkeerde informatie over je gekregen had? En heb je daardoor weleens moeilijkheden ondervonden?

Dat kan je enig idee geven van de verwarring die verkeerde informatie kan aanrichten.

Het kan best zijn dat je zelf ook verkeerde informatie over iemand hebt gekregen.

Door onjuiste informatie te scheiden van de juiste, ontstaat er begrip.

Er is veel onjuiste informatie in omloop. Voor een deel zijn het verzinsels van kwaadwillige mensen die daarmee hun eigen belangen denken te dienen. En voor een deel vloeit het volkomen voort uit onbekendheid met de werkelijke feiten. Het kan verhinderen dat mensen de juiste informatie accepteren.

Het proces van leren bestaat voornamelijk uit het zorgvuldig bekijken van de beschikbare informatie, het uitzoeken wat daarvan waar is en wat daarvan niet waar is, en wat belangrijk en onbelangrijk is, om op die manier te komen tot het trekken van conclusies die in de praktijk bruikbaar zijn. Als we het zo aanpakken, zijn we al flink op weg om bekwaam te worden.

Het criterium voor elke “waarheid” is of deze al of niet waar is voor jou. Als je alle gegevens erover hebt verkregen, als je van alle onbegrepen en verkeerd begrepen woorden erin de betekenis hebt opgehelderd en als je met eigen ogen hebt bekeken hoe het er in werkelijkheid uitziet, maar je bent er nog steeds niet van overtuigd dat het waar is, dan is het wat jou betreft ook niet waar. Verwerp het. Als je wilt, kun je daarna nog verder gaan en voor jezelf bepalen wat er dan volgens jou wél waar is. Per slot van rekening ben jijdegene die het al of niet moet gaan gebruiken, en die er al of niet mee moet kunnen denken. Als je “feiten” of “waarheden” blindelings accepteert, alleen maar omdat je te horen krijgt dat je ze moet accepteren, ook al heb je zelf de indruk dat die “feiten” en “waarheden” onwaar of zelfs gelogen zijn, dan kan het eindresultaat bijzonder triest zijn. Dat is de doodlopende steeg naar de vuilnisbak van onbekwaamheid.

Iets leren brengt voor een deel ook met zich mee dat je bepaalde dingen gewoon in je geheugen moet opslaan, zoals de spelling van woorden, de tafels van vermenigvuldiging en wiskundige tabellen of formules, of de volgorde waarin knoppen moeten worden ingedrukt. Maar zelfs als je dingen gewoon uit je hoofd leert, moet je toch weten waar de materie toe dient, en hoe en wanneer je het moet gebruiken.

Het proces van leren is niet gewoon het opstapelen van gegevens boven op eerdere gegevens. Het is een proces waarbij je nieuwe inzichten krijgt en betere manieren ontdekt om dingen in praktijk te brengen.

Mensen met wie het goed gaat in het leven, houden eigenlijk nooit op met studeren en met nieuwe dingen leren. Een bekwame technicus zorgt ervoor dat hij op de hoogte blijft van nieuwe methoden; een goede sportman houdt de nieuwe ontwikkelingen bij in zijn sport; en iedere vakman heeft zijn vakliteratuur bij de hand en raadpleegt die.

Of het nu een nieuw model eierklutser of wasmachine is, of de pas uitgekomen “auto van het jaar”, je moet ze allemaal enigszins bestuderen of er iets over leren, voordat je er op een bekwame manier mee kunt omgaan. Als je dat overslaat gebeuren er ongelukken in de keuken of liggen er stapels bloederige autowrakken op de snelwegen.

Iemand is heel arrogant als hij denkt dat er voor hem niets meer te leren valt in het leven. En hij lijdt aan een gevaarlijke blindheid als hij zijn vooroordelen en verkeerde informatie niet kan loslaten en ze niet kan vervangen door feiten en waarheden die beter van pas kunnen komen in zijn eigen leven en dat van anderen.

Er bestaan manieren om zo te studeren dat je werkelijk iets leert en het geleerde ook echt kunt gebruiken. Het komt er in het kort op neer dat je beschikt over een leraar en/of leerboeken die weten waar ze het over hebben, dat je de betekenis van elk woord opheldert dat je niet volledig begrijpt, dat je naslagwerken raadpleegt en/of met eigen ogen bekijkt hoe het vak of het onderwerp in praktijk wordt gebracht, dat je de verkeerde informatie ontzenuwt die je misschien over het onderwerp had gekregen, dat je uitzift welke gegevens juist zijn en welke onjuist, waarbij je uitgaat van wat nu waar is geworden voor jou. Het eindresultaat daarvan is zekerheid en potentiële bekwaamheid. Het kan echt een verhelderende en lonende ervaring zijn die te vergelijken is met het beklimmen van een verraderlijke berghelling vol doornstruiken: als je eenmaal de top hebt bereikt, heb je een tot dan toe ongekend uitzicht over de hele wijde wereld.

Wil een beschaving in stand blijven dan zal zij op haar scholen de methoden en vaardigheden van het studeren moeten stimuleren. Een school is niet een plaats waar je kinderen heen brengt om te voorkomen dat ze je overdag voor de voeten lopen. Als een school alleen daarvoor zou dienen, zou het een veel te kostbare aangelegenheid zijn. Het is ook geen papegaaienfabriek. De school is een plaats waar je moet leren studeren en waar kinderen kunnen worden voorbereid om met de realiteit overweg te kunnen zodat ze leren er verstandig mee om te gaan. De school is een plaats waar kinderen worden klaargestoomd om de wereld van morgen over te nemen van de volwassenen van vandaag, die dan van middelbare of hoge leeftijd zullen zijn.

Verstokte criminelen hebben nooit geleerd om te leren. De rechterlijke instanties proberen hun telkens weer bij te brengen dat ze opnieuw naar de gevangenis gestuurd zullen worden als ze weer dezelfde misdrijven plegen, maar de meesten gaan toch weer de fout in en worden opnieuw gevangengezet. In feite zijn criminelen er de oorzaak van dat er steeds meer wetten komen: de fatsoenlijke burger is degene die zich aan de wet houdt. Criminelen doen dat per definitie niet: criminelen kunnen niet leren. Geen enkel bevel, geen enkel advies, geen enkele straf of dwangmaatregel heeft ooit uitwerking op iemand die niet weet hoe je moet leren en die niet kan leren.

Een van de kenmerken van een overheid die crimineel is geworden – wat in het verleden al een aantal malen is voorgekomen – is dat haar leiders niet in staat zijn om iets te leren. Ook al kunnen ze, uit alle in de geschiedenis opgetekende feiten en door gezond verstand, weten dat onderdrukking gevolgd wordt door rampspoed, toch was er een gewelddadige revolutie voor nodig om hen aan te pakken, of een Tweede Wereldoorlog om een Hitler weg te krijgen, en dat waren noodlottige gebeurtenissen voor de mensheid. Mensen als deze regeringsleiders leerden nergens iets van. Met open armen verwelkomden ze verkeerde informatie. Elk bewijs en elke waarheid wezen ze van de hand. Ze moesten wel weggevaagd worden.

Krankzinnigen zijn niet in staat om iets te leren. De feiten, de waarheid, de realiteit liggen totaal buiten hun bereik, ofwel omdat ze gedreven worden door verborgen kwaadaardige bedoelingen, ofwel omdat ze zo in het nauw zijn gebracht dat ze niet meer normaal kunnen denken. Zij zijn de verpersoonlijking van verkeerde informatie. Ze hebben niet de wil of het vermogen om werkelijk iets waar te nemen of te leren.

Talloze problemen op het persoonlijke en het sociale vlak vinden hun oorsprong in het onvermogen of de onwil om iets te leren.

Het leven van sommige mensen in je omgeving raakte ontspoord, omdat ze niet wisten hoe ze moesten studeren en omdat ze nergens iets van leerden. Je kunt je waarschijnlijk wel een aantal voorbeelden daarvan voor de geest halen.

Als we de mensen om ons heen er niet toe kunnen brengen om te studeren en iets te leren, kan ons eigen werk veel zwaarder en zelfs te zwaar worden, en kunnen onze mogelijkheden om ons in het leven te handhaven, sterk achteruitgaan.

We kunnen anderen helpen om te studeren en dingen te leren, al is het maar door de informatie die ze nodig hebben, binnen hun bereik te brengen. We kunnen al helpen door hun wat erkenning te geven voor wat ze geleerd hebben. We kunnen alleen al tot steun zijn door onze waardering te tonen voor ieder blijk van vooruitgang in bekwaamheid. Als we willen, kunnen we nog meer doen: we kunnen anderen tot steun zijn door ze – zonder erover in discussie te gaan – te helpen met het opsporen van verkeerde informatie, door ze te helpen met het vinden van woorden die ze niet hebben begrepen (en het ophelderen van de betekenis ervan) en door ze te helpen met het achterhalen en uit de weg ruimen van de redenen waarom ze niet leren of studeren

Het leven is grotendeels een kwestie van vallen en opstaan. Als iemand een fout heeft gemaakt, is het daarom beter om uit te zoeken hoe dat gekomen is en of hij er soms iets van kan leren, dan tegen hem uit te varen.

Wellicht merk je zo nu en dan tot je eigen verbazing dat iemands leven weer op orde is gekomen, alleen maar doordat je hem zover hebt gekregen dat hij ging studeren en iets ging leren. Je kunt daar ongetwijfeld allerlei manieren voor bedenken. En je zult ook vast wel merken dat de zachtzinnigere manieren het beste werken. De wereld is al hard genoeg voor mensen die niet kunnen leren.

17-3. OEFEN.

Wat men geleerd heeft, draagt pas vrucht wanneer men het toepast. Wijsheid kan natuurlijk nagestreefd worden omwille van wijsheid zelf; dat heeft zelfs een zekere schoonheid. Maar het is natuurlijk wel zo dat je nooit echt weet of je wijs bent of niet, totdat je de resultaten hebt gezien van pogingen om jouw wijsheid in praktijk te brengen.

Hoe goed je een bezigheid, een vaardigheid, of een beroep ook hebt bestudeerd – sloten graven, rechtspraak, techniek, koken, of wat dan ook – eens komt de proef op de som: kun je het ook DOEN? En voor het doen is oefening nodig.

Een stuntman in de filmindustrie die niet eerst oefent, raakt gewond. En een huisvrouw ook.

“Veiligheid” is niet echt een populair onderwerp. Het gaat gewoonlijk vergezeld van “pas op” en “langzaam aan”, en het kan mensen daarom het gevoel geven dat ze beperkingen krijgen opgelegd. Er is echter ook een andere kijk op mogelijk: als iemand werkelijk ergens in geoefend is, dan staan zijn vaardigheid en behendigheid op zo’n hoog peil dat hij geen acht meer hoeft te slaan op het “pas op” of “langzaam aan”. Je kunt een veilige, hoge handelingssnelheid alleen bereiken door te oefenen.

Je moet je vaardigheid en behendigheid op een peil brengen dat past bij de snelheid van de tijd waarin je leeft. En je krijgt dat voor elkaar door te oefenen.

Je kunt door te oefenen je ogen, je lichaam, je handen en je voeten zodanig oefenen dat ze gewoon “weten” wat ze moeten doen. Je hoeft niet meer “na te denken” om de kachel aan te zetten of de auto te parkeren – je DOET het gewoon. Bij elke bezigheid komt veel van wat doorgaat voor “talent”, in feite gewoon neer op oefening.

Als je niet elke beweging uitwerkt die je moet maken om iets te doen, en dan keer op keer uitvoert tot je het snel en nauwkeurig kunt doen, zonder er zelfs maar bij na te denken, kun je omstandigheden geschapen hebben waarin ongelukken plaatsvinden.

Statistieken wijzen uit dat de mensen die het minst geoefend zijn, gewoonlijk de meeste ongelukken krijgen.

Hetzelfde principe geldt voor een ambacht of een beroep waarbij je voornamelijk je verstand gebruikt. Een advocaat die niet door en door geoefend is in de procedure van een rechtszitting, heeft wellicht niet geleerd mentaal zo snel om te schakelen dat hij op een nieuwe wending in een zaak kan inspelen met een tegenzet; en dan verliest hij die zaak. Een pas beginnende, ongetrainde effectenmakelaar kan in enkele minuten een fortuin verliezen. Een onervaren verkoper die zijn verkooppraatje niet heeft gerepeteerd, kan verhongeren doordat hij niets verkoopt. De enig juiste oplossing is oefenen, oefenen, en nog eens oefenen!

Soms merkt men dat men niet kan toepassen wat men heeft geleerd. Als dat zo is, dan ligt het ofwel aan een verkeerde manier van studeren, ofwel aan de leraar of het studiemateriaal. De aanwijzingen lezen is soms heel iets anders dan proberen ze in praktijk te brengen.

Zo nu en dan leidt oefening nergens toe; in dat geval moet je het boek maar weggooien en helemaal overnieuw beginnen. Een voorbeeld daarvan zijn de geluidsopnamen voor films: als men zich hield aan de bestaande boeken over geluidsopnamen, kon men het gezang van een vogel niet beter laten klinken dan een misthoorn – dat is dan ook de reden waarom je in sommige films niet kunt verstaan wat de acteurs zeggen. Een goede geluidstechnicus moest het allemaal zelf uitzoeken om zijn werk te kunnen doen. Maar op hetzelfde terrein, de filmindustrie, komt men ook precies het tegenovergestelde tegen: er zijn verscheidene uitstekende handleidingen over belichting bij het filmen; als men de aanwijzingen erin exact opvolgt, krijgt men een prachtig resultaat.

Het is jammer, vooral in een samenleving waarin snelheid en techniek een grote rol spelen, dat niet elke activiteit op bruikbare en begrijpelijke wijze in een handleiding beschreven staat. Maar dat hoeft geen belemmering te zijn. Waardeer het als er over een onderwerp wel goede boeken bestaan, en bestudeer die dan goed. En als ze niet bestaan, zoek dan alle beschikbare informatie bijeen, bestudeer die, en werk de rest ervan zelf uit.

Maar theorieën en informatie dragen pas vrucht als ze in praktijk worden gebracht en dan nog alleen wanneer dat gepaard gaat met oefenen.

Je loopt risico als de mensen in je omgeving hun vaardigheden niet oefenen tot ze die werkelijk goed kunnen TOEPASSEN. Er is een enorm verschil tussen “goed genoeg” en professionele kundigheid en behendigheid. Die kloof wordt overbrugd met oefenen.

Breng mensen ertoe te kijken, de dingen te bestuderen, ze voor zichzelf uit te werken en ze dan toe te passen. En als dat goed gaat, breng hen er dan toe erop te oefenen, te oefenen en nog eens te oefenen, totdat ze er het peil van een vakman in hebben bereikt.

Er is heel wat plezier te beleven aan vaardigheid, behendigheid en snelheid, maar de veiligheid is alleen gewaarborgd als ze gepaard gaan met geoefend zijn. Proberen te leven met trage mensen in een snelle wereld is niet zo veilig.

De weg naar een gelukkig leven kan het best worden bewandeld met bekwame metgezellen

Meer informatie:
Webiste – De Weg naar Geluk, 21 leefregels gebaseerd op gezond verstand
The way to Happiness (pdf)
Scientology; sekte, religie of geloof?

De wereld was nog nooit zo vredig als nu.

Wereld was nog nooit zo vredig als nu

Zo goed was de goede oude tijd niet. Onze beeldbuizen en (steeds meer) beeldschermen worden beheerst door bloederige beelden. Schijn bedriegt echter, wijzen statistieken uit. Nog nooit eerder in de geschiedenis van de mensheid zijn er zo weinig mensen omgekomen als gevolg van moord of wapengeweld.

De wereld was nog nooit zo vredig als nu.
De wereld was nog nooit zo vredig als nu.

Geweld beheerst het nieuws
Op het eerste gezicht lijkt deze bewering onzin. Duizenden mensen zijn gedood in bloedige conflicten in Afrika, Zuid-Thailand, Afghanistan, Pakistan en overige. Terroristen zijn druk doende om bomaanslagen en ontvoeringen te plannen. De wereldzeeën worden geteisterd door Somalische, Maleise en West-Afrikaanse piraten. Anders Breivik slachtte 69 jongeren af in juli 2011. In Mexico zaaien bendeoorlogen dood en verderf, met tot nu al tienduizenden dodelijke slachtoffers. Denk ook aan het recente geweld in Libië en dat in Jemen en Syrië.

Toch is dit de vreedzaamste tijd in de menselijke geschiedenis, aldus drie nieuwe boeken. Volgens statistieken is er nog nooit zo weinig gemoord, mishandeld, gediscrimineerd, verkracht of in oorlogen afgeslacht. In één boek, “The Better Angels of Our Nature: Why Violence Has Declined”, geschreven door Harvard-psycholoog Stephen Pinker, schrijft hij: “de afname van geweld zou wel eens de belangrijkste en de minst opgemerkte ontwikkeling in de geschiedenis van onze soort kunnen zijn.”

Vreedzaamste eeuw sinds ontstaan mens
Dit gaat in tegen het gevoel, dat ook in de massamedia wordt gedeeld, dat het met oorlog en misdaad van kwaad naar erger gaat. Pinker baseerde zich niet op bloederige krantenberichten, maar op politiestatistieken, grafstenen op kerkhoven, menselijke overblijfselen en historische documenten van over de hele wereld. Gedurende de geschiedenis van de menselijke soort is er al duizenden jaren een trend naar minder geweld.

De reden volgens hem: we zijn nu beter opgeleid en in veel opzichten slimmer dan vroeger (althans: in het maken van IQ-tests, die vrij nauw samenhangen met succes bij het uitvoeren van kennisintensieve taken). Voorbeelden die hij noemt:

– het aantal mensen dat tijdens oorlogen wordt gedood – per 100.000 mensen – is met factor duizend gedaald in de loop der millennia. Voordat er georganiseerde staten bestonden, stierven er gemiddeld vijfhonderd van elke honderdduizend mensen op het slagveld. De Atheense filosoof Socrates nam bijvoorbeeld, als Atheense burger, geregeld deel aan de vele gewapende schermutselingen tussen Athene en de andere Griekse stadsstaten. Grieken slaan elkaar nu hooguit bij voetbalwedstrijden de hersens in. In het Frankrijk van de negentiende eeuw stierven er 70 op de 100.000 Fransen bij oorlogen. In de twintigste eeuw, met twee bloederige oorlogen waar Frankrijk aan deelnam, waren dat er zestig. Anno 2011 zijn dat er drietiende per honderdduizend inwoners.

– het aantal doden door genocide was in 1942, toen Hitlers gaskamers op volle toeren draaiden, 1400 maal hoger dan in 2008.

– Er waren minder dan twintig democratieën in 1946. Nu zijn dat er rond de honderd, als het in Libië, Egypte en Tunesië goed af blijft lopen. Het aantal door een dictatoriaal regime geregeerde landen is ondertussen afgenomen van 90 (in 1976) tot rond de 25 nu.

Radbraken, een uiterst pijnlijke martelmethode. Dit was geliefd volksvermaak in de middeleeuwen.
Radbraken, een uiterst pijnlijke martelmethode. Dit was geliefd volksvermaak in de middeleeuwen.

Geweld is voor zwakbegaafden
Volgens Pinker is een belagrijke reden voor de daling in geweldscijfers dat we nu slimmer zijn. Het bekende Flynn effect noodzaakt IQ-test ontwikkelaars er toe om hun testen elke paar jaar te kalibreren. Een tiener met een IQ van 100 nu zou op een test van 1950 118 scoren en op een test van 1900 130, twee punten onder de Mensa-norm van 132. met andere woorden: een gemiddeld kind anno nu zou hoogbegaafd zijn rond de eeuwwisseling. Deze toename in intelligentie betekent een vriendelijker en zachtere wereld, aldus Pinker.

De reden volgens Pinker: als we slimmer zijn bedenken we andere en betere oplossingen dan geweld om problemen op te lossen. Het menselijk leven is kostbaarder geworden. Waar het kanonnenvoer van begin 20e eeuw massaal in grote gezinnen werd geboren en de ouders ook weinig kostte (en in veel gevallen zelfs geld opleverde door kinderarbeid), wordt er nu in de weinige nakomelingen een kapitaal aan scholing en opvoeding uitgegeven. Geweld wordt daarmee een steeds dommer instrument om je doel te bereiken.

21e eeuw honderd keer minder moorddadig dan de late Middeleeuwen
In Europese landen is het aantal slachtoffers van moord met factor honderd gedaald. In de veertiende en vijftiende eeuw kwam één op de duizend mensen door een moord om het leven. Dat is nu één op de honderdduizend. In Nederland was het aantal moorden in 2010 honderdzeventig. In de Middeleeuwen zouden dat er voor dezelfde bevolking zo’n zestienduizend zijn.

In de VS worden er nu zes keer zo weinig mannen door hun vrouw vermoord als in 1976 (1,2 per 100 000). Mannen zijn minder snel beschaafd geworden: van 1,4 is dit gedaald naar 0,8.

Het aantal verkrachtingen in de VS is nu tachtig procent lager dan in 1976. Dit kan uiteraard ook te maken hebben met de verouderende bevolking. Er wordt anno nu niet meer gelynched, in de dagen van het Wilde Westen gebeurde dit 150 keer per jaar. Homo’s en zwarten worden nu minder gediscrimineerd, er worden minder doodstraffen opgelegd en ook het afranselen en mishandelen van kinderen is afgenomen. In het Oude Testament zijn er volgens zijn schatting rond de 1,2 miljoen mensen gedood. In het dagelijks leven in de Middeleeuwen waren bloederige lijfstraffen de dagelijkse praktijk en ook sprookjesverhalen uit die tijd waren zeer gruwelijk. Kortom: de geestelijke wereld waarin de mensen in die tijd leefden, was zeer gewelddadig, waardoor geweld ook als normaal werd gezien.

En daardoor ook meer voorkwam.

Lees ook:
Eeuwige vrede, kan het?

De ingewikkelde geografie van Europa voorkwam dat zich ooit een groot rijk kon vormen.

Overleeft Europa de val van de EU?

Volgens de Poolse minister van Financiën, Jacek Rostowski, moeten we oppassen voor het bezwijken van de Europese Unie. Rostowski denkt dat de Europese Unie niet lang zal overleven als de eurozone bezwijkt. Gaat het licht uit als de euro verdwijnt? Of zelfs de EU?

De ingewikkelde geografie van Europa voorkwam dat zich ooit een groot rijk kon vormen.
De ingewikkelde geografie van Europa voorkwam dat zich ooit een groot rijk kon vormen.

Europese Unie om nieuwe oorlog te voorkomen
Oude Europeanen, zeker die uit Polen, bewaren uiterst onaangename herinneringen aan het Europa vóór de EG. Niet geheel onterecht. Twee grote oorlogen verwoestten het continent totaal en zorgden voor tientallen miljoenen doden, waaronder heel wat in Polen. Gesandwiched tussen Duitsland en Rusland is de positie van de Polen niet te benijden.
Kortom: het bedenken van een goed plan om oorlogen voor eens en voor altijd uit Europa uit te bannen is alleen maar toe te juichen. Een oplossing is van Europa één groot land te maken. Een land kan immers niet oorlog voeren met zichzelf. Aan een afgezwakte versie van dit plan, de Europese Unie, is met man en macht gewerkt. En inderdaad was de EU nu in hoog tempo op weg een Europese superstaat te worden. Geen vooruitzicht dat alle Europeanen overigens even blij maakte. Waren niet enkele bijzonder akelige potentaten uit het verleden, denk aan Napoleon en Hitler, hetzelfde van plan?

Europese geografie vraagt om veel kleine staatjes
Geopolitiek gezien is Europa niet erg geschikt om tot één rijk samen te smeden. Je hebt één grote aaneengesloten laagvlakte, de Noord-Duitse laagvlakte, die van Parijs tot Warschau loopt. Het dichtstbevolkte en welvarendste deel van Europa, Noord-Frankrijk, de Benelux, Duitsland en Polen, ligt in deze laagvlakte. Twee hooggebergten, de Pyreneeën en de Alpen, snijden Spanje en Italië af van de rest van het continent. Voor de kust van Frankrijk ligt een enorm, dichtbevolkt eiland met behoorlijk eigenwijze bewoners. Geen wonder dat het na de Romeinen (en zelfs zij kwamen niet veel verder dan de Rijn) niemand gelukt is dit gedurende langere tijd te beheersen. Europa was en is een heel divers continent, waar verschillende landen voor heel verschillende uitdagingen werden gesteld en daarom elk een unieke cultuur hebben ontwikkeld. Zo was voor de Duitsers, nauwelijks beschermd door natuurlijke barrières, efficiëntie van levensbelang om te overleven, vormde het geografisch zeer afwisselende Italiaanse schiereiland het decor voor vele individualistische stadsstaatjes, terwijl in het barre noorden van het continent en de Zwitserse Alpen zorgvuldige planning nodig is om te overleven. Deze geografische isolatie en de dwang efficiënt te plannen en te werken bleek overigens later een pluspunt: het stelde de Zwitsers en Scandinaviërs in staat te investeren in hoogwaardige techniek in plaats van oorlogen te moeten voeren. De culturele en technische innovaties die deze zeer verschillende biotopen met zich mee brengen, maken Europa tot een groot, divers technisch cultureel laboratorium, wat welvaart oplevert, maar samenvoegen tot één groot geheel moeilijk maakt. Rijkdom zonder macht dus.

Maak van de EU weer een EG
Op dit moment is de EU meer een bron voor wrevel tussen diverse Europese landen dan een brenger van vrede. De manier waarop bijvoorbeeld de Grieken de rest van de EU bij de toetreding tot de euro voor het lapje hebben gehouden, brengt veel mensen tot razernij. De ingewikkelde regels van de EU zijn een eenheidsworst die niet aansluiten bij de vaak zeer specifieke behoeften van landen en regio’s. Zo heeft een Italiaanse keuterboer uit de Aostavallei heel andere kopzorgen dan een boer uit de Povlakte, laat staan een megabedrijf in Nederland of Duitsland. Landen als Noorwegen en Zwitserland zijn geen lid van de EU, maar van een vrijhandelsorganisatie, de EFTA, die weer onder de vrijhandelszone EER, de Europese economische ruimte, valt. De EG functioneerde prima zonder gemeenschappelijke munt. Door open grenzen kunnen verschillende groepen zich specialiseren waar ze geografisch en cultureel gezien het beste in zijn, terwijl er toch niet de dwang is van Europese regels. Wel zal er de nodige internationale samenwerking moeten zijn om oorlogen te voorkomen en er voor te zorgen dat Europeanen geregeld andere delen van het continent te zien krijgen.

Veelgestelde vragen over Esperanto

Het onderwerp Esperanto is al enkele keren aan bod gekomen. Uit de reacties op de artikelen begrijp ik dat het idee over het algemeen als interessant wordt gezien, er zijn daarnaast echter ook nog een heleboel vragen.  Hierbij een poging om die vragen grotendeels te beantwoorden. Voor de mensen die nog niet weten wat Esperanto is, zij kunnen de artikelen die hier eerder op de website over verschenen bekijken op Esperanto, een taal die de wereld opent, en Esperanto als Europese taal?

1. Wat is Esperanto?
Esperanto is een handig communicatiemiddel voor gesprekken tussen mensen met verschillende moedertalen.
De wereld wordt steeds internationaler. Mensen, geld en goederen bewegen zich steeds vrijer. Maar omdat de mensen verschillende talen spreken, die lastig aan te leren zijn, kunnen gedachten zich niet zo volkomen vrij bewegen. Esperanto is een oplossing die zeer makkelijk taalbarrières overbrugt. Wie Esperanto leert, zegt tegelijkertijd: “Ik sta open voor de wereld”.

2. Hoeveel mensen spreken Esperanto, wereldwijd gezien?
Genoeg om te kunnen zeggen dat men de smaak van een echte internationale gemeenschap te pakken kan krijgen. Er is jammer genoeg geen enkele manier om erachter te komen hoeveel mensen Esperanto spreken, net zomin als het mogelijk is om te tellen hoeveel mensen Latijn spreken, of, buiten China, Chinees. Het aantal ligt waarschijnlijk ergens tussen de 50.000 en twee miljoen. In ieder geval zijn er genoeg esperantisten, en voldoende verspreid over deze planeet, om een groeiende internationale cultuur te bewerkstelligen.

Een actuele weergave van Esperantosprekers die deelnemen aan het gratis reisnetwerk Pasporta Servo

3. We hebben toch al het Engels als internationale taal. Hebben we echt een nieuwe taal nodig?
Nieuwe culturen brengen nieuwe talen voort. De internationale cultuur is hierop geen uitzondering.
Het Engels is een fantastische taal, net zoals elke andere taal fantastisch is binnen zijn eigen cultuur. Maar is het Engels echt “internationaal”? Hier zijn drie dingen om over na te denken:
Geen van de vele organisaties die diverse staten of regeringen omvatten (zoals de UN, de Europese Unie of Interpol) gebruikt alleen maar het Engels, en hetzelfde geldt voor het merendeel van de internationale niet-regeringsorganisaties. Het is een feit dat zowel de UN als de EU meermaals genoodzaakt waren om het aantal officiële talen uit te breiden.
De gedachte dat men het Engels overal ter wereld kan gebruiken, is een illusie. Een bezoek aan Zuid-Amerika, gebieden in Afrika waar men o.a. Frans, Russisch, Chinees, Japans spreekt, toont duidelijk aan dat het werkelijk een illusie betreft wanneer men met mensen probeert te praten buiten het gangbare circuit van grote hotels, vliegmaatschappijen en dergelijke. Zelfs in Europa kan men vaak niet met Engels terecht, en waar dat wel mogelijk is, is het spectrum aan bespreekbare onderwerpen in het algemeen beperkt.
Veel Japanners en Chinezen leren tien jaar Engels op school, toch kan het grootste gedeelte van de leerlingen het niet spreken. En maar zeer weinig Europeanen kunnen na een meerjarige studie van het Engels de vaardigheid bereiken die een geboren spreker bezit. Esperanto kan na een relatief korte studieperiode en oefening een taal worden die men als eigen taal voelt.

4. Kan een levende taal blijven bestaan zonder een eigen volk of land?
Ja. Wat niet kan, is een levende taal zonder gemeenschap van mensen die hem gebruiken, liefhebben en vertroetelen, maar die gemeenschap kan iets anders zijn dan een volk, en verspreid zijn over de hele aardbol. In de middeleeuwen was het Latijn een levende taal zonder volk: een professor uit Cambridge, Koln of Praha gaf destijds les in Parijs in het Latijn, en iedereen vond dat normaal. De gemeenschap van Esperanto-sprekers lijkt in zekere zin op een volk, waarin mensen uit elk volk deelnemen, die hun eigen identiteit behouden maar er een nieuwe, “menselijke” identiteit aan toevoegen. Men zou kunnen zeggen dat Esperanto een “volk” bezit, dat de hele wereldbevolking zou kunnen zijn.
Niet huidskleur en ontbijtgewoontes geven het leven aan een taal, maar de wil om te communiceren. Dat die wil bestaat, toont het Internet aan, dat in de afgelopen jaren explosief is gegroeid. Die ontwikkeling was mogelijk, doordat men overeenkwam dat computers onderling dezelfde code, d.w.z. taal, gebruiken wanneer ze met elkaar communiceren, of ze nu uit de Macintoshwereld, de Windowswereld of Unix/Linuxwereld komen. Het was een logische ontwikkeling. Waarom zou die logica niet opgaan voor mensen uit verschillende culturen en talen?

5. Is het de bedoeling dat het Esperanto de andere talen op den duur gaat vervangen?
Absoluut niet. Esperanto is juist een verdedigingsmiddel voor het bestaansrecht van elke taal.
Een van de grote voordelen van Esperanto is dat het geen landstaal is, maar een taal die gebruikt wordt door mensen met een verschillende taalachtergrond om meningen en gedachten uit te wisselen, of gevoelens uit te drukken. Esperanto is dus geen concurrent van nationale of plaatselijke talen, maar draagt juist bij aan het afschaffen van de taalonderdrukking die op dit moment op verschillende manieren plaatsvindt op de wereld.
Bovendien is de mogelijkheid om direct persoonlijk contact te leggen met mensen uit een andere cultuur waarschijnlijk de effectiefste methode om meer te weten te komen over de ons omringende culturele en menselijke diversiteit en zich daarmee te verrijken. Zulke ervaringen vergroten vaak de nieuwsgierigheid naar en belangstelling voor andere talen en culturen.
Veel mensen die Esperanto geleerd hebben, krijgen zelfvertrouwen – “Kijk, ik kan een vreemde taal leren!” en veel van hen zijn later een andere taal gaan leren. Veel esperantisten zijn niet alleen in het Esperanto geïnteresseerd, maar ook in vreemde talen en culturen in het algemeen.

Esperanto is een taal die nationaliteit overstijgt en mensen van over de hele wereld een mogelijkheid biedt om met elkaar te communiceren.

6. Is de grootschalige invoering van het Esperanto niet een utopie? Het lijkt een ongeloofwaardig idee.
Elke belangrijke en nuttige vooruitgang is het realiseren van een droom. Alleen zij die nu al de toekomstige ontwikkeling kennen, kunnen zeggen of iets een utopie is of niet. Wie bijvoorbeeld had in mei 1989 de val van de Berlijnse muur voorzien, of het uiteenvallen van de Sovjetunie? Mensen kunnen gewoon niet in de toekomst kijken. In veel sciencefiction-romans zouden ingewikkelde toestanden niet bestaan hebben als de spelers een mobiele telefoon hadden gehad. Die zijn nu aan de orde van de dag, maar schrijvers van toekomstromans hebben het niet verzonnen. Zijn de industriële revolutie en de huidige technische ontwikkeling niet één grote utopie die voortdurend werkelijkheid wordt?
Op dit moment is Esperanto veel meer dan een utopie. Het is een echt voorstel, een resultaat van 120 jaar gebruik, op alle continenten en onder alle omstandigheden van het leven.
De taalproblemen die we vandaag de dag meemaken in internationale communicatie zitten dringend om een oplossing verlegen. Mensen denken wel eens “het probleem was er altijd en zal ook wel altijd blijven” maar de geschiedenis wemelt van problemen die opgelost zijn. Is het ondenkbaar dat we erin zullen slagen dit probleem ook op te lossen?
Het kan veel esperantisten helemaal niet schelen of Esperanto ooit op grote schaal wordt ingevoerd. Ze genieten gewoon van de taal en van de wereldgemeenschap eromheen, bijvoorbeeld door te corresponderen, te reizen of muziek te maken.

7. Tegenwoordig zijn steeds meer mensen geïnteresseerd in het spreken van een dialect. Is dit niet tegenstrijdig met het idee van het Esperanto als internationale taal?
Paradoxaal genoeg leidt de aandacht voor dialecten in dezelfde richting als de belangstelling voor het Esperanto.
Dialecten zijn vaak beter in staat gevoelens en relaties uit te drukken die specifiek zijn voor een plaatselijke, vaak kleine gemeenschap. Op eenzelfde manier is het Esperanto speciaal geschikt om uit te drukken wat niet behoort tot landelijke of plaatselijke cultuur, maar wat alle mensen gemeen hebben. In het ideale geval kent elk mens drie talen en drie identiteiten: een plaatselijke, een nationale of regionale, en een mondiale. De ervaring leert dat deze zonder problemen kunnen samengaan. Een inwoner van Colmar, Frankrijk, spreekt thuis zijn Duitse Elzasdialect, kent de landstaal (Frans) en gebruikt daarnaast het Esperanto in zijn contacten met de rest van de wereld; hij voelt zich tegelijkertijd Elzasser, Fransman en wereldburger, en heeft waarschijnlijk een rijker cultureel leven dan een Fransman die alleen maar Frans beheerst.

8. Is het niet zo dat elk volk een andere variant van het Esperanto spreekt, zodat zij elkaar niet meer kunnen verstaan?
Wanneer de talen niet op elkaar lijken is dat een aanduiding dat de volken ofwel geen wederzijds contact willen, ofwel niet kunnen hebben. Het Latijn werd meerdere eeuwen over een uitgestrekt gebied gebruikt, en in die tijd bleef het onverdeeld. Pas na de val van het Romeinse Rijk splitsten zich allerlei dialecten af en ontstonden de Latijnse talen, waarmee het onderling contact verviel.
De ontwikkelingen in de techniek hebben de vraag al beantwoord of we contacten kunnen leggen–satellieten, computernetwerken, draagbare telefoons, massacommunicatiemiddelen, treinen, vliegtuigen, auto’s… en Esperanto is op zichzelf een sterke uitdrukking van het feit dat mensen echt direct onderling contact willen hebben.

9. Is Esperanto niet tegennatuurlijk, omdat het een gecontrueerde taal is?
Elke taal is het product van menselijke creativiteit. Veel dingen die ons natuurlijk voorkomen, zoals brood, rozen, varkens, honden, komen uiteindelijk ook voort uit de toepassing van onze creativiteit op de natuur.
De basisstructuur van het Esperanto is ontstaan door het selecteren en verfijnen van eigenschappen die de evolutie in de verschillende ‘natuurlijke’ talen heeft doen ontstaan. Daardoor doet Esperanto zeer natuurlijk aan. Die natuurlijke indruk komt ook doordat het Esperanto, net zoals het merendeel van de talen, zich houdt aan de natuurlijke neiging van het menselijk brein om betekenisonderdelen in de taal te generaliseren. In veel talen bestaat een apart woord voor het concept ‘beter’. Kinderen die zo’n taal leren spreken, gebruiken echter eerst de uitdrukking ‘goeder’, omdat ze de betekenis van ‘-er’ opmerken in ‘langer’, ‘jonger’, ‘mooier’ enz, en dat abstraheren naar het begrip ‘goed’. Slechts na veelvuldig corrigeren door ouders, juffen en meesters, of uit drang de anderen te imiteren, vervangen zij de natuurlijke vorm door de juiste, ‘normale’ vorm. Zo gaat het met alle onregelmatigheden. Er zijn talen waarin men bij het vormen van een werkwoordsvorm niet de gebruikelijke methode hanteert, nl. een achtervoegsel gebruiken of veranderen, maar wijzigt men een klinker in het werkwoord (nemen – nam). Ook in die gevallen merkt men op dat kinderen of buitenlanders in het begin van nature de algemene regel toepassen en niet direct de onregelmatigheden zich eigen maken. Zulke moeilijkheden komen in het Esperanto veel minder voor.
Wat wonderlijk is bij het ontstaan van het Esperanto, is dat de initiatiefnemer, L.L. Zamenhof, erin slaagde omstandigheden te scheppen waaronder de taal iets levends kon worden, indien verschillende mensen hem zouden gebruiken om in de praktijk met elkaar te praten. Dat gebeurde daadwerkelijk, en het gebruik ervan veranderde het project in een levende taal. Waar de onbekende oogarts uit Warschau in het jaar 1887 de kiem van legde in de vorm van een kleine brochure, was in feite niet meer dan een zaadje. Wel een zaadje dat in vruchtbare aarde viel (mensen die verlangden naar een taal die taalbarrières kon doorbreken) en dat in die aarde tot een levende taal kon uitgroeien.
Hoewel het zaad van Esperanto maar door een enkeling is gezaaid, ontwikkelt de taal zich net als andere talen, namelijk door het gebruik. Hoewel de basis altijd hetzelfde zal blijven, zoals in het boek Fundament van Esperanto is gepubliceerd, heeft de taal nu heel wat woorden en uitdrukkingen die zij honderd jaar geleden niet had. Esperanto wordt dus voortdurend rijker. De ontwikkeling en documentatie van de taal wordt gevolgd door de Academie van het Esperanto.

Esperanto bewijst al meer dan 120 jaar dat mensen uit vele verschillende culturen prima met elkaar kunnen communiceren in het Esperanto.

10. Waarom doen vooraanstaande taalkundigen negatieve uitspraken over het Esperanto?
Taalkundigen begrijpen de complexiteit van een taal het best. Misschien is het wel juist daarom dat veel van hen, die overigens zeer bekwaam zijn, niet kunnen geloven dat Esperanto kan functioneren als een volledige, levende taal en dus de moeite waard is om onderzocht te worden.
Een taal is iets zo complex en kwetsbaars, dat het verschijnen van een echte, rijke, levende taal gebaseerd op een ontwerp van een jongeling (Zamenhof was pas 27 jaar toen hij Esperanto aanbood, na meer dan tien jaar aan de taal te hebben gewerkt) iets uiterst onwaarschijnlijks is. Natuurlijk is men sceptisch. Maar als men de feiten nagaat, kan men zien dat Esperanto wonderwel werkt in internationale communicatie.

11. Kan het Esperanto gebruikt worden voor diepgaande discussies, poëzie en voor het onder woorden brengen van gevoelens?
Jazeker. Poëzie staat al in de eerste brochure die in 1887 uitkwam. Er verschijnen regelmatig dichtbundels, en vele beroemde klassieke gedichten zijn in het Esperanto vertaald.
Het gegeven dat er goede Esperantovertalingen bestaan van de Monadologie van Leibniz, de Sonnetten van Shakespeare, verschillende Kuifjeboeken van Hergé, In de Ban van de Ring van Tolkien, van Hongerige Steen van Tagore, het Dagboek van de Gek van Lu Xun, de Bijbel, de Koran en de Analecten van Confucius, en dat er veel poëtische werken verschijnen, bewijst de geschiktheid van het Esperanto voor literair werk.
Een discussie wint aanzienlijk in helderheid, onderscheidbaarheid en kwaliteit, wanneer alle sprekers zich direct kunnen uitdrukken in een taal die ze aanvoelen, die ze goed beheersen, en wanneer de toehoorders direct begrijpen wat er gezegd wordt, doordat ze zich in de gebruikte taal thuisvoelen. Dit wordt duidelijk aangetoond door uitgebreide ervaring in de jaarlijkse Esperanto wereldcongressen en in de vele internationale bijeenkomsten, seminars over wetenschappelijke onderwerpen, zomeruniversiteiten enz. die jaarlijks plaatsvinden en waar onderwijs, discussie en wandelganggesprekken in het Esperanto plaatsvinden.
De geschiedenis verhaalt over veel mensen uit verschillende werelddelen die hun gevoelens uitten in het Esperanto. Onverschillig of dat in boeken, liederen, gedichten was, of in ontmoetingen tussen mensen. Wie deelneemt aan het leven in de Esperantogemeenschap, weet dat men in het Esperanto iemand kan uitschelden en bitter ruzie kan maken, en evengoed zijn solidariteit kan uitspreken, zijn deelname met iemand in groot verdriet, of de diepste liefde.

12. Waarom zou je Esperanto willen spreken? Hoe kun je de taal in de praktijk gebruiken?
Met het leren van Esperanto heb je direct beschikking over een wereldwijd netwerk van taalgenoten. Op Pasporta Servo, het gratis reisnetwerk van Esperanto kun je zien waar o.a. overal Esperantisten zijn. Daarbij kun je als je Esperanto spreekt deze mensen allemaal bezoeken en krijg je gratis onderdak. En hoogstwaarschijnlijk ook heerlijke lokale gerechten en een lokale tolk die je de ins en outs van het gebied kan vertellen. Een geheel nieuwe reiservaring.
Daarnaast is door het internet de gemeenschap van Esperanto ook veel gemakkelijker te bereiken dan ooit tevoren. Zo heb je een duidelijke overzichtswebsite waar je vele nuttige websites in het Esperanto kunt vinden met Grappige strips, Esperanto TV, Podcasts, Literatuur, Facebook groepen, en nog vele andere zaken.

Voor de mensen die benieuwd zijn naar de taal is er sinds kort een website beschikbaar waar tal van gratis cursussen te vinden zijn in de vorm van o.a. boeken, online cursussen met gratis taalassistenen en videocursussen met downloadbare cursusmaterialen.

Een impressie van de pagina met gratis Esperantocursussen

Mochten de mensen hierna nog aanvullende vragen hebben over het Esperanto dan kijk ik graag of ik die kan beantwoorden.

Meer informatie:
Pasporta Servo, het gratis reisnetwerk van Esperanto: http://www.pasportaservo.org/monda-mapo
Pagina met lesmethodes in het Esperanto:  http://www.scoop.it/t/esperanto-lernu-la-lingvon-de-la-mondo
Overzicht van interessante Esperanto websites wereldwijd: http://www.scoop.it/t/esperanto-lingvo-de-la-mondo

 

Drie interessante ideeën voor een mooiere maatschappij

In deze column drie interessante denkbeelden om eens bij stil te staan. Het eerste idee is van de filosoof John Rawls en gaat over het maken van een ideale wereld. In plaats van dat hij zelf een ideale maatschappij opschrijft geeft hij een aantal denkstappen aan om rekening mee te houden. In zijn werk vraagt hij zich bijvoorbeeld af hoe kennis, kansen, geld en macht verdeelt zijn over een maatschappij. En gebeurt dat op een eerlijke en redelijke manier? Om dit zo eerlijk mogelijk te doen vraagt hij mensen een maatschappij te ontwerpen vanachter een sluier van onwetendheid. De ontwerper van de maatschappij weet dus niet waar hij of zij terecht gaat komen in de net zelf ontworpen maatschappij. Je kunt erin terecht komen als de zoon of dochter van de koning(in), maar ook als kind van een bijstandsmoeder die het financieel en in andere opzichten een stuk moeilijker heeft.

Hoe verdeel je kennis, kansen, geld en machtsposities in een maatschappij, zodat onafhankelijk van waar je in die maatschappij zit iedereen in ieder geval gelijke kansen heeft om zichzelf te ontwikkelen? Rawls is niet iemand die gelijkheid voor iedereen predikt, hij heeft het vooral over gelijkheid van kansen voor iedereen. Uiteindelijk is het namelijk het individu zelf dat verantwoordelijk is voor zijn of haar eigen leven en is het dus ook aan het individu om de kansen die er liggen te grijpen. De maatschappij is er ook bij gebaat om iedereen dezelfde kansen te geven, omdat op die manier de beste mensen op de beschikbare posities terechtkomen.

(Kunstenaar afbeelding: Goro Fujita)

Naast dit idee een denkbeeld van de Dalai Lama wat zich vooral richt op hoe je je medemensen op een begrip- en respectvolle manier kunt benaderen. Hieronder een fragment uit een lezing van de Dalai lama, getiteld: “Compassion and the Individual“.

“Whether people are beautiful and friendly or unattractive and disruptive, ultimately they are human beings, just like oneself. Like oneself, they want happiness and do not want suffering. Furthermore, their right to overcome suffering and be happy is equal to one`s own. Now, when you recognize that all beings are equal in both their desire for happiness and their right to obtain it, you automatically feel empathy and closeness for them. Through accustoming your mind to this sense of universal altruism, you develop a feeling of responsibility for others: the wish to help them actively overcome their problems. Nor is this wish selective; it applies equally to all. As long as they are human beings experiencing pleasure and pain just as you do, there is no logical basis to discriminate between them or to alter your concern for them if they behave negatively.”

Op deze gedachte van De Dalai Lama is een ander mooi fragment van toepassing die zich meer richt op hoe het individu zichzelf kan zien. Geschreven door Marianne Williamson en gebruikt door Nelson Mandela in zijn toespraak toen hij president van Zuid Afrika werd, althans dat is het verhaal. Het fragment is in ieder geval zeer inspirerend.

“Our deepest fear is not that we are inadequate. Our deepest fear is that we are powerful beyond measure. It is our light, not our darkness, that most frightens us. We ask ourselves, who am I to be brilliant, gorgeous, talented, and fabulous? Actually, who are you not to be? You are a child of the universe. Your playing small doesn’t serve the world. There’s nothing enlightened about shrinking so that other people won’t feel insecure around you. We are all meant to shine, as children do. We are born to make manifest the glory that is within us. It’s not just in some of us, it’s in everyone. And as we let our own light shine, we unconsciously give other people permission to do the same. As we are liberated from our own fear, our presence automatically liberates others.”

Tot zover deze drie denkbeelden van deze drie wijze mensen. Hopelijk leiden ze net als grootschalige bekendheid van de 30 mensenrechten tot een vreedzamere wereld. Een wereld die voortkomt uit begrip en overeenstemming omdat mensen er zelf over nagedacht hebben. Op die manier kan een vreedzame wereld langzaam maar zeker realiteit worden. Als mensen begrijpen waarom ze er zelf voordeel van hebben een eerlijke wereld te hebben die in vrede leeft dan zullen ze dit uitdragen naar buiten toe en beschermen tegen mensen die hun eigenbelangen sterker laten wegen dan het belang van de hele samenleving. Deze drie lessen van drie wijze mensen brengen dit doel van een vreedzame wereld voor allen wellicht drie stappen dichterbij!

Tips voor verdere informatie
-) Nederlandsetalige boeken & officiële website van de Dalai Lama.
-) Het meest bekende werk van John Rawls: “A theory of Justice“.

“Makers of Empires, they have fought for bigger things than crowns
and higher seats than thrones.
Your homes are set upon the land a dreamer found”
-The Masterkey-

Deze muurschildering is geïnspireerd door Picasso's Guernica, waarin hij de verschrikkingen van de Spaanse burgeroorlog in beeld bracht.

Eeuwige vrede, kan het?

De Joodse profeet Jesaja sprak al over een tijd waarin zwaarden tot ploegscharen omgesmeed zouden worden. Ook Jezus voorzag een tijd waarin alle oorlogen voorbij zouden zijn. Waren dit onrealistische dromers, of zal er op een dag echt een tijd zijn dat er geen oorlogen meer zijn?

Waarom zijn er oorlogen?
Oorlogen zijn gewapende conflicten waarbij de betrokken partijen door middel van geweld proberen hun doel te bereiken. Oorlogen komen dus niet uit de lucht vallen. Er moeten vijandelijke partijen zijn die iets willen wat met elkaar in strijd is (bijvoorbeeld macht over een groep mensen of een waardevolle hulpbron zoals aardolie), ze moeten wapens hebben en minstens één partij moet bereid zijn die te gebruiken. Je zou dit de oorlogsdriehoek kunnen noemen, zoals hitte, zuurstof en brandstof de vuurdriehoek vormen. In de praktijk zullen de vijandelijke partijen alleen bereid zijn hun wapens te gebruiken als ze een redelijke kans zien om hun zin te krijgen zonder dat de gevolgen al te ongunstig zijn.

Wapens, samenwerking en de wil om te doden en te sterven
Om in een oorlog kans van slagen te hebben moet een groep ten eerste over wapens te beschikken. Deze hoeven niet veel voor te stellen, ze hoeven slechts beter te zijn dan die van de tegenstanders op het moment dat de aanval plaatsvindt. De reden van het succes van slechtbewapende terroristen: ze vallen ongewapende burgers van een vijandelijke groep aan.

Deze muurschildering is geïnspireerd door Picasso's Guernica, waarin hij de verschrikkingen van de Spaanse burgeroorlog in beeld bracht.
Deze muurschildering is geïnspireerd door Picasso's Guernica, waarin hij de verschrikkingen van de Spaanse burgeroorlog in beeld bracht.

Moderne legers beschikken over zeer zware wapens, tot atoombommen toe. Daarom zijn confrontaties tussen twee moderne, tot de tanden bewapende legers erg verwoestend.

Oorlog is er op gericht de vijand te vernietigen. Ook de vijand probeert de aanvallers te vernietigen. Om oorlog kans van slagen te geven, moeten zowel de strijders als degene die de strijders bevelen heeft bereid zijn om te (laten) doden en gedood te worden (of kanonnenvlees op te offeren). Van nature doodt de mens niet: hier zit gelukkig een sterke biologische remming op. Psychopaten, zoals de mythische Griekse strijder Achilles uit de Odyssee,  missen deze remming, vandaar de oververtegenwoordiging van psychopaten in legers. Militaire training komt er dus op neer de vijand te leren zien als onmenselijke monsters (dehumanisering) of moordzuchtige reflexen aan te leren, zodat de soldaat een moord heeft gepleegd voordat hij er bij stilstaat. Tegenwoordig is er zoveel afstand tussen vijandelijke strijders, dat het moorden door bijvoorbeeld van tien kilometer hoogte met een bommenwerper een haast klinische handeling is geworden.

Zowel het moorden als het voortdurende levensgevaar is psychisch slopend. Vooral kindsoldaten, maar ook volwassenen zijn ernstig getraumatiseerd na een oorlog. Vandaar dat de meeste mensen en staten in principe tegen het voeren van oorlogen zijn.

Macht over de bevolking steeds belangrijker
Op dit moment zijn de meeste gebieden rijk niet door grondstoffen waarover ze beschikken, maar door hun netwerkfunctie. Waarschijnlijk zouden veel bewapende partijen een Silicon Valley, Brussel of de Londense City in hun bezit willen hebben, maar deze door grof geweld veroveren zou ze vernietigen, omdat hun waarde bestaat uit een netwerk van mensen. Een oliebron of goudmijn zal nog redelijk intact een oorlog overleven, een stad of handelsnetwerk niet. Vandaar dat veroveringsoorlogen  voornamelijk op plattelandsgebieden of in grondstofrijke gebieden plaatsvinden.De meeste burgeroorlogen vinden plaats in landen met een onevenwichtige verdeling van grondstoffen.

Robotwapens
Er worden nu steeds meer robotwapens (bekend uit onder meer de Terminator films) ontwikkeld, variërend van vliegende drones, de schrik van de taliban, tot rijdende (en wellicht al snel lopende) infanterierobots. Robots hebben voor een leger als voordeel dat ze geen gewetensbezwaren, angst of vermoeidheid kennen. De voornaamste kostenpost ligt in het bouwen, ze inzetten kost maar weinig. Het is daarom voor een groep met een robotleger al snel aantrekkelijk om een oorlog te beginnen. De inzet van gevechtsrobots heeft een guerilla-oorlog in steden voor een ‘standaard’ leger ook veel minder afschrikwekkend gemaakt. Echter: ook met een robotleger zal een goed bewapende tegenstander terugslaan met bijvoorbeeld atoomwapens. Robotlegers zullen dus gebruikt worden voor oorlogen tegen een guerillaleger. Landen als Iran en Noord-Korea weten dat ze alleen kunnen overleven door atoomwapens. Robotlegers werken dus sterk escalerend.

Maar… wordt het nu nooit meer vrede?
De twee grootste militaire machten, de Verenigde Staten en China, zijn ook elkaars grootste handelspartners. Met een oorlog zouden beide landen hun economie enorme schade berokkenen. Het winnen van grondstoffen wordt steeds meer een kwestie van energie. Met voldoende energie is uit rots en zeewater zo ongeveer iedere denkbare grondstof te winnen. Grondstoffen als casus belli verdwijnen hiermee. Vinden we daarentegen geen alternatief voor aardolie, dan zouden in de eenentwintigste eeuw wel eens de meest vernietigende oorlogen ooit om de schaarse oliebronnen kunnen uitbreken. Kortom: goedkope energie is het elixir van eeuwige vrede.