Filosofie

‘Onsterfelijkheid bereikt in 2045’

Vergeet de weesgegroetjes, bedevaarten en goed karma. Volgens visionair denker Ray Kurzweil zal de wetenschap er rond 2045 in slagen om de mens onsterfelijk te maken. Dus zorg dat je voor die tijd niet doodgaat, is het devies volgens hem. Volgens Kurzweil leven we op dit moment in een tijdperk van steeds snellere technische vooruitgang. Er zijn nu meer wetenschappers dan ooit die met steeds betere apparatuur werken en ook steeds slimmer worden in gericht onderzoek doen. Een komende monstergolf van technologische ontdekkingen dus die de wereld zoals we die kennen totaal op zijn kop zal zetten, zoals een achttiende-eeuwer verdwaasd rond had gekeken op een vroeg eenentwintigste eeuws verkeersklaverblad tijdens de ochtendspits.

De Wet van Kurzweil en de Singulariteit

Onze geest in een robot plaatsen is volgens Kurzweil de definitieve oplossing voor het ultieme probleem: de dood.

Volgens de Wet van Kurzweil, een uitgebreidere versie van de Wet van Moore die voorspelt dat computerchips elke 18 maanden verdubbelen in capaciteit, werken al deze vormen van vooruitgang exponentieel op elkaar in. Snellere computers maken bijvoorbeeld betere biochemische simulaties en dus betere medicijnen mogelijk, waardoor de arbeidsproductiviteit en innovatiesnelheid voor onder meer nieuwe energiebronnen omhoog raast. Kunstmatige intelligentie zal het tempo van ontdekkingen nog veel hoger opvoeren: op dit moment is er al software die de wetenschappelijke methode in praktijk kan brengen.

Kurtzweil weet waar hij het over heeft: hij is een veteraan op het gebied van kunstmatige intelligentie en patroonherkenning door computers.

Op een gegeven moment bereiken we stelt hij een punt, door hem en andere toekomstvoorspellers de Singulariteit genoemd, waarna onze bestaande theorieën en inzichten niet meer opgaan. De vooruitgang gaat op dat punt zo snel dat de uitkomst niet te voorspellen is. Rond 2050 zal volgens hem kunstmatige intelligentie het menselijk brein ver in kracht overtreffen. De rekencapaciteit wordt, zo voorspelt hij, miljoenen malen groter dan nu. Al is deze theorie niet onomstreden, er is geen logische reden waarom de technische vooruitgang in de toekomst niet nog veel sneller zou  gaan dan nu.

De eerste Brug van Kurzweil: gezonder leven
Om onsterfelijkheid te bereiken stelt Kurzweil drie fases, of ‘bruggen’ voor. De eerste Brug, gezonder leven binnen de mogelijkheden van de bestaande techniek, brengt hij nu al in praktijk.

Groenten als paprika's, tomaten en sla bevatten weinig koolhydraten. Dit voorkomt mede suikerziekte, stelt Kurzweil.

 Toen bij hem in de jaren ’80 ouderdomsdiabetes werd vastgesteld, veronderstelde hij dat de oorzaak bij hem insulineresistentie is. In plaats van te spuiten ging hij op een vezelrijk en extreem koolhydraatarm dieet, sliep langer en bewoog meer. Het gevolg: zijn bloedsuikergehalte is in vijfentwintig jaar gehalveerd tot normaal: onmogelijk, volgens de gevestigde medische wetenschap. Niet iedereen zal het er voor over hebben nog maar 1500 calorieën per dag te nemen en net als Kurzweil honderdvijftig voedingssupplementen per dag te slikken (met wekelijkse injecties met diverse farmaceutische preparaten) en het drinken van tien glazen alkalisch mineraalwater per dag.

De Tweede Brug: stamcellen en klonen
De technologie voor de Tweede Brug, stamcellen en klonen,  is nu volop in ontwikkeling. Ons lichaam heeft een levensduur van enkele tientallen jaren. Als ook maar één essentieel onderdeel, bijvoorbeeld een nier, het opgeeft betekende dat voor kort een doodvonnis.

Diverse onderzoeksgroepen werken aan het kweken van levers in een lab.

God levert geen reserveonderdelen mee (al hebben we bijvoorbeeld twee nieren en longen). Nu er transplantatietechnieken beschikbaar zijn waar Mary Shelley’s Dr. Frankenstein stikjaloers op zou zijn, is de medische wetenschap ongeveer op het niveau van een autosloper. Uit een gezond lichaam kunnen donororganen worden gehaald en ingebouwd in een levende patiënt. In feite is dit een inferieure techniek. Omdat het DNA van een donororgaan anders is dan dat van de patiënt krijg je afstotingsverschijnselen en moeten patiënten zware, gevaarlijke medicijnen slikken (die vaak ook niet helpen).

Een structurele oplossing is het kweken van nieuwe organen uit stamcellen van de patiënt. Afstoting is dan geen probleem meer, wachttijden op een geschikte donor of overdracht van ziekten zijn dan ook verdwenen. Met huidcellen lukt dit al vrij aardig. Op dit moment is onderzoek naar ‘eenvoudige’ organen als spieren of levers al in volle gang. Het einddoel: zenuwweefsel en een compleet hart. Zodra deze uitdagingen overwonnen zijn, kunnen we elk onderdeel van ons lichaam laten vervangen. Kurzweil kijkt verder: hij wil de cellulaire klok (telomeren, de beschermkapjes van chromosomen, de dragers van ons DNA worden bij elke celdeling korter) terug kunnen zetten en op celniveau vervangingen door kunnen voeren. Ook op deze terreinen vindt heel veel onderzoekplaats. Geen wonder. De farmaciegigant die een levensverlengende behandeling ontwikkelt, loopt binnen. 

De Derde Brug: de geest van de mens in een computer
Kurzweils derde stap is het meest omstreden. Volgens veel geloven leeft onze geest, de ziel, na de dood voort. Afhankelijk van het geloof wordt je ziel beloond met een toestand van algemene gelukzaligheid bij God (christendom), wijn, gedweeë maagden en schone knapen (islam) of een reïncarnatie in een beter lichaam ( hindoeïsme). Het bewijsmateriaal voor een leven na de dood (bijna dood ervaringen) is niet erg overtuigend; als het al bestaat dan lijkt het weinig uit te maken welk geloof de man of vrouw in kwestie aanhangt.

Kurzweil heeft een methode voor het bereiken van onsterfelijkheid bedacht die volgens modern-wetenschappelijke inzichten wel werkt. Door middel van nanorobotjes (robotjes zo groot als een cel) wordt ons brein synaps voor synaps afgetapt en worden onze herinneringen en manier van denken getransporteerd naar een computer. Dit ligt minder ver buiten bereik dan veel mensen denken: de totale informatieinhoud van ons brein ligt volgens schattingen tussen een moderne harde schijf van een terabyte en duizend terabyte (een exabyte). Kortom: over een paar decennia zijn er waarschijnlijk computers die slimmer zijn dan wij en dus met gemak onze geest kunnen nabootsen. Zullen Kurzweils voorspellingen uitkomen? Zal onze generatie nooit meer sterven? Kurtweils argumenten zijn behoorlijk overtuigend…

Leven we in een wiskundig stelsel?

Stel dat we allemaal in een enorme wiskundige theorie leven, bijvoorbeeld de natuurlijke getallentheorie. De gedachte is minder gek dan het lijkt. Zo wordt namelijk een netelig filosofisch probleem opgelost. En is wat een Big Bang lijkt is iets heel anders. De gedachte dat we in een wiskundige theorie leven, is niet nieuw en kent een eerbiedwaardige voorgeschiedenis. De Griekse filosoof en mysticus Pythagoras geloofde met zijn aanhangers, de Pythagoreeërs, dat ons heelal uit getallen bestaat.

De Pythagorasboom, een vroege fractal, bedacht door de Nederlandse wiskundeleraar Albert Bosman lijkt levend, maar is een wiskundige structuur.

Alles is wiskunde
Pythagoras ontleende zijn ideeën waarschijnlijk van eerdere, Indische wijsgeren die als eersten werkelijk verbijsterend grote getallen construeerden. Zo is de grootste tijdeenheid in de hindoeïstische mystiek, de mahamanvantaram, zo’n 311,04 biljoen jaar: meer dan twintigduizend keer zo lang als de ouderdom van het heelal. De hele natuurkunde gaat uit van de veronderstelling dat het heelal op wiskundige wijze is te beschrijven. Met Pythagoras’ sekte liep het niet al te best af – ze bemoeiden zich te veel met politiek en boze ex-sekteleden begonnen een gewapende aanval – maar de ideeën van de Pythagoreeërs leefden voort en werden in de loop der eeuwen verder uitgewerkt in de vorm van wiskunde en natuurwetenschap.

Wat is wiskunde?
Als enige exacte wetenschap is wiskunde zowel reëel als imaginair. Niemand heeft ooit het getal twee of een driehoek gezien; toch gedraagt een twaalftal knikkers zich precies zo als het getal twaalf: het kan slechts worden gedeeld door twee, drie, vier, zes en twaalf (of je moet ze kapotslaan: het dagelijks-leven equivalent van breuken). Deze eigenschap geldt voor alle objecten met een eigen ondeelbare identiteit, of het nu om elektronen, atomen, mieren, mensen, bakstenen, manen, planeten of sterren gaat. Het lijkt dus alsof getallen een metafysische realiteit hebben die ze overal in het heelal laat opduiken.

De grote wiskundige theorieën, denk aan TNT (typographical number theory, de natuurlijke getallentheorie), de meetkunde van Euclides of topologie zijn alle afgeleid van een beperkt aantal beginstellingen: axioma’s. Hierbij worden bepaalde simpele regels gevolgd. Zo is in de natuurlijke-getallentheorie het getal één datgene wat volgt op nul, notatie: S0 (successor van nul). Twee is wat volgt op één: S(S0), dus SS0. Enzovoort.  Op die manier is uit de axioma’s van de getallentheorie elk natuurlijk getal te vormen. Uit een paar axioma’s ontstaat een explosie van stellingen, want door twee stellingen te combineren, ontstaan weer nieuwe stellingen.

Wat wiskunde ook een ijzersterke kandidaat maakt als kraamkamer voor een Theorie van Alles. Immers, er is geen onderliggend systeem nodig om wiskunde te produceren. Het is er al op het moment dat je de axioma’s (beginstellingen) bedenkt. Fysica die voortkomt uit metafysica.

Hoe zou een intelligent, uit wiskundige stellingen bestaand wezen zijn wereld zien?

De oplossingen van sommige chaotische wiskundige systemen lijken om bepaalde punten heen te dansen: de verborgen attractoren.
Stel, er bestaat een wiskundig stelsel dat met wat simpele bewerkingen heel veel complexiteit produceert. Hoe verder je af raakt van het beginaxioma, hoe groter het aantal mogelijke afgeleide stellingen. Dus zou het voor een intelligente waarnemer in dit stelsel het lijken alsof de ‘wereld’ in het ‘verleden’ veel kleiner was en in het verre verleden begonnen is met een ‘oerknal’ (de beginaxioma’s).  Dit zou het heelal van het wezen ook een duidelijke tijdpijl verschaffen.

In veel wiskundige, chaotische systemen kennen we ook iets dat zich een beetje gedraagt als zwaartekracht (al zijn er uiteraard veel elementen die er niet overeenkomen): verborgen attractoren. Als het wezen om een verborgen attractor ‘draait’, zal hij dat ervaren als draaien om een zwaar object. Sommige stellingen leiden samen tot één onontkoombare eindconclusie: een zwart gat met een singulariteit in het centrum. Sneller dan het licht kan niet: elke stelling moet rigide afgeleid worden van eerdere stellingen zonder doorsteekjes. Kortom: het heelal van een dergelijk wezen zou wel eens veel op dat van ons kunnen lijken…

{Edit: n.a.v. de terechte op- en aanmerkingen van Attercopus bijgewerkt}

Leven na de dood in zwarte gat

Volgens een nieuwe theorie leef je voort als je in een zwart gat valt. Als geest, elders in het heelal.

Toegegeven: je moet er wel voor in de snaartheorie geloven en het experimentele bewijs daarvoor (niets, zelfs het Higgsdeeltje is nog niet gevonden) vinden we niet echt overtuigend. Daartegenover staat dat bijna alle theoretisch natuurkundigen fervente aanhangers van de snaartheorie zijn. En laten we eerlijk zijn, het idee dat we hierna bespreken is erg interessant voor visionair denkenden.

Zwarte gaten slokken alles op, zelfs licht. Niets kan ontsnappen volgens Einstein en Hawking. Informatie misschien wel, volgens twee fysici.

De gevreesde singulariteiten
Het verhaal begint bij zwarte gaten: objecten, meestal uitgeputte zware sterren, zo zwaar dat ruimtetijd eromheen zich opkrult en de ster afsluit van de rest van het heelal. Naar binnen gaan kan wel, naar buiten nooit meer. Na vele miljarden jaren (de precieze tijd hangt af van de massa, hoe groter hoe langzamer) verdampen de zwarte gaten door middel van Hawkingstraling, een soort warmtestraling.
Volgens Einsteins relativiteitstheorie gaat de ineenstorting door tot alle materie is samengeperst in een wiskundig punt, de singulariteit, waar onze natuurwetten niet meer opgaan. Singulariteiten zijn daarom gevreesde ondingen.

Singulariteiten zijn punten waar natuurwetten onzinnige waarden opleveren. Ze worden intens gehaat door natuurkundigen.

Geen wonder dat theoretisch natuurkundigen er alles aan doen om van singulariteiten af te komen. Een reden dat de snaartheorie zo populair is, is dat singulariteiten niet voorkomen in de snaartheorie: ruimtetijd bestaat volgens die theorie uit elementaire snaren.

Informatie die verdwijnt in het niets?
Een tweede vervelend probleem met zwarte gaten is de informatieparadox. Stel, je kiepert al je reclamedrukwerk (of aanmaningen van de deurwaarder, dat foeilelijke beeldje van je schoonmoeder of slechte rapportcijfers) in een zwart gat. Dan verdwijnen die voorgoed. Er is geen enkele manier waarop deze informatie terug te halen is.

Dat is in strijd met de kwantummechanica. Deze zegt dat in een waarschijnlijkheidsgolffunctie informatie altijd behouden blijft (in wiskundige termen voor de liefhebber: de Schrödingervergelijking is een unitaire operator die altijd ondubbelzinnige uitkomsten geeft). En met kwantummechanica wil je als natuurkundige geen ruzie hebben, tenzij je Albert Einstein heet: QED, kwantumelektrodynamica, is namelijk verreweg de nauwkeurigste natuurkundige theorie die er bestaat. We kunnen soms tot op veertien decimalen, dat is één op honderd biljoen, nauwkeurig voorspellen hoe een door QED beschreven verschijnsel (het grootste deel van de natuurkunde, de complete scheikunde en daarvan afgeleide wetenschappen bijvoorbeeld) zich gedraagt. Ter vergelijking: G, de zwaartekrachtsconstante die zegt hoe sterk twee kilo’s op een meter afstand elkaar aantrekken, kennen we slechts met een miezerige vier decimalen precies.

Geest ontsnapt uit zwart gat
Weliswaar kan de materie waaruit we bestaan niet ontkomen aan het zwarte gat – Einsteins algemene relativiteitstheorie en ook de snaartheorie zijn daar onverbiddelijk over – er blijkt toch een escape te zijn.

Leven na de dood? Als de theorie van Frolov en Mukohyama klopt, kan informatie door een braantunnel ontsnappen uit een zwart gat.

Volgens de snaartheorie zijn er namelijk meer dimensies dan vier (lengte, breedte, hoogte, tijd) en sloopt een zwart gat ruimtetijd zo grondig dat de anders verborgen zeven dimensies (hemelen voor de mystici onder u) zichtbaar worden. De theoretisch fysici Valeri Frolov van de universiteit van Alberta in Canada en Shinji Mukohyama van de universiteit van Tokyo denken dat ons heelal in een meerdimensionaal multiversum zweeft en dat het goed mogelijk is dat de meetkunde in het multiversum heel anders is dan die van ons. Met andere woorden: punten die in onze wereld niet met elkaar verbonden zijn, zijn dat in het multiversum misschien wel. De informatie, de geest, van de ongelukkige die in een zwart gat valt, duikt zo misschien op in een heel ander deel van het heelal. Als die informatie bij elkaar blijft, tenminste.

Frolov en Mukohyama noemen dit een braangat (braan is een snaartheorieterm voor een n-dimensionaal vlak, een plat vlak is bijvoorbeeld een 2-braan en een lijn een 1-braan).
Braangaten hebben het nadeel (of voordeel) van alle wormgaten. Je kan er namelijk in principe sneller dan het licht of zelfs door de tijd mee reizen. Je zou dus jezelf in het verleden de winnende combinatie van de lotto kunnen toefluisteren. Of kunnen waarschuwen dat je vooral niet in het zwarte gat moet springen…

Discriminatie lelijke mensen: alledaags racisme

We doen het allemaal onbewust: we trekken mooie mensen voor op lelijkerds. Je reinste racisme. Toch is er nauwelijks iemand die er tegen protesteert.

Elke dag vindt een stille vorm van discriminatie plaats waar geen enkele groep tegen protesteert. Lelijke mensen verdienen, blijkt uit onderzoek, zo’n 20% minder dan mooie mensen, ze komen moeilijk aan een partner en worden door hun medemensen vaak minachtend of met afkeer behandeld.  

Knappe mensen verdienen meer, worden vriendelijker behandeld en krijgen meer aandacht van het andere geslacht.

Opstellen met een fotootje van een knap kind krijgen een hoger cijfer dan exact hetzelfde opstel met de foto van een lelijk kind.  Als acteur of fotomodel, maar ook als politicus, verkoper of manager wordt een carrière veel moeilijker (alhoewel niet onmogelijk).

Kortom: discriminatiecijfers die als ze van toepassing waren op een erkende minderheid in Nederland, hadden geleid tot een spoeddebat of erger.

Niemand zal van zichzelf makkelijk toegeven dat hij of zij lelijk is. Toch zijn wij mensen het, blijkt uit antropologische onderzoeken, over het algemeen redelijk eens over wat mooie of lelijke mensen zijn. Toen vrouwen van een indianenvolk uit de Amazone foto’s van Griekse mannen te zien kregen en werd gevraagd wat de knapste mannen waren, wezen ze dezelfde foto’s aan als westerse vrouwen.

Wat maakt iemand knap of lelijk?
Over het algemeen is het de combinatie van lichaams- en gezichtsdelen wat iemand mooi of lelijk maakt. Mooie mensen hebben een symmetrisch gezicht, een gladde, jonge huid en een atletisch lichaam. Bij vrouwen moet de taille-heup verhouding laag genoeg zijn.

Mooie vrouwen hebben meestal een eivormig gezicht en vochtige lippen, voor vrouwen seksueel aantrekkelijke mannen een hoekig gezicht. Al deze kenmerken komen vooral voor bij gezonde mensen. Volgens evolutiebiologen is de reden dat we zo de partner met het geschiktste genenpakket kunnen selecteren.

Lelijkheid: een erfelijke eigenschap
Hoe we er uitzien is zeer sterk afhankelijk van ons genetisch materiaal. Dingen als haarkleur, huidskleur, bouw van het lichaam, het gezicht en de vorm van de neus, bijvoorbeeld, zijn alle overerfbaar. Iemand kan lelijk zijn door erfelijkheid, door ziekte of door een ongeluk. In feite is discrimineren van lelijke mensen dus racisme.

De carrière van TV-presentatrice Katie Piper is afgelopen na een kwaadaardige aanval met zuur door haar ex-vriendje.

De oplossing?
Het beste zou natuurlijk zijn dat wij mensen niet op iemands uiterlijk letten. Helaas zijn wij genetisch zo geprogrammeerd dat wij dat wel doen. De hersens van mannen reageren bijvoorbeeld onbewust opgetogen op mooie vrouwen, de reden dat er mooie pitspoezen worden ingehuurd om dure auto’s en dergelijke te promoten.

Misschien dat in de toekomst plastische operaties voor iedereen die onder een kritieke schoonheidsindex scoort, in het basispakket kunnen komen. Nog een stap verder, en ethisch zeer twijfelachtig, is genetische manipulatie om het uiterlijk van een kind knapper te maken.

Misschien lost het probleem zich wel vanzelf op. De virtuele wereld wordt namelijk steeds belangrijker. Lelijke mensen kunnen een oogverblindend mooie avatar gebruiken of misschien worden er kunstprotheses ontwikkeld, geavanceerdere versies van toupetjes.

Brein werkt mogelijk deels op licht

Biofotonica, een ooit fel omstreden theorie kostte menig wetenschapper de kop. Ten onrechte, blijkt steeds meer.  

Het veronderstellen dat fotonen, lichtdeeltjes, een cruciale rol speelden in levende organismen, kostte onderzoekers als de omstreden Rus Alexander Gurwitsch en de Duitser Fritz-Albert Popp bijna hun carrière. Nu duikt steeds meer bewijs op dat licht wel degelijk een essentiële rol speelt in levende organismen, mogelijk zelfs in ons bewustzijn.

Bioluminescentie komt veel voor bij diepzeedieren. Een extreme vorm van een natuurlijk proces?

Na zijn dood is gebleken dat Gurwitsch’ waarnemingen juist waren (al is het morfogenetisch veld, waar hij fervent in geloofde, onzin volgens vrijwel alle wetenschappers). Hij wordt nu erkend als de ontdekker van biofotonen. Popps werk, ooit verguisd door ‘respectabele’ wetenschappers, staat nu in het centrum van een zich snel ontwikkelend nieuw wetenschappelijk veld: biofotonica.

Oplichtende bacteriën en ingewikkelder organismen zijn minder uitzonderlijk dan het lijkt. In feite komt er bij biochemische reacties voortdurend licht vrij, zij het met een zeer zwakke intensiteit, denk aan honderd fotonen per vierkante centimeter per seconde. Tot voor kort werd dit gezien als een curieus bijverschijnsel.

Het lijkt er steeds meer op dat dat niet klopt en dat de verguisde biofotonen wel degelijk een belangrijke rol spelen. Uit onderzoek eerder in 2010 bleek dat de ruggemergzenuwen van ratten licht kunnen geleiden. Het brein van ratten in werking blijkt op te lichten. Biofysicus Majid Rahnama aan de Shahid Bahonar University te Kerman, Iran en een groep collega’s van over de hele wereld denken nu te weten waarom.

Verschillende celonderdelen van hersencellen blijken namelijk fotoactief te zijn, op licht te reageren. Ze bevatten bijvoorbeeld porphyrine-ringen, flaviniden, pyridine-ringen, lipide (vettige) chromoforen and aromatische (betekent: voorzien van een ring van zes koolstofatomen) aminozuren. Mitochondriën, de energiecentrales van de cel, bevatten verschillende chromoforen, stukken molecuul die de rest van het molecuul een kleur geven.

Het brein in werking baadt in zeer zwak licht. Toeval? Integendeel volgens een aantal onderzoekers.

Volgens de theorie van de onderzoekers dienen microtubuli, een netwerk binnen cellen, naast transportnetwerk voor biomoleculen, ook als ‘wave guides’, lichtgolfgeleiders. Zeg maar een biologische glasvezelkabel. De onderzoekers toonden een significant verband aan tussen de frequentie van hersengolven, zoals alfa- bèta- en thetagolven en de activiteit van optisch actieve moleculen.

Dit kan verklaren hoe alfa-, bèta- en thetagolven het brein kunnen synchroniseren. Elektrische ontladingen door het ompolen van het celmembraan, het bekende proces waarmee zenuwcellen onderling communiceren, zijn daar te traag voor. Vijftien jaar eerder suggereerde de visionaire wiskundige Roger Penrose  al dat het netwerk van neuronale microtubuli een soort kwantumcomputers vormen, de Orch-OR theorie.

Alhoewel vervolgonderzoek niet veel heel liet van zijn theorie, zo zou de kwantumverstrengeling in microtubuli waar zijn theorie op berustte maar miljardsten van seconden overleven, heeft Penrose misschien toch wel een beetje gelijk. Penrose, blijkt uit zijn werk aan twistors, het ontdekken van ringvormige structuren in de achtergrondstraling en nu dus het kwantumbrein, heeft in ieder geval een zeldzaam talent om anderen op het juiste spoor te zetten.

Evolutie veel sneller dan gedacht

In een baanbrekend onderzoek is nu aangetoond dat evolutie veel sneller kan verlopen dan tot nu toe wiskundig voor mogelijk werd gehouden.

De velociraptor, een snelle roofdino en een nauwe verwant van de eerste vogels, kon niet vliegen, maar beschikte al wel over een lichte bouw en veren. Die eigenschappen komen namelijk ook van pas om snelle prooidieren te vangen. Bron: Wikipedia

Voor creationisten is de vermeende wiskundige onmogelijkheid van snelle evolutie een geliefd argument om de evolutietheorie mee naar het rijk der fabelen te wijzen.

De kans dat bijvoorbeeld de voorouder van de vogels of de vleermuizen door spontane mutaties ineens ging vliegen is vrijwel uitgesloten.

Wiskundige Herbert Wilf en twee gepensioneerde hoogleraren nemen in hun model aan dat iedere tussenliggende stap een klein evolutionair voordeel opleveren. Ze laten hiermee zien dat zich op deze manier een nieuwe eigenschap relatief snel kan ontwikkelen.

Uit eerdere computersimulaties is al bekend dat zich in slechts enkele honderden generaties uit een oogvlek een oog kan ontwikkelen.  Nu is voor het eerst een rigide wiskundig model opgesteld.

Kortom: de creationisten kunnen weer op zoek naar een nieuw argument.

Bron Physorg.com

De mythe van de vaste werkgelegenheid

Veel mensen denken dat banen schaars zijn, dus dat er maar een beperkt aantal banen zijn voor veel meer mensen. Maar is dat wel zo?

Een veelgehoord argument tegen de immigratie is: ‘ze pikken onze banen in’. De reden voor sommige partijen om bijvoorbeeld tegen het inschakelen van Poolse of Roemeense arbeiders te zijn.
Ook anderen denken er zo over. Zo vinden sommige voorstanders van deeltijdwerken, dat op deze manier de beschikbare banen eerlijk over werkenden en werklozen worden verdeeld. Er zijn overigens andere, zeer goede, argumenten om voor deeltijdwerken te zijn, denk aan de voordelen voor ouders en vrijwilligers.

De toegevoegde waarde van de bankensector is negatief, zij parasiteert op de echte economie. Deze man plukt de wrange vruchten.

De met uitsterven bedreigde baan
Al deze denkbeelden komen  voort uit één aanname: er is een vast aantal banen. Banen worden door middel van een mysterieus proces geschapen door zogeheten werkgevers met veel maatschappelijk verantwoordelijkheidsgevoel. Als er maar genoeg politieke druk wordt uitgeoefend, bijvoorbeeld via de talloze overlegorganen waar vakbondstijgers en praatgrage ex-managers van grote bedrijven in zitten, komen er vanzelf meer banen.

Wat ook helpt: de overheid die flink wat mensen in dienst neemt, want zo komen er nog meer van de wonderbaarlijke banen. Dat moet natuurlijk wel betaald worden, maar daar zijn belastingen voor. De sterkste schouders dragen de zwaarste lasten. Heel verstandig en rechtvaardig, toch? Nou, nee dus.

Hoe denkt een werkgever?
Ondernemers met personeel, werkgevers, zijn mensen net als jij en ik. Net als jij geen kinderoppas voor je drie lieverdjes gaat inhuren als deze meneer of mevrouw per uur meer kost dan jij netto per uur verdient (tenzij je het even echt niet meer aankan en er is geen bereidwillige partner, moeder of schoonmamma die je uit de brand helpt), doet een ondernemer dat ook niet.

Een werkgever moet de loonkosten van zijn werknemer er uit zien te krijgen. Kost een werknemer vijfduizend bruto per maand en verdient de ondernemer er niet minstens zesduizend aan, dan zal hij voorlopig geen personeelsadvertentie de deur uit doen. Tenzij die werknemer hem zoveel zorgen uit handen neemt, dat hij de extra kosten er graag voor over heeft.

De werkelijke ‘werkgever’: toegevoegde waarde
Een bedrijf dat goed draait, produceert meestal veel toegevoegde waarde. Soms niet, maar na verloop van tijd lopen de klanten dan weg of komt er een onderzoek van de mededingingsautoriteit. Een hebberige ondernemer van een goedlopend bedrijf (en daar zijn er best wel veel van, ja, de vooroordelen kloppen) gaat dan extra personeel in dienst nemen, want zo verdient hij veel meer.

Stel, jij vindt een manier uit om per liter accu tien keer meer energie op te slaan dan nu in de beste accu mogelijk is. Kortom: je zorgt voor DE doorbraak voor elektrische auto’s. Of jat die manier van een zakelijk niet al te kluge uitvinder, zoals helaas vaak voorkomt. In je fabriek heb je duizend man nodig om aan de wereldwijde miljardenvraag naar je wonderaccu te voldoen. Elk extra personeelslid vergroot je winst dan zeker met een paar miljoen euro. Uiteraard plunder je dan busladingen personeel tegelijk uit arbeidsbureaus of ineengestorte EU-landen.

Waar komt toegevoegde waarde vandaan?
Een bedrijf is een verzameling mensen, machines en kapitaal dat uitgangsmaterialen omzet in een gewenst eindproduct. Hoe gewilder die eindproducten, hoe meer winst het bedrijf maakt en hoe meer banen er komen. Over het algemeen geldt: hoe hoger de kwaliteit van eindproducten, hoe meer waarde die voor klanten opleveren, hoe gewilder ze zijn. Mensen willen dingen die anders en beter zijn dan ze tot dan toe hebben. De ondernemer die voor een redelijke prijs dat kan leveren waar zijn klanten zelfs niet van durven te dromen, hoeft zich niet veel zorgen te maken.

Apples nieuwste marketingtroef, de Ipad, is razend populair. Het geheim: de creativiteit van honderden uitvinders, ontwerpers en andere creatieve geesten.

Helaas is er ook een negatieve manier om ‘waarde’ voor klanten te creëren: afhankelijkheid kweken. Beruchte voorbeelden: opium (de bron van de Engelse woekerwinsten in China), apparaten waar alleen gepatenteerde, peperdure bijvullingen in kunnen of softwarepakketten.

De magische X-factor: kennis en fantasie
Alles om ons heen, ook wijzelf, bestaat uit atomen. De ruwe materialen waaruit kostbare elektronica bestaat, kosten misschien een paar dubbeltjes. De hoge toegevoegde waarde bestaat uit de vele informatie, dat wil zeggen kennis en fantasie die in de producten is gestopt. Een programmeerbaar wetenschappelijk rekenmachientje kost minder dan tweehonderd euro. Dit apparaatje kan meer dan de miljoenen verslindende, wekenlang pruttelende ENIAC’s zo groot als een huis.
Het is naast het nodige harde werk, toch vooral de technische slimheid en visionair inzicht van een aantal molenbouwers en waterbouwkundig ingenieurs geweest dat Nederland van een twee keer per dag onderlopend moeras in een van de welvarendste landen ter wereld heeft veranderd.

De echte banenscheppers: praktische wetenschappers, uitvinders, creatievelingen en visionairen
Elke economische opleving in modernere tijden was het gevolg van een groep technische doorbraken. Ten grondslag hieraan ligt het werk van uitvinders die zelf doorgaans niet erg veel vruchten plukten van hun ideeën. Zo was de opleving eind negentiende eeuw het resultaat van elektrificering, de opkomst van de olie- en autoindustrie en dergelijke. Denk ook aan de internethype van kort geleden. Dus laat slimme en creatieve mensen met voldoende realiteitszin de volle ruimte, want het zijn uiteindelijk hún ideeën die de wereld een betere plek zullen maken. Om dezelfde reden is het kabinetsbeleid om niet-westerse allochtonen te weren ook niet zo verstandig. Het is veel verstandiger om alleen slimme, positieve mensen die vol zitten met kennis, fantasie en goede ideeën hier binnen te laten, onafhankelijk van afkomst.

Jezus, de onbegrepen held

Jezus van Nazaret is de beroemdste en tegelijkertijd een van de meest fascinerende personen uit de menselijke geschiedenis. Wat wilde hij nu werkelijk?

De omgeving van Jezus
Jezus kwam ter wereld als zoon van een timmerman in een weinig aangename omgeving. Of dat nu in Galilea, het huidige Noord-Israël of in Bethlehem, zoals de bijbel zegt is, weten we niet. Het oudste en meest betrouwbare evangelie, het Evangelie van Marcus, spreekt zich hier niet over uit.

In de loop der eeuwen verzonnen talmoedische joden steeds meer moeilijke regels.

Palestina werd in die tijd geterroriseerd door vaak gewelddadige religieuze sekten. Zo waren er de Zeloten, mensen die met geweld het Romeinse juk omver wilden werpen. De vreedzamere Samaritanen waren de nakomelingen van de armere Israëlieten die niet (zoals de hoogste joodse kastes) door de Assyriërs en Babyloniërs weg waren gevoerd naar Mesopotamië. Tussen hen en de teruggekeerde joodse ballingen bestond een intense haat: de achtergrond van het beroemde bijbelverhaal van de barmhartige Samaritaan.

Ook berucht was de wedijver tussen de Farizeeën, religieuze dwepers, en de meer rationalistische Sadduceeën.

In Jezus’ thuisstreek, Galilea, woonde een gemengde bevolking die redelijk harmonieus samenleefde. Dat was in de streek rond Jeruzalem wel anders.

Herodes
Palestina werd in die tijd geregeerd door koning Herodes de Grote die er in de bijbel niet best vanaf komt. Herodes, van niet-Joodse afkomst en daarom gehaat, kwam aan de macht als beloning voor zijn militaire steun aan de Romeinen toen deze Cleopatra aan de macht hielpen. Hij moest rekening houden met de uiterst precaire geopolitieke situatie: zijn machtige zuiderbuur, het Egypte van Cleopatra, stond op goede voet met de Romeinse keizers en wilde zijn rijkje graag opslokken. Hij bestuurde Palestina bruut, gehaat door de bevolking, maar bekwaam. Later werd Herodes opgevolgd door zijn minder competente zonen Antipas en Archelaos. Later zou heel Palestina worden geannexeerd door de Romeinen.

Godsdienstige dictatuur
De joodse sekte van de Farizeeërs, die je het beste kunt vergelijken met Saoedi-Arabië of een soort taliban, eiste een strikte gehoorzaamheid aan de sabbat en de joodse spijswetten. De Farizeeën waren de voorlopers van wat later het talmoedische jodendom zou worden. Stenigingen en openbare geselingen waren aan de orde van de dag en ook de Romeinen hadden een reputatie hoog te houden wat bloeddorstige straffen betreft.
De Romeinen kon dit niet zoveel schelen. Ze wilden alleen dat de orde werd gehandhaafd en dat er geregeld grote schattingen naar Rome werden verscheept.

Stenigingen, zoals hier in de islamitische republiek Iran, kwamen ook in het jodendom veel voor.

Jezus als persoon
Uit de bijbel kunnen we opmaken dat Jezus een hoogbegaafde en gevoelige man was. In een later evangelie staat dat hij al op jonge leeftijd met rabbijnen, joodse godsdienstgeleerden, over religieuze zaken discussieerde. Het bij hoogbegaafden veel voorkomende gevoel voor rechtvaardigheid en zijn gevoeligheid vinden we onder meer terug in de beroemde episode, waarin hij het leven redt van een van overspel beschuldigde vrouw die dreigde te worden gestenigd. Veel van de ziel van Jezus vinden we terug in de christelijke ethiek.

In de bijbel staat beschreven dat Jezus lezingen hield in de synagoge. In die tijd was dat net als nu voorbehouden aan rabbijnen. Jezus was dus een rabbijn en uitstekend op de hoogte van de joodse wetten uit de torah. Deze wetten zijn, net als bijvoorbeeld de sharia-wetten, naar huidige maatstaven nogal wreed en barbaars. Zo moest een vrouw die niet om hulp had geroepen tijdens een verkrachting binnen een dorp of stad, gestenigd worden of trouwen met haar verkrachter. Homo’s en aanbidders van andere goden dan de joodse oppergod Jahweh werden geëxecuteerd.

Jezus was een moedige, principiële man die geen blad voor de mond nam. Jezus’ “ketterse” uitspraken stonden de religieuze leiders niet aan. Vandaar dat hij uit de synagogen werd geweerd en steeds meer openluchtbijeenkomsten hield, waar duizenden mensen op af kwamen. Uiteindelijk zou dit hem het leven kosten.

Hoe Jezus het rabbinale jodendom opblies
Met zijn visionaire en briljante geest vond Jezus de oplossing om voorgoed af te rekenen met de weerzinwekkende oudtestamentische wetten. In de torah staat namelijk: heb je medemens lief als jezelf en heb God lief boven alles. Dat is de hoogste wet. Met andere woorden: als je dit basisgebod, dat verder gaat dan de Gulden Regel, in praktijk brengt, zijn de andere wetten niet meer nodig. Je wordt niet onrein door je niet aan de strenge joodse halacha, de spijswetten, te houden, maar door leugens en achterklap.  Jezus verwoordde het kernachtig: niets dat van buitenaf in de mens komt kan hem onrein maken (reinheid en onreinheid is een obsessie in veel primitieve religies), maar wat er uit de mond van de mens komt, maakt hem onrein (Marcus 7:15).

Jezus, volgens sommigen, zowel de meest invloedrijke als de minst begrepen persoon uti de wereldgeschiedenis.

Tot dan toe werd door de joden geloofd dat alleen je zo goed mogelijk aan de joodse wetten houden, je kon redden uit de hel, alsof je met een zaklantaarn in het donker door een doolhof manoeuvreert. Alleen door een dier te offeren en daar je slechte dingen in te stoppen, de zondebok,  kon je jezelf bevrijden van allerlei slechte dingen, zonden, die je had begaan. De kern van het grote ritueel op Grote Verzoendag, Jom Kippoer.

Het briljante inzicht van Jezus was: wat je moet slachtofferen is niet een offerlam, maar je zondige natuur. Je moet niet jezelf, maar God centraal stellen in jezelf. Dan verdwijnt de neiging om verkeerde dingen te doen steeds meer.  Als jij evenveel van je medemens houdt als van jezelf, voel je de behoefte niet meer om je medemens te bestelen, te vermoorden en te verkrachten. Wat Jezus hiermee deed was een manier laten zien waarop mensen boven hun ik konden uitstijgen en het zondeprobleem structureel oplossen. Kortom: Jezus was een visionair zoals er maar weinig hebben geleefd.

Jezus, geen profeet maar een spirituele Einstein
Door islamieten wordt vaak beweerd dat Jezus een profeet was, een soort boodschappenjongen van God. Dit is, zoals uit het vorige blijkt, onjuist. Je kan Jezus het beste vergelijken met een spirituele Einstein, iemand die een totaal nieuw paradigma brengt waardoor losse puzzelstukjes in één klap op hun plaats vallen. Uiteraard gaan Jezus’ inzichten nog veel verder dan in dit korte artikel behandeld kunnen worden. Hierover in een volgend artikel meer. Tot die tijd: het evangelie van Marcus beschrijft Jezus’ ideeën kernachtig.

Het populisme ontmaskerd

Maarten van Rossem ziet het populisme het liefst zo snel mogelijk verdwijnen.
Politieke partijen als de PVV en eerder de SP en LPF krijgen vaak het verwijt te horen dat ze ‘populistisch’ zijn. Verontrustend nieuws: het populisme blijkt veel dieper geworteld in de Nederlandse samenleving dan gedacht…

Volgens de gepensioneerde hoogleraar Amerikaanse geschiedenis Maarten van Rossem, een invloedrijk PvdA-lid en wereldberoemd in de Amsterdamse grachtengordel en omstreken, moet het populisme ‘snel verdwijnen’.

Ook de vooraanstaande Franse krant Le Monde, spreekbuis van de Franse elite, spreekt zijn zorgen uit over het populisme in België en Nederland en noemt het een ‘ziekte‘.  De Nederlandse elite maakt zich grote zorgen over de opkomst van ‘populistische’ partijen, blijkt uit een recent onderzoek van de Volkskrant. Als de groten der aarde zich zo zorgen maken, moet er wel wat aan de hand zijn. Kortom: reden voor visionair.nl om even een kijkje te nemen in de keuken.

Wat is populisme?
Volgens het woordenboek Van Dale is populisme “het; o (min) neiging zich te richten naar de massa vd bevolking“. Een eenvoudige en heldere definitie, waarmee een aantal dringende vragen zijn te beantwoorden. Vanuit visionair oogpunt is natuurlijk vooral de vraag interessant: hoe ziet een land er uit dat wordt beheerst door het populisme?

Een aantal verontrustende conclusies zijn alvast te trekken. Het populistische gevaar is veel groter dan zelfs de grootste anti-populisten durven te vermoeden…

Parlementaire democratie is populistisch

Ed van Thijn redde Nederland van het populisme door het referendum en de gekozen burgemeester tegen te houden.
Eén keer per vier jaar zijn er algemene verkiezingen. Hierbij geldt dat iedere stem even zwaar telt. Met andere woorden: de grote massa van het volk, niet een ter zake kundige elite, bepaalt welke partij het grootste wordt.

De stem van Achmed de straatveger uit Alblasserdam telt even zwaar als de stem van Mark de minister-president uit Den Haag. Hierbij zal de partij met, om Van Dale aan te halen, de sterkste neiging zich te richten tot de massa van het volk, normaliter de meeste stemmen halen. Kortom: de beslissing om algemeen kiesrecht in te voeren was een schandelijke knieval voor het populisme. Hiermee is de kiem gelegd voor de huidige opmars van populistische partijen.

Referendum en republiek zijn populistisch
U zou het niet geloven als u ex-veilingmeester Pechtold hoort oreren over het populistische gevaar, maar juist zijn partij D’66 was tot voor kort ernstig aangetast door dit verderfelijke virus.

Zo was D’66 in haar begindagen voorstander van invoering van de republiek. Met andere woorden: de meerderheid van de bevolking bepaalt op populistische wijze wie president wordt in plaats van het elitaire koningschap. Ook heeft D’66 in haar meer idealistische dagen geprobeerd het correctief referendum, waarbij de meerderheid van de bevolking rechtstreeks bepaalt wat voor besluit er wordt genomen, aangenomen te krijgen. Geen wonder dat antipopulist Ed van Thijn er in samenwerking met andere regenten werkelijk alles aan gedaan heeft, het referendum te torpederen.

De ware aard van het populisme ontmaskerd
Sommigen van u, waarde lezers, zullen het al vermoed hebben. Inderdaad, populisme en democratie zijn synoniemen. Populisme en democratie zijn hetzelfde. Met andere woorden: mensen die zich tegen het populisme keren, willen in werkelijkheid minder democratie. Begin negentiende eeuw, denk aan het Congres van Wenen, werden democraten dan ook gezien als groot gevaar door de toenmalige elite. Nu denkt men weinig beter over het populisme.

Personen uit een elite willen zich, net als iedereen, graag beter voelen dan andere mensen en ook meer te zeggen hebben. Alleen, dat al te hardop zeggen is niet zo verstandig als je niet ontmaskerd wilt worden als antidemocratisch. Kortom: de geschiedenis herhaalt zich weliswaar niet, maar rijmt wel.

Het Rosetta Project

Hoe kunnen mensen over duizenden jaren onze teksten nog lezen? Het Rosetta Project werkt aan de oplossing.

De Steen van Rosetta
Het is 1799. Al vele jaren probeerden de eerste egyptologen de raadselachtige hiërogliefen, waarmee de vele tempels, graven en paleizen uit het oude Egypte overdekt zijn te ontcijferen. Tevergeefs.

Reusachtige replica van de Steen van Rosetta waarmee Champollion wordt geëerd.

Dan komt er de doorbraak waarop iedereen hoopt. Franse genietroepen in de Egyptische plaats Rosetta (nu Rashid) ontdekken bij toeval een steen, bedekt met Griekse letters, demotische karakters (een vereenvoudigde, ‘steno’ vorm van hiërogliefen) en hiërogliefen.

Voor het eerst worden er kopieën van dezelfde tekst in een bekende taal, klassiek Grieks (dat archeologen konden lezen), de in het kerk-Koptisch geschreven demotische karakters (die na verloop van enkele jaren werden gedecodeerd) en de onbekende hiërogliefen gevonden. Na jarenlang puzzelen slaagt  de Franse archeoloog  Jean-François Champollion er daardoor in 1822 in de hiërogliefen te ontcijferen. Eindelijk konden onderzoekers de grafschriften en papyrusrollen ontcijferen. Deze vondst was een gelukstreffer. Er bestaan bijvoorbeeld inscripties uit Kreta, Lineair A, die nog steeds niet ontcijferd zijn.

Toekomstige archeologen
Stel, het is  het jaar 2982. De mensheid is vele millennia geleden getroffen door een enorme ramp, een kernoorlog, virus of asteroïdeinslag bijvoorbeeld. De overlevers vielen terug naar de steentijd. Na enkele honderden jaren hebben de overlevenden zich met vallen en opstaan tot een nieuwe beschaving ontwikkeld.

De opbergcapsule bevat een halve glazen bol die zes keer vergroot.

Archeologen vinden overblijfsels van onze steden met inscripties en wonder boven wonder nog een paar intacte boeken. Alleen: na duizend jaar begrijpt niemand meer Engels. De overlevenden stammen bijvoorbeeld af van een groepje in het oerwoud verscholen Twa, pygmeeën, uit Centraal-Afrika die Twi, een totaal van Engels verschillende taal spraken.

Kortom: waar onze verre nazaten behoefte aan zullen hebben is een moderne steen van Rosetta. De Long Now Foundation helpt nu het toeval een handje.

De  Rosetta Disk, opgeborgen in een metalen beschermcapsule van tien centimeter doorsnede, is een nikkelen schijf van ongeveer 7,5 cm doorsnede.

De ene kant trekt direct de aandacht met de inscriptie van een aardbol en teksten in de tien grootste wereldtalen die spiraalsgewijs kleiner worden.  De andere kant bevat 13.000 pagina’s in de schijf geëtste tekst, leesbaar met een microscoop die 650 maal vergroot.

De schijf met stylus en schrijfmateriaal

De schijf overleeft minstens tweeduizend jaar. De dertienduizend pagina’s tekst beschrijven van elke taal het basisvocabulair en grammatica en bevatten gemeenschappelijke grondteksten.

Ook beide helften van de bolvormige beschermcapsule worden benut. Eén helft is een lens die zes keer vergroot. De andere helft bevat een graveernaald en een strook metaal waarop de eigenaren boodschappen achter kunnen laten voor toekomstige generaties. De tijdcapsules zijn helaas nog niet in massaproductie.

Een gelukkige afloop?
De archeoloog Kwanzi Ntutu doet een grote ontdekking. In de ruïnes van een bibliotheek vindt hij een geheimzinnige metalen bol, groter dan een mannenvuist. De bol bevat een metalen schijf met aan één kant een wereldbol, met daaromheen teksten die als een steeds kleiner wordende spiraal om de bol heen wentelen en op lijken te lossen in het niets. Eén daarvan kunnen ze moeizaam lezen: het is Swahili, een antieke taal die in Oost-Afrika veel gesproken werd. Het nieuws gaat per tamtam de wereld over. Uitvinders van over de hele wereld gaan aan de slag om een goede microscoop te ontwikkelen. Dan worden de microscopische teksten op de andere kant van het schijfje leesbaar.

Ontcijferen van de vele papieren archieven gaat nu snel. De wetenschap gaat met sprongen vooruit. Een student van Ntutu, de briljante Lusa Kwama, ontdekt wat de oorzaak was van de ramp: de uitbraak van een dodelijk genetisch gemanipuleerd pokkenvirus, ontwikkeld door een militair lab als wapen. Het schokkende nieuws gaat de hele wereld over. De mensheid leert deze keer van haar fouten en voorkomt door goed toezicht en betere internationale samenwerking dat dit soort rampen ooit nog weer zullen gebeuren.

Dutch