Project CETI: praten in walvistaal

Project CETI wil niet communiceren met buitenaardse wezens, maar met een andere intelligente niet menselijke soort: walvissen. Zal het ons lukken om met walvissen te praten?

Walvissen hebben grotere hersenen dan wij mensen. Waar wij mensen het met ongeveer anderhalve liter moeten doen, hebben grote walvissoorten zoals potvissen en blauwe vinvissen rond de 7 kg grijze massa. Natuurlijk is het lichaam veel groter dan dat van mensen, maar interessant is dat hun hersenmassa vooral in de grote hersenen zit, niet in het deel van de hersenen dat een lichaam bestuurt. Dus walvissen zouden wel eens veel slimmer kunnen zijn dan het lijkt. Vandaar dat onderzoekers nu proberen om de walvistaal te ontcijferen. Zal het ons gaan lukken om met walvissen te communiceren?

Project CETI: Cetacean Translation Initiative

Voluit is project CETI, Cetacean Translation Initiative. Cetaceae is de Latijnse naam voor walvisachtigen. Het project begon in 2017, toen een internationale groep wetenschappers een jaar aan de universiteit van Harvard in Cambridge Massachusetts doorbracht. De Radcliffe Fellowship stelt ze in staat, om met iets heel anders dan hun vakgebied bezig te zijn. Dat had opmerkelijke resultaten. Op een dag hoorde de Israelische Shafi Goldwasser een klikkend geluid dat haar deed denken aan een haperend elektronisch circuit. Collega wetenschapper David Gruber herkende het geluid als dat van potvissen die met elkaar communiceren. Goldwasser kreeg een idee. Wat als ze zouden proberen om deze geluiden te ontcijferen? Waar anders dit idee een stille dood zou zijn gestorven, gaf de Radcliffe Fellowship ze de gelegenheid om het idee ook echt uit te gaan voeren. Ze spraken met een derde collega, Bronstein, die zich bezighield met de nieuwste ontwikkelingen in NLP (verwerking van natuurlijke taal).

De coda kraken

project CETI  walvistaal
Moederpotvis met jong. Zouden potvissen een geavanceerde taal hebben? Bron: Gabriel Barathieu, licentie: CC BY-SA 2.0, https://www.flickr.com/photos/barathieu/7277953560/

De reeksen klikgeluiden van potvissen worden coda’s genoemd. Nu wilde het geval dat de bioloog Shane Gero een groot aantal coda’s had opgenomen rond het Caribische eiland Dominica sinds 2005. Bronstein voerde deze coda’s aan zijn kunstmatige intelligentie en de resultaten waren interessant. Maar helaas waren er te weinig coda’s. Voor een echt goede en grondige analyse heeft kunstmatige intelligentie miljoenen coda’s nodig om project CETI te laten slagen.

Het idee dat dieren over een vorm van taal beschikken is bedacht gezegd nogal controversieel. De grote diergedragkenner Konrad Lorenz dacht van niet. Dieren communiceren wel, maar niet in de vorm van taal. Bij de meeste dieren, die over veel kleinere hersens beschikken dan wij mensen of potvissen, klopt dat ook. De vraag is alleen of dat ook geldt voor dieren die vergelijkbare, of zelfs grotere, hersens hebben dan wij. Denk bijvoorbeeld aan olifanten en potvissen die elk over rond de 6 tot 7 kg hersens beschikken.

Grammatica in vogeltaal

In 2016 kwamen er al scheurtjes in dit beeld, zelfs voor dieren met kleine hersens. De taigagaai, bijvoorbeeld, kent de 25 verschillende “woorden”, die elk een andere duidelijke betekenis hebben. Ook doet bij bepaalde vogelsoorten de volgorde ter zake. Zo bleken koolmezen veel minder te reageren op een bekende alarmkreet als er een roofvogel aankwam, als de onderdelen van deze alarmkreet van plaats werden gewisseld. Met andere woorden niet alleen de klank, maar ook de volgorde was belangrijk, een vorm van grammatica dus.

De hersens van vogels zijn qua omvang maar klein. Maar toch, ondanks dat, is hun taal al redelijk geavanceerd.
Maar hoe zat het nou bij potvissen? Anders dan andere dieren communiceren potvissen over zeer grote afstanden. Dat betekent dat dingen als toonhoogte en klankkleur niet meer mogelijk zijn. Klikgeluiden van potvissen verschillen alleen in de frequentie. Ook kunnen met elkaar communiceren de potvissen elkaar niet zien, met andere woorden alles wat ze zeggen is vervat in de klikgeluiden.

Statistische analyse van coda’s als basis van project CETI

Helaas hebben wij geen woordenboek dat wij hiervoor kunnen gebruiken. Maar wat wij wel hebben is een leertechniek die baby’s en peuters ook gebruiken om ons taal te leren. Statistische analyse. Als de klanken van het woord hond vaak in de buurt worden gebruikt van kwispelend beest, dan leert een baby dat het woord hond te maken heeft met het beest. Deze techniek gebruikt kunstmatige intelligentie ook om een taal te leren, bijvoorbeeld de taal van de potvissen. Het kunstmatige intelligentieprogramma GPT-3, dat griezelig realistische teksten kan produceren, werkt ook op die manier. Het probleem is dat we daarvoor heel erg veel verschillende coda’s nodig hebben. GPT-3, bijvoorbeeld, maakt gebruik van 175 miljard teksten. Ter vergelijking, we hebben maar minder dan 100.000 potviscoda’s.

Daarna ontstaat er een onverwacht probleem. Stel dat de kunstmatige intelligentie er in slaagt om de potvistaal te kraken en met potvissen te praten. Dan hebben wij nog steeds een probleem om communiceren met de kunstmatige intelligentie, want de kunstmatige intelligentie kan alleen de structuur van de potvistaal achterhalen, niet wat de woorden precies betekenen. Al hebben we ondertussen wel kunstmatige intelligentie, die in staat is om tussen twee verschillende talen verbanden te leggen en op die manier in grote lijnen correlatie te vinden. Hoewel de leefwereld van potvissen natuurlijk nogal verschilt van die van mensen, zijn een aantal dingen hetzelfde. Dingen als ademen, voedsel, seks, zich voortbewegen en dingen die te maken hebben met identiteit en het zelf. Daar wil Project CETI gebruik van maken om de walvistaal te ontcijferen.

Zijn walvissen saai, of juist hyperintelligent?

Niet iedereen gelooft dat project CETI een interessante uitkomsten zal hebben. Zo vindt de taalgrootheid Steven Pinker dat we waarschijnlijk niet veel bijzonders zullen vinden, als we afgaan op het gedrag van walvissen. Het zijn namelijk nogal solitaire dieren, die weinig dingen samen doen. Als ze zouden beschikken over een ingewikkelde taal, dan zouden ze waarschijnlijk veel meer coördinatie vertonen dan wij nu zien. Toch hebben de deelnemers aan het project goede hoop dat ze wat interessants gaan vinden. De kleinere dolfijnen, bijvoorbeeld, met ongeveer dezelfde hersenmassa als wij, blijken opmerkelijk intelligent en vaak zelfs de hulp van mensen te vragen als er soortgenoten in de problemen zitten.

Dus wie weet ontdekken wij een complete niet-menselijke beschaving diep in de oceaan. Dat zou spectaculair nieuws zijn, en de walvisjacht, met de wijsheid van achteraf, als een enorme genocide bestempelen.

Bronnen

Projectwebsite van CETI

4 reacties op “Project CETI: praten in walvistaal”

Laat een reactie achter