antarctica

Hoe ziet Europa er uit als alle ijs smelt?

De zeespiegel zal rond de tachtig meter stijgen als alle landijs op aarde smelt. Wat betekent dat voor de kustlijn van Europa? In deze video het antwoord.

Laaggelegen landen als Nederland en het Vlaamse deel van België zullen vrijwel geheel onder water verdwijnen. Het zal mogelijk worden met een schip van de Middellandse Zee naar de Kaspische Zee te varen, die nu nog door land is omringd.

Europa, nadat alle ijskappen zijn gesmolten. Bron: National Geographic.

Op dit moment is de smelt van de West-Antarctische ijskap al het punt van ‘no return’ aan het naderen. Dit op zich betekent al een zeespiegelstijging van 3 meter en daarmee het vermoedelijke einde van West-Nederland en de meeste kuststeden. Het goede nieuws, voorlopig dan, is dat dit nog enkele honderden tot duizenden jaren zal duren. Een eeuw is een lange tijd en het is aannemelijk dat er over honderd jaar voldoende hulpbronnen en technische know-how zullen zijn om de ijsafbraak te stoppen.

De veel grotere Oost-Antarctische ijskap lijkt het voorlopig nog vol te houden en groeit zelfs een minieme hoeveelheid. Dat komt dan weer doordat het warmere klimaat voor meer vochtige lucht, dus sneeuwval op Antarctica zorgt.

West-Antarctische ijskap al eerder gesmolten tijdens interglaciaal

Als de West-Antarctische ijskap smelt, betekent dat, dat de zeespiegel met bijna vijf meter stijgt en het afgelopen is met het grootste deel van Nederland. Denkbeeldig is dit niet: onderzoekers ontdekten dat op deze manier extreem warme interglacialen, perioden tussen ijstijden, ontstonden.

Wordt het klimaat in Nederland in de toekomst veel warmer?

Glacialen en interglacialen
Sinds Noord- en Zuid-Amerika aan elkaar zijn gaan zitten, komen er ijstijden voor. Geologisch gezien vormde dit moment, ongeveer 2,5 miljoen jaar geleden,  het begin van het Pleistoceen. Tijdens het Pleistoceen (dat technisch  gesproken nog steeds voortduurt) wisselen lange, koude periodes, de glacialen (de ‘ijstijden’ zoals wij ze kennen), de korte warmere interglacialen (waar wij nu in leven) af. Tijdens de glacialen is Nederland veel kouder dan nu met junitemperaturen rond de vijf graden (nu: zeventien graden).

Tijden de interglacialen zijn de temperaturen vergelijkbaar met nu of enkele graden hoger. In het laatste geval spreek je van een superinterglaciaal. Het noordpoolgebied is tijdens een superinterglaciaal vijf graden warmer dan nu. Voldoende om het noordpoolijs geheel te doen smelten en een stevige hap te nemen in de Groenlandse ijskap. Uiteraard betekent het verdwijnen van al dat ijs dat de zeespiegel nog meer gaat stijgen.

West-Antarctische ijskap smolt tijden superinterglacialen
Bestande klimaatmodellen konden niet verklaren waarom er superinterglacialen optraden. Wel  werd ondertussen bekend uit boringen op en rond Antarctica, dat het westelijk deel van het ijscontinent  tijdens superinterglacialen ijsvrij was. Dat zou wel een verklaring op kunnen leveren: door het smelten van de West-Antarctische ijskap stijgt de zeespiegel vijf meter, waardoor de Beringstraat verder onderloopt en er meer warm, zout water uit de Stille Ocean de Arctische Oceaan binnenstroomt.

Zal de West Antarctische ijskap smelten?
De hamvraag is uiteraard of ook nu het huidige, milde interglaciaal een superinterglaciaal zal worden. Nu we weten wat deze superinterglacialen veroorzaakt, kunnen we de vraagstelling veranderen in: smelt de West-Antarctische ijskap? De voortekenen zijn niet gunstig. Inderdaad is de snelheid waarmee de West-Antarctische ijskap smelt, nu snel aan het toenemen. Volgens sommige onderzoekers zal de West-Antarctische ijskap al voor het einde van deze eeuw gesmolten zijn. Niet alle onderzoekers in het veld zijn  het hier echter mee eens. Ook zal het waarschijnlijk de nodige tijd kosten voordat de gevolgen aan de andere kant van de aarde merkbaar zijn. Laten we dat laatste hopen. De gevolgen van een sterke zeespiegelstijging zijn in ons laaggelegen land – en de honderden miljoenen andere mensen die aan of vlakbij de kust wonen – uitermate vervelend.

Bron
Martin Melles et al., 2.8 Million Years of Arctic Climate Change from Lake El’gygytgyn, NE Russia, Science (2012)

Antarctica pas kort geleden geheel met ijs bedekt

Uit pollenanalyse blijkt dat het Noord-Antarctische Schiereiland twaalf miljoen jaar geleden nog bedekt was met toendra. Hier kwamen de laatste resten van de Antarctische flora aan hun einde.

Van de aardbodem verdwenen florarijk

De zes florarijken. Capensis en Antarctis zijn bijna verdwenen.

Botanici delen de wereld op in verschillende florarijken: Holarctis (Europa en Noord-Amerika), Paleotropis (Afrika en tropisch Azië), Neotropis (Zuid-Amerika plus Mexico), het minirijkje Capensis (westelijk deel van Zuid-Afrika) en Australis (Australië en Nieuw-Zeeland). Elk rijk heeft unieke plantensoorten en plantenfamilies die alleen daar voorkomen.

Aan de uiterste zuidpunt van Zuid-Amerika, het zuidelijkste puntje van Nieuw-Zeeland  en op de ijskoude, onherbergzame eilanden in de Zuidelijke Oceaan komen echter planten voor die een merkwaardige verwantschap met elkaar hebben en nergens anders ter wereld voorkomen.

De wildste hypotheses werden bedacht. Zo zouden het overblijfselen zijn van het verzonken continent Atlantis. Nu weten we dat dat de laatste overlevers zijn van het ooit zo bloeiende florarijk Antarctis. In het vroege Eoceen, vlak na het uitsterven van de dino’s, was Antarctica nog bedekt met dichte wouden met veel soorten. In het late Eoceen, 35 miljoen jaar geleden,  begonnen de bossen snel te verdwijnen en vormde zich de ijskap. Een taaie toendravegetatie hield het nog uit tot het late Mioceen, zeventien miljoen jaar geleden. De ijsafzettingen op het Antarctische vasteland bereikten toen hun tegenwoordige grootte. De laatste Antarctische overlevers groeien in het uiterste puntje van Zuid-Amerika, Nieuw-Zeeland en Antarctische eilanden.

Amerikaanse onderzoekers hebben een proefboring gedaan van dertig meter diep in het gesteente iets buiten de kust van het Antarctisch Schiereiland.  Aan de hand van het gevonden pollen in de modder onder dit gesteente, samen meer dan duizend gefossiliseerde korrels,  is een overzicht ontstaan van de veranderingen in vegetatie de afgelopen 36 miljoen jaar. Naar nu blijkt,  hebben de laatste Antarctische planten het langer uitgehouden dan tot nu toe gedacht. Er zijn overblijfselen van toendraplanten-stuifmeel gebonden in sedimenten van twaalf miljoen jaar oud. Op dit moment komen er op het schiereiland nog maar een handjevol soorten voor. De moraal: ijstijden zijn veel verwoestender dan het broeikaseffect.

Bronnen
1. Fossilized Pollen Reveals Climate History of Northern Antarctica: Tundra Persisted Until 12 Million Years Ago, Science Daily
2. John B. Anderson et al., Progressive Cenozoic cooling and the demise of Antarctica’s last refugium. Proceedings of the National Academy of Sciences, 2011

Dutch