Planned obsolescence: waarom er geen eeuwigdurende gloeilamp was

De aluhoedjes hebben gelijk. Niet voor niets was er geen eeuwigdurende gloeilamp te koop. Keer op keer maken fabrikanten doelbewuste ontwerpbeslissingen om zoveel mogelijk te kunnen verkopen. Ontwerpbeslissingen, die meer vervuiling en meer uitputting van grondstoffen betekenen. Maak kennis met planned obsolescence.

Wat is planned obsolescence?

Op een gegeven moment zijn producten overbodig geworden. Soms komt dat door normale slijtage die niet te voorkomen is. Soms door technische veroudering. Of omdat ze uit de mode raken. En soms, omdat het de bedoeling is dat ze veel sneller kapot gaan dan normaal. Of achteruit gaan in functies, omdat de fabrikant, bijvoorbeeld Apple, geniepig de prestaties omlaag schaalt in smartphones. Zodat consumenten een dure, nieuwe smartphone moeten kopen. Dit laatste concept is “planned obsolescence” (geplande overbodigheid) genoemd.

De “Centennial Light Bulb” brandt al meer dan een eeuw onafgebroken, maar geeft nu veel minder licht dan in het begin. Planned obsolescence maakt dat gloeilampen korter, maar feller branden. Bron: Wikimedia Commons/LPS.1

Waarom bestaat planned obsolescence?

Voor een belangrijk deel is dit aan fabrikanten te wijten. Maar ook aan ons, de consumenten. Keer op keer kiezen we voor modeartikelen in plaats van voor kwaliteit die een leven lang meegaat. En vooral aan ons economische model. Verandering registreren we als groei. Een economie waar in hoog tempo de natuur wordt omgezet in een afvalberg, kent veel hogere groeicijfers dan een Eldorica-achtige economie, waar bijvoorbeeld auto’s honderd jaar lang meegaan en huizen een kleine eeuwigheid.

Wat zijn de gevolgen?

Voor fabrikanten is er natuurlijk een enorm voordeel: meer verkopen. Maar ook de extra werkgelegenheid die planned obsolescence oplevert doet het goed in de werkloosheidscijfers. En voor de belastinginkomsten.

De prijs die de aarde, en dus wij, hiervoor betaalt is echter erg hoog. Veel meer afval en luchtvervuiling door het fabricageproces. Een lagere levenskwaliteit. Uitputting van moeilijk vervangbare grondstoffen.

Een einde aan planned obsolescence?

Geen wonder dat ook overheden met duurzame doelstellingen nu steeds meer proberen in te grijpen. Zo heeft de Franse Assemblée in de jaren tien een boete van 300.000 euro vastgesteld voor bedrijven die zich schuldig maken aan planned obsolescence. De Europese Unie bereidt nu wetgeving voor die het verplicht stelt, om apparaten repareerbaar te maken. Dus smartphones waarvan de batterij niet meer vervangen kan worden, zullen dan tot het verleden gaan behoren.

Ook is het de vraag of er geen slimmere manieren zijn om publieke goederen als werkgelegenheid en bestaanszekerheid te produceren, dan overconsumptie met een eindeloze berg afval.

En de eeuwigdurende gloeilamp? We hebben nu iets dat in alle opzichten beter is. LED-lampen zijn vier maal zo zuinig als gloeilampen en gaan rond de 100.000 branduren mee. Dat is ongeveer een mensenleven. Honderd maal zo lang als gloeilampen in de tijd van planned obsolescence.

1 reactie op “Planned obsolescence: waarom er geen eeuwigdurende gloeilamp was”

  1. Als je van onkruid af wil, moet je de wortels verwijderen en is dit geval ook weer het geld. Goed als alle ellende in onze samenleving komt door het monetair beleid.

Laat een reactie achter

Dutch