Risian

Later meer

Robots in de zorg: onvermijdelijk

Veelbelovend nieuws uit Duitsland: binnen enkele jaren zal een robot genaamd Casero in staat zijn bejaarden te verzorgen. Het gaat dan nog vooral om taken die kracht vergen, zoals het verplaatsen van zware spullen. Voor de meer menselijke taken zullen we nog even moeten wachten op de Care-O-Bot 3.

Gevoelig

De zorg is een behoorlijk gevoelig onderwerp. Anders dan met zaken als Defensie, zijn mensen van mening dat menselijke eigenschappen als emoties belangrijke kenmerken zijn voor het personeel.

Voor mensen is het belangrijk dat zij de warmte van een menselijke medewerker voelen. Dat zij een verzorger hebben die grapjes kan maken, en dat die verzorger daarbij zelf ook geen stalen plaat als gezicht houdt.

Onmisbaar

Wat dat betreft is menselijkheid in de zorg onmisbaar. Wat ook onmisbaar is in de zorg is voldoende arbeidskracht.

Deze arbeidskracht kan echter niet alleen geleverd worden door mensen. Althans, het zal niet mogelijk zijn de benodigde arbeidskracht te blijven leveren door mensen. Met de komende vergrijzing en de leegloop in vele gebieden van Nederland zal het onmogelijk zijn de zorg alleen door mensen te laten gebeuren.

Demografische ontwikkelingen

Binnen enkele decennia zal Nederland te maken krijgen met onder meer:

  • Een hogere levensstandaard
  • Een minder snel stijgende bevolking
  • Een toenemende vraag naar zorg
  • Wellicht minder immigratie gezien de huidige politieke voorkeur van velen op dit terrein

Een combinatie van deze demografische factoren zorgt ervoor dat er met minder mensen meer mensen verzorgt moeten worden. Vooral het vooruitzicht dat binnen enkele tientallen jaren één vijfde deel van de potentiële beroepsbevolking in de zorg moet werken, is schrikbarend.

Tekort aan mensen

Bovendien is zorg niet één onderwerp. Het is een verzamelnaam van meerdere onderwerpen. De zorg kent talloze beroepen, en al die beroepen vergen specialisme. Dat specialisme vergt weer jarenlang onderwijs en studie.

Een voorbeeld: voordat iemand afgestudeerd is als kaakchirurg, heeft die persoon vijftien jaar moeten studeren. Dat staat gelijk aan ongeveer één derde deel van iemands totale aantal werkjaren. En dat is maar één voorbeeld van een beroep in de zorg.

Als je daarbij in het achterhoofd houdt dat mensen vrijwel nooit in die sectoren werken waar het land behoefte aan heeft, dan is het een reële aanname dat Nederland vroeg of laat met een ernstig tekort aan arbeidskracht in de zorg te maken krijgt.

Tenzij…

Er zijn twee manieren om dat tekort te voorkomen.

De ene manier is om toch één vijfde deel van de potentiële beroepsbevolking in de zorg te laten werken. Behalve dat deze maatregel te veel zou vergen van ons arbeidspotentieel als land, zou het ook op verzet van de meerderheid van de bevolking stuiten. Immers, mensen moeten bij het nemen van deze maatregel wel verplicht worden een bepaald beroep te gaan uitoefenen, en zie dat maar eens voor elkaar te krijgen.

Het alternatief is het in gang zetten van een proces wat op de langere termijn de zorg minder afhankelijk moet gaan maken van mensenhanden: robotisering.

Dit proces vergt echter wel het nodige van de samenleving:

  • Allereerst moet de politiek bereid zijn om, over meerdere kabinetsperioden heen, te investeren in deze oplossing.
  • Ten tweede moeten burgers overtuigd worden van de noodzaak om de zorg minder afhankelijk te maken van schaarse menselijke arbeidskracht.
  • Daarnaast moeten er de nodige technologische verbeteringen komen.

Het laatste behoeft in de 21e eeuw geen probleem te zijn. Voor de andere twee vereisten zijn burgers en politici nodig die naar de lange termijn kijken.

Robots in de zorg

Uiteindelijk moet dit proces leiden tot het inzetten en de acceptatie van menselijke robots in de zorg.

Natuurlijk moeten mensen niet van de ene op de andere dag vervangen worden door robots. Zeker in de zorg is veiligheid van het grootste belang.

We moeten echter af van de gedachte dat zorg alleen maar een mensentaak kan zijn. Dat is nu misschien nog wel zo, maar dat hoeft niet zo te blijven.

Ziehier het wonder van de 21e eeuw: technologische vooruitgang

Burgerschapsexamen: een afstraffing, geen oplossing

Een burgerschapsexamen: volgens sommigen dé oplossing voor onverantwoord gedrag. Een dergelijk examen zou namelijk enkel het burgerschap geven aan mensen die in staat zijn op een bepaald niveau te functioneren. Mensen die, zeg maar, niet te simpel zijn om belangrijke beslissingen te kunnen nemen en daartoe bepaalde rechten te verkrijgen.

Het klinkt als de ideale oplossing: geef mensen die onverantwoord gedrag zouden kunnen vertonen minder rechten. Helaas, dat is het niet. We zullen onszelf, als land, er enkel mee in de vingers snijden.

Elite

Voorstanders van een burgerschapsexamen denken dat, wanneer diegenen die het vereiste niveau niet hebben om goed mee te doen in de samenleving het burgerschap ontzegt wordt, er een elite ontstaat die wel verantwoord gedrag vertoont. Die elite zou weten wat het beste is voor de samenleving en deze naar een hoger niveau tillen.

In de Pruikentijd bepaalde een kleine, gegoede kliek wat het beste was voor de Republiek. In de praktijk betekende dat: hun eigen belang.

Deze zijde van het verhaal is uiteraard in bepaalde opzichten verdedigbaar. Immers, wat is ertegen om de meest competente burgers de meeste rechten te geven?

De keerzijde is echter dat het grootste deel van de samenleving ermee buitenspel wordt geplaatst. Deze mensen zullen minder zelfbeschikkingsrecht krijgen. Zij zullen als gevolg daarvan minder geneigd zijn zich in te zetten voor de samenleving, waardoor we als land beduidend minder burgers zullen hebben die wat opleveren. Zestien miljoen mensen is op wereldschaal al niet veel; een reden om die zestien miljoen mensen zo optimaal mogelijk in te zetten en hen niet aan de zijlijn toe laten kijken.

Stop van de vooruigang

Maar wat misschien nog wel veel erger is op de lange termijn, is dat de vorming van een nieuwe elite de vooruitgang stopt. Immers, wat voor belang heeft de elite daarbij?

Er zal een situatie ontstaan waar ook sprake van was in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. In de Republiek werden, om oorlogen te financieren, staatsobligaties uitgegeven. De kopers ervan, voornamelijk regenten, werden rijk van de interest die ze erover kregen. Zij hadden dan ook geen reden de financiële positie van het land, of de Statenbond, te verbeteren, want ze werden er zelf beter van.

Geen oplossing
De overeenkomst met een samenleving die een burgerschapsexamen kent, is dat de elite die onvermijdelijk ontstaat, geen reden zal hebben de positie van het volk als geheel te verbeteren. Een burgerschapsexamen is dan ook geen oplossing voor het veronderstelde probleem van gebrekkig verantwoord gedrag; het is het weglopen van de elite voor de problemen. Problemen worden niet opgelost, zij worden genegeerd.

Bovendien; met het toenemende gebruik van verslavende middelen, is haast iedereen wel aan te merken als ‘klootjesvolk’, dat deel van het volk wat dus weinig toevoegt en vooral overlast geeft. Zelfs onze voormalige minister van Binnenlandse Zaken kan dan als incompetent bestempeld worden, puur vanwege het feit dat zij een moment had waarin ze zichzelf niet in de hand had.

En onze voormalige minister staat niet alleen. Er is in Nederland nauwelijks nog een elite, een enkel individu daargelaten. Onder invloed van vooral linkse politiek die de gelijkheid van mensen benadrukt, is de elite zich steeds meer gaan gedragen als het gemiddelde volk. Als je bedenkt dat politiechefs, hoogleraren, parlementsleden en zelfs regeringsleiders zich steeds vaker gedragen op een manier waar je je voor schaamt als burger, dan vraag ik mij af hoeveel mensen eigenlijk nog zouden slagen voor een burgerschapsexamen.

Een echte oplossing
Een burgerschapsexamen zorgt, als het al zou werken, voor een tweedeling in de samenleving. Daar zal vroeg of laat de elite ook de gevolgen van gaan merken.
In plaats van weg te lopen voor de problemen door vervelende mensen buiten de samenleving te plaatsen, zou er naar een echte oplossing gezocht moeten worden. Dat zal deels vanuit de politiek moeten gebeuren: meer geld naar onderwijs, en ook meer kennis in het onderwijs. In plaats van mensen naar beneden, van de sociale ladder af te stoten, zou je ze moeten helpen naar boven te klimmen.

Pas eind negentiende eeuw kwam er meer aandacht voor de allerarmsten en ontstond de burgerrechtenbeweging.

Daar mogen best eisen aan gesteld worden. Je mag ook best wat verlangen van de mensen zelf. Zo zal het gebruik van afstompende middelen verminderd moeten worden. Elitair gedrag moet niet langer veroordeeld worden: iedereen moet het recht krijgen zich zo te gedragen dat zij een voorbeeld zijn voor anderen. We moeten bovendien af van de gedachte dat iedereen voor elkaar moet zorgen. Uiteraard; mensen die niet in staat zijn voor zichzelf te zorgen moet geholpen worden. Maar mensen die domweg niet willen moet ook niet de hand boven het hoofd gehouden worden.

Oftewel…
De echte oplossing is dus niet mensen buitensluiten, maar hen meer kansen geven om mee te doen. En daar een geschikt klimaat voor scheppen waarin zij niet veroordeeld worden wegens elitaire trekjes.

Een burgerschapsexamen is uiteindelijk ook maar een momentopname, één die bovendien mensen eerder kansen ontneemt dan hen kansen schenkt.

Mensen moeten bovendien genoodzaakt worden die kansen te benutten. Grijp je de kans om bijvoorbeeld langer door te leren niet aan, dan moet je ook geen hoog loon verwachten.

Uiteindelijk is de echte oplossing mensen te stimuleren om initiatief te nemen en zo hogerop te komen. Daarvoor moet de overheid middelen als onderwijs beschikbaar stellen, maar ook de mensen zelf moeten min of meer gedwongen worden. Maar we moeten zeker geen mensen af gaan straffen met een burgerschapsexamen.

Zie ook: Burgerschapsexamen invoeren?

Europese samenwerking: nog een weg te gaan

Europa: een continent wat al eeuwenlang verandert. Van de Renaissance tot de Wetenschappelijke Revolutie tot aan de Verlichting en de Industriële Revolutie toe. Dit zijn allemaal voorbeelden die laten zien dat Europa zich door de eeuwen heen steeds verder ontwikkeld heeft. Zelfs zware klappen die het te verduren kreeg, zoals de Wereldoorlogen, kwam het te boven.

Want sommige Europese landen kozen na de Tweede Wereldoorlog voor iets wat de basis legde voor een stabieler continent: supranationale samenwerking, eerst in de EGKS, toen in de EEG en later in de EU en de EMU.

Wie goed kijkt, ziet dat er parallellen te trekken zijn tussen aan de ene kant de hoogtepunten van eerdere eeuwen en aan de andere kant het succes wat voortvloeide uit de Europese samenwerking. Beide groepen laten zich namelijk kenmerken door eenzelfde eigenschap: er werd niet in grenzen en verschillen gedacht, maar er werd naar de landen gekeken met een grensoverschrijdende blik en er werd gedacht in overeenkomsten.

Overeenkomst

De EU breidt zich nog steeds sterk uit. Moeten Rusland of Turkije toegelaten worden?

Het is opvallend dat hoogtepunten in de vormgeving van Europa altijd plaatsvonden op momenten dat de mensen niet in hokjes dachten. Tijdens de Renaissance kreeg Europa interesse in het Klassieke Erfgoed; Europees erfgoed. Ten tijde van de Wetenschappelijke Revolutie werd kennis uit heel Europa gedeeld en verbeterd. De Verlichting ging uit van idealen die voor iedereen zouden moeten gelden. Industrie werd daar gevestigd waar het wat opbracht.

In al deze gevallen maakte het niks uit waar de kennis of ideeën vandaan kwamen. Of waar een technologie als de stoommachine zijn oorsprong had. De kennis en ideeën werden zo optimaal mogelijk benut door alle landen door deze te delen. Daar profiteerden alle landen, en dus ook de Europese bevolking als geheel van.

Met de Europese eenwording is het niet anders. In plaats van dat na de Tweede Wereldoorlog alle landen op zichzelf verder gingen, besloten enkele landen gezamenlijk voor hun belangen op te gaan komen. Destijds was dat vooral het voorkomen van een nieuwe oorlog, later kwamen daar ook economische belangen bij. En er kwamen niet alleen meer deelterreinen, ook het aantal landen wat deelnam steeg.

De schoonheid van eenheid

Hoe meer mensen samenwerken zonder vooroordelen, hoe beter doelen gerealiseerd kunnen worden. Wat dat betreft is de Europese samenwerking een voorbeeld voor de wereld te noemen. Net als de Verlichting en de Wetenschappelijke Revolutie is verregaande samenwerking tussen landen een middel om conflicten te beperken en om vooruitgang tot stand te brengen, of beter gezegd, vooruitgang in beweging te houden.

Napoleon Bonaparte (en later Hitler) liep met zijn legers bijna heel Europa onder de voet. Zal de EU hetzelfde resultaat met vreedzame middelen bereiken?

Natuurlijk zijn er ook mensen die het allemaal maar een slecht idee vinden. Verandering is ten slotte vaak iets engs, omdat het vreemd is. Uiteraard zijn dit enkel onderbuikgevoelens. Deze gedachtegang komt voort uit het beperkte vermogen van sommigen om zich open te stellen voor nieuwe ideeën.

Want mensen die tegen Europese samenwerking zijn, realiseren zich blijkbaar niet dat een verenigd Europa, en zelfs een verenigde wereld, niet meer dan logisch is. Als we de wereldkaart bekijken, dan zien we een planeet zonder grenslijnen. En dat is ook hoe die wereld in elkaar zit: alle landen zijn geologisch gezien met elkaar verbonden. De atmosfeer, waterhuishouding, eigenlijk alle milieuaspecten, omvatten de hele aarde. Wil je daar goed beleid over kunnen voeren, dan zul je samen moeten werken.

En dat is ook helemaal niet erg. Het is nergens voor nodig om mensen in een land (lees: hokje) geboren te laten worden en hen daar te laten. Welk bezwaar is ertegen om mensen vrij van land naar land te laten reizen? Waarom zouden landen elkaar moeten blijven beconcurreren als dat het oplossen van problemen in de weg staat, zoals we in Kopenhagen hebben gezien?

Succes van Europa – vereisten

Als Europa, en dus ook Nederland, een rol willen blijven spelen in de wereld, dan zullen de Europese landen nog meer samen moeten werken. Turkije moet in zo’n geval bij de EU komen, en zelfs Rusland moet proberen overgehaald te worden.

Daarnaast – en misschien moet dat wel voor horizontale uitbreiding gebeuren – moet de Europese Unie verticaal, dus de diepte in, uitbreiden. Er moet op nog meer beleidsterreinen samengewerkt worden. Ook moet er één duidelijke stem gaan klinken. We moeten geen verzameling landen blijven, maar één superland worden. Hiertoe dient het beleid van verschillende overheden aan elkaar te worden gekoppeld.

Uiteraard zullen al die overheden ook aan dezelfde eisen omtrent schulden en wetgeving moeten voldoen. Dit om de kwaliteit van de samenwerking te waarborgen.

Succes van Europa – middelen

Om Europa een duurzame toekomst te geven, zal het allereerst moeten democratiseren. De EU is nu in de ogen van veel mensen nog een te elitaire club die vooral opgedrongen wordt. Van dat idee moeten we eerst af. Mensen moeten het idee krijgen dat zij invloed kunnen hebben op de Unie. Om deze reden moet het Europees Parlement meer bevoegdheden krijgen.

De EU begint steeds meer trekken te vertonen van een superstaat. Voor- en tegenstanders zijn sterk verdeeld over hoe we verder moeten met de EU.

Als Europa stabiel wil zijn, dan moet er niet alleen één munt komen, maar ook een fiscale unie, gemeenschappelijk loonbeleid, en een echte gemeenschappelijke markt, inclusief een gemeenschappelijke kapitaalmarkt (Europese obligaties) en dezelfde prijsindexen en inflatiecijfers voor de hele Unie.

Alleen een gemeenschappelijke munt hebben is namelijk niet genoeg: als de inkomens van mensen door verschillende lonen, belastingen, prijzen en inflatie verschillen, kan één munt nog steeds voor verschillende reeële inkomens zorgen. Je kunt dan met je euro nog steeds niet overal evenveel kopen, ook een reden om tot één gemeenschappelijke, transparante markt te komen. Het mag niet langer zo zijn dat sommige landen door exportoverschotten andere landen in de problemen brengen. Die tweedeling moet worden weggenomen, en dat kan enkel door de deelnemende landen nog verder aan elkaar te koppelen.

De hele economie wordt bepaald door variabelen die met elkaar in verbinding staan. Als je één variabele daarvan, zoals een munteenheid, aan elkaar koppelt als groep landen, dan moet je ook bereid zijn de andere variabelen, zoals eerder genoemd, niet langer te laten variëren.

Het gaat goed

Het is goed om te zien dat politici uit alle landen hun best doen om Europa overeind te houden. Want Europa is, eerlijk waar, een erfenis waar we trots op mogen zijn. Net zoals de Verlichting ons dezelfde idealen gaf, kan een verenigd Europa ons, alle Europeanen en iedereen die verder mee wil doen, de kans geven om over onze denkbeeldige grenzen heen te kijken.

Op een kritische wijze, zoals verlichte denkers het graag zouden willen, maar ook met een vleugje enthousiasme en een tikkeltje optimisme.

Separatisme – logisch en verdedigbaar

Israël doet het. Spanje doet het. Marokko, Sri Lanka en China doen het. De Sovjet-Unie deed het. En er zijn nog veel meer landen te bedenken die eraan meedoen.

Alle genoemde en niet-genoemde landen hebben namelijk één gemeenschappelijk kenmerk: zij onderdrukken systematisch minderheden in hun land. Deze landen (neem Spanje) proberen tegen de wil van bepaalde minderheden (de Basken) die minderheden te dwingen de centrale overheid als hun overheid te erkennen. Ik zeg bewust proberen, want het is gedoemd te mislukken.

Ga toch weg

Wij hebben er allemaal een hekel aan als mensen zich opdringen. Niemand houdt van lastige verkopers die je iets aan proberen te smeren, gelovigen die per sé willen dat je naar hen luistert, of, voor de beroemde mensen onder ons, journalisten die een microfoon haast je neus induwen. En dat is allemaal ook best logisch. Ten slotte kun jij prima zonder die mensen, en hoogstwaarschijnlijk ben je ook niet in hen geïnteresseerd als ze koste wat kost jou aandacht willen vragen. Zo werkt het ook met overheden; op sommige gebieden zijn ze nodig. Maar als je het idee hebt dat je de overheid niet nodig hebt, en diezelfde overheid denkt daar anders over, dan kan zij nog irritanter zijn dan de verkoper, de gelovige en de journalist.

Een vergeten tragedie. Sahrawi-vluchtelingen uit de illegaal door Marokko bezette Westelijke Sahara bivakkeren in buurland Algerije. Bron/copyright: Triangle GH

Zeker als die overheid maar niet ophoudt zich aan je op te dringen, en zij zover gaat dat je zelfs bereid bent geweld te gebruiken om die overheid van je af te houden. Op zo’n moment moet er bij de overheid toch eigenlijk wel een lichtje gaan branden. En dat lichtje zou dan moeten zeggen: ‘als die mensen niks met ons te maken willen hebben, wie zijn wij dan om te bepalen dat zij geen keus hebben?’

Ik ga niet weg

Helaas gaat dat lichtje niet altijd branden. In plaats daarvan brengt de overheid in veel gevallen een ander soort licht. Dat van wapens welteverstaan. De gedachte daarbij is dat de mensen die niks met de overheid te maken willen hebben, of zoals ze ook wel genoemd worden ‘separatisten’, door middel van geweld gedwongen moeten worden wel naar de overheid te luisteren. Dat die mensen misschien wel terecht niks met de overheid te maken willen hebben, komt nog steeds niet bij de staat op. Het moge duidelijk zijn dat geweld niks oplost. Helaas denkt men daar in Sri Lanka anders over. Het overheidsleger streed daar tegen een groep separatisten, de Tamil Tijgers. Op 18 mei 2009 claimde het leger van de overheid de overwinning: de Tamils waren verslagen. De hele strijd, die decennia duurde, had uiteraard aan beide kanten de nodige mensenlevens gekost. Maar de overheid had ten minste het idee dat haar doel bereikt was: geen opstandelingen meer.

Als je niet weggaat dan ontstaat er…

Maar had de overheid van het eiland zich niet beter eerst kunnen afvragen: als wij activisten vermoorden, wil dat dan ook zeggen dat hun ideeën uit de samenleving verdwijnen? Het antwoord hierop zou natuurlijk ‘nee’ geweest zijn. Het is belachelijk om te denken dat je het verlangen naar onafhankelijkheid de kop in kunt drukken door de strijders ervan om het leven te brengen. Daarmee laat je het separatisme niet verdwijnen, sterker nog, je wakkert enkel meer afkeer van de overheid aan.

Want separatisme is niets meer dan een logisch gevolg van twee factoren: Nummer één is dat mensen graag over zichzelf, of dat een groep mensen graag over de eigen groep wil kunnen besluiten. Nummer twee is het gegeven dat sommige overheden hier geen gehoor aan geven. Het is niet moeilijk te begrijpen dat deze twee gegevens met elkaar botsen, en dat de overheid op die manier zelf verantwoordelijk is voor de afkeer van mensen tegen haar beleid van onderdrukking.

Waarom groepen van nature gesepareerd zijn

Er zijn op deze wereld veel verschillende culturen en groeperingen.

De Amish zijn een christelijke groep die moderne technologie verwerpt. Door hun sterke pacifisme zijn er weinig conflicten met andere Amerikanen.

Zij hebben allemaal andere gewoonten en gebruiken. Mensen die dezelfde normen, waarden, tradities, taal en geschiedenis hebben, vormen logischerwijs een groep. Zij delen ten slotte bepaalde eigenschappen met elkaar, en leven op dezelfde manier.

Echter, zodra je er een groep naast gaat zetten, of erger nog, erboven, terwijl die groepen niks met elkaar hebben, dan is dat vragen om problemen. Want je kunt niet hopen dat mensen met jou samen gaan leven alleen maar omdat je een lijntje op de kaart tekent en die mensen toevallig binnen datzelfde lijntje wonen. Dat ene lijntje op de kaart is simpelweg geen bindende factor voor de verschillende groepen; zeker niet als zij dat lijntje niet erkennen. En ook zeker niet als zij verschillende talen spreken of een andere historische achtergrond of andere gebruiken hebben.

Verdedigbaar

Niet alleen is het dus logisch dat de overheid van een land als Spanje vraagt om moeilijkheden door minderheden haar wil op te leggen, ook is het te verdedigen dat bijvoorbeeld de Basken voor zichzelf opkomen. Een volk dient te allen tijde zelfbeschikkingsrecht te hebben. Net zoals we het niet meer dan normaal vinden dat een individueel mens over zijn eigen leven mag bepalen, dient dat ook te gelden voor groepen mensen. Uiteindelijk is een groep mensen een som, zelfs meer dan dat, van individuen, dus waarom zouden persoonlijke mensenrechten niet ook voor groepen mensen gelden?

Dat wil uiteraard niet zeggen dat alle methoden voor meer zelfbeschikking verdedigbaar zijn. Net zoals geweld door de overheid contraproductief werkt, geldt dat ook voor onafhankelijkheidsstrijders: door geweld te gebruiken keer je de mensen tegen je. Daar is niemand bij gebaat. Het is misschien wel begrijpelijk, maar zeker niet doeltreffend.

Oplossingen

Geweld is bovendien niet nodig, als andere methoden voorhanden zijn. De bewoners van de West-Sahara zetten bijvoorbeeld recentelijk tentenkampen op als protest tegen de Marrokaanse overheersing. Die tentenkampen werden geruimd. Betreurenswaardig. De internationale gemeenschap had hier sterk tegen in opstand moeten komen. Want deze mensen deden niks anders dan voor hun rechten opkomen.

ETA schuwt grof geweld niet om haar ideaal, een socialistische Baskische staat, te bereiken.

Helaas was geweldloos protesteren in de West-Sahara dus niet succesvol. Maar er zijn voorbeelden te noemen waarbij vreedzame protesten en het uitoefenen van druk op de politiek wel degelijk effect sorteerden. Aan het eind van de Koude Oorlog kregen bijvoorbeeld veel volkeren het recht zichzelf te besturen, toen Moskou hen niet langer verplicht deel liet uitmaken van de USSR.

Bovendien hoeft het geven van meer recht op eigen bestuur aan minderheden niet direct te leiden tot het uiteenvallen van een land. In België is al langere tijd een proces van federalisering aan de gang. De Nederlandstaligen en Franstaligen krijgen het op steeds meer gebieden zelf voor het zeggen. Dit leidt er waarschijnlijk toe dat België vroeg of laat, al dan niet officieel, opgedeeld wordt. Dat hoeft helemaal geen ongezonde ontwikkeling te zijn als de aparte landsdelen en deelculturen het ermee eens zijn.

Uiteindelijk is het geven van zelfbeschikkingsrecht aan bepaalde minderheden ook gewoon de beste oplossing: de staat hoeft geen oorlog in eigen land te voeren en de minderheden krijgen waar zij recht op hebben: een leven waarover ze zelf kunnen beslissen, en op hun eigen wijze.

Dutch