Sireneservers slokken economie op

Share Button

De boosdoeners voor de economische crisis zijn ontmaskerd: sireneservers. Dat zegt Jaron Lanier. Lokt de sirenenzang van Facebook, Google en Amazon de mensheid naar het verderf?

Hoe software de wereld opeet
Bij mijn opa stond er een indrukwekkende encyclopedie, die de gehele bovenste plank van de boekenkast in beslag nam: de Winkler Prins. Hij, met de rest van de familie, maakte familiefoto’s met filmpjes van Kodak in zijn spiegelreflexcamera. Deze foto’s werden in fotoalbums geplakt, die weer een andere forse plank in beslag namen.
Hij heeft het niet meer mee kunnen maken, maar alle functies die ik nu net beschrijf, worden nu overgenomen door de software in de smartphone en op grote servers. Kodak, in zijn  gloriedagen een bedrijf met 100.000 goed betaalde werknemers, is na een doorstart een wankelende patenttrol met nog maar enkele duizenden werknemers. Ook veel fotozaken zijn er niet meer (alleen pasfoto’s vormen nog een laatste, karige niche).

Sireneservers werken economisch als een tornado. Ze slurpen alles op. Bron: Wikimedia Commons

Sireneservers werken economisch als een tornado. Ze slurpen alles op. Bron: Wikimedia Commons

Steeds meer sectoren van de economie treft dat lot. Deze veranderen in krimpende markten. Denk aan de dagbladjournalistiek, fotografie, nu het hotel- en taxiwezen. Er is steeds minder in te verdienen. Het vervelende is alleen, dat er niet nieuwe, meer lucratieve sectoren bij komen. De functies van Kodak, bijvoorbeeld, worden nu overgenomen door Instagram, met misschien twintig mensen in dienst die nu stinkend rijk zijn. Instagram is een miljardenbedrijf, en een goed voorbeeld van wat Jaron Lanier een ‘siren server’ (“sireneserver”) noemt.

Hoe werken sireneservers?
Sirenen waren mythische halfgodinnen uit de Griekse mythologie, die met hun onweerstaanbare sirenenzang scheepslieden naar drie rotsige eilandjes voor de Napolitaanse kust lokten. Ook sireneservers zijn in veel opzichten onweerstaanbaar. Ze vormen een enorm knooppunt van computerkracht en trekken het netwerk waarin ze functioneren naar zich toe. Dit doen ze met hun ‘gratis’ producten: Google met gratis zoekacties, Facebook met gratis sociale profielen en Amazon met voordelige boeken, soms zelfs gratis om onder de kostprijs van een concurrent te kunnen duiken.

Jaron Lanier, homo universalis, hier bezig op een exotisch blaasinstrument. Bron: Wikimedia Commons

Jaron Lanier, homo universalis, hier bezig op een exotisch blaasinstrument. Bron: Wikimedia Commons

Als er eenmaal een sterke sireneserver is, is het voor concurrenten, zoals het Nederlandse vinden.nl, bijna onmogelijk om hiernaast te blijven bestaan. De eigenaar hiervan kan veel zwaardere servers neerzetten, waardevollere data verzamelen en betere service leveren dan de concurrent. Het locatievoordeel, waardoor een bakker in Pau, Zuidwest-Frankrijk, weinig heeft te vrezen van de Warme Bakker uit Surhuisterveen, is totaal weggevallen. Iedereen, overal ter wereld, kan via Google zoeken, op Facebook een profiel aanmaken en op Instagram zijn foto’s plaatsen. Alleen in landen waar sterke overheidscensuur heerst, zoals China en Rusland, maken concurrenten nog een kans.

Wat voor invloed hebben sireneservers op de rest van de wereld?
De eigenaren van sireneservers willen zo makkelijk mogelijk winst maken. Dat betekent dus: winst maximaliseren, risico’s minimaliseren. Wie bijvoorbeeld op Facebook een afbeelding uploadt, is zelf aansprakelijk als hier copyright op zit en een vervelende kerel zoals wijlen Guus de Jong duizenden euro’s eist. Er zijn ook meerdere sireneservers actief op de financiële markten. Deze zaten achter de ingewikkelde financiële producten die leidden tot de bankencrisis van 2008-2013. Deze producten waren zo opgebouwd, dat de winsten naar hun eigenaars gingen en de risico’s naar de rest van de wereld. Op een gegeven moment werden deze sireneservers zo groot dat ze de rest van de wereld meetrokken: de rest van de wereld was domweg te klein geworden om de schokken nog op te kunnen vangen. Alhoewel, zoals bekend, politici er alles aan hebben gedaan de belastingbetalers hiervoor op te laten draaien.

Too big to fail
Wat, volgens Lanier, ook een enorm gevaar is bij een enorme sireneserver, zoals Facebook. Als het serverpark van Facebook down gaat, bijvoorbeeld bij een faillissement, betekent dat dat ook de miljard gebruikers van Facebook hun digitale gegevens kwijt zijn en de duizenden bedrijven waarvan Facebook de sociale relaties beheerst, ook bankroet zijn.

Gratis, maar niet heus
Dat “gratis” is dus maar schijn, stelt Lanier in zijn boek Who Owns The Future (2013). We leveren namelijk iets terug aan sireneservers, dat economisch niet op waarde wordt geschat, maar een enorme waarde heeft: onze persoonlijke gegevens, een groot deel van ons digitale leven. Voor bijvoorbeeld Facebook, beurswaarde 200 miljard dollar,  is elke gebruiker meer dan honderd Amerikaanse dollar waard. Niet dat je als gebruiker ook maar iets van dit geld terug ziet, behalve dan in de steeds toenemende functionaliteit van Facebook. Bij Facebook en Google zijn profielen van je bekend, waarmee gerichte advertenties kunnen worden getoond. Zo zijn er meer toepassingen van big data: Google ontwikkelt met behulp van gedigitaliseerde boeken en webteksten een alomvattend semantisch netwerk van alle menselijke kennis. Googles vertaalservices worden steeds beter door het werk van anderen te analyseren. Op basis van werk van anderen dus, waar Google en Facebook niet voor betalen.  Het gevolg: de economie krimpt en de rijkdom wordt naar de eigenaren van de sireneservers gezogen.

Hoe gaat dit aflopen?
Lanier voorziet dat als we niet ingrijpen, er steeds meer sectoren van de economie zullen worden getroffen door dit proces. Immers, alle techniek bestaat uit informatie. Alle kapitaal zal op worden geslokt door de sireneservers, waardoor de middenklasse, essentieel voor de stabiliteit van een samenleving, verdwijnt.

Gelukkig zijn er volgens hem meerdere manieren, waarop we een nieuwe middenklasse kunnen vestigen en hiermee de economie weer laten groeien. Zo moet informatie niet meer gratis zijn. Hierna het vervolg, en een bespreking of Laniers analyse klopt, en of zijn oplossing inderdaad de reddende engel wordt. En of er ook andere oplossingen zijn.

Bron:
Jaron Lanier, Who owns the future, 2013, Simons and Schuster, ISBN 9781451654967 (nieuwprijs plm. € 25-30, illegale kopieën online beschikbaar)

Share Button

Germen

Hoofdredacteur en analist (Visionair.nl) Expertise: biologische productiesystemen (master), natuurkunde (gedeeltelijek bachelor), informatica

Dit vind je misschien ook interessant:

1 reactie

  1. Bemoeier schreef:

    Op Nujij staat er een vergelijkbaar artikel, De laastste dagen van het kapitalisme heet het.

Geef een reactie

Advertisment ad adsense adlogger