Euraziatische oertaal dateert van 15.000 jaar geleden

Share Button

Taalkundigen ontdekten door statistische analyse, dat totaal verschillende Euraziatische talen als Japans, Turks, Hongaars en Nederlands, ja, zelfs Yapik-Inuit (de taal die door de Inuit in in Alaska wordt gesproken), alle terug te voeren zijn op één oertaal die van vlak na het hoogtepunt van het laatste glaciaal dateert.

De geografische verspreiding van de zeven taalgebieden. Geel: Indo-Europees, zwart: Dravidisch, blauw: Finoegrisch; rood: Inuit; roze: Chukchi-Kamsjatkaanse talen,  oranje: Altaïsch; groen: Kartvelisch.

De geografische verspreiding van de zeven taalgebieden. Geel: Indo-Europees, zwart: Dravidisch, blauw: Finoegrisch; rood: Inuit; roze: Chukchi-Kamsjatkaanse talen, oranje: Altaïsch; groen: Kartvelisch.

Zeven hoofdgroepen
In het onderzoek zijn talen behorende tot zeven hoofdgroepen bestudeerd. Dit zijn:

  • de Indo-Europese talen (nu gesproken in verreweg het grootste deel van Europa en door Europeanen gekoloniseerde gebieden, Iran en het noorden en midden van Zuid Azië),
  • Uralische talen (Fins, Estlands, Hongaars en enkele door inheemse groepen in Noord-West Siberië gesproken talen),
  • Altaïsche talen (voornaamste talen: Turks en verwante talken, zoals Azeri; Mongools, Koreaans en Japans),
  • Dravidisch (de vier grootste talen Tamil, Telugu, Malayalam en Kannada hebben samen rond de 200 miljoen sprekers in Zuid-India),
  • Inuit-talen (gesproken in Alaska, Noord Canada en Groenland),
  • Chukchi-Kamchatka talen (gesproken door inheemse groepen in het uiterste oosten van Siberië)
  • Kartvelische talen (voornamelijk Georgisch).

Onveranderlijke oeroude kernwoorden
Bij het onderzoek is gebruik gemaakt van ouroude stamwoorden die veel minder snel blijken te veranderen dan minder gebruikte woorden. Zo lijkt het Sanskriet- en Hindi-woord agni (vuur) sprekend op het Latijnse ignis of Russische ogon met ruwweg dezelfde betekenis. Hoe vaker een woord gebruikt wordt, hoe kleiner de kans dat het muteert. De onderzoekers stelden van enkele kernwoorden mutatiesnelheden op. Enkele woorden, door de onderzoekers “ultraconserved words” genaamd, bleken een mutatie-halfwaardetijd van tienduizenden jaren te hebben. Je kan hier een duidelijke overeenkomst met biologisch erfelijk materiaal zien. Er treden veel meer mutaties op in weinig belangrijke onderdelen van de genetische  code, dan bijvoorbeeld in zaken die van levensbelang zijn voor organismen, zoals in het DNA dat ribosomen en transcriptase beschrijft.

Filolinguïstische boom met afsplitsingsdata. PA: proto-Altaïsch; PU: proto-Uralisch (FIns); PIE: proto-Indo-Europees, PD: proto-Dravidisch, PI: proto-Inuit, PCK: proto-Chukchi-Kamsjatka

Filolinguïstische boom met afsplitsingsdata. PA: proto-Altaïsch; PU: proto-Uralisch (FIns); PIE: proto-Indo-Europees, PD: proto-Dravidisch, PI: proto-Inuit, PCK: proto-Chukchi-Kamsjatka

De onderzoekers gingen uit van de onder taalkundigen veelgebruikte Swadesh-lijst (versie van I.Dyen) van tweehonderd weinig veranderlijke woorden. Ze deelden woorden onder in zeven klassen. Hoe meer taalkundige hoofdgroepen het woord kennen, hoe hoger de klasse. De meeste woorden in de Swadesh-lijst blijken alleen in een, twee of drie hoofdgroepen overeen te komen.  Twee woorden van de lijst, waaronder het woord voor jij,  komen in alle groepen voor. Reden voor de onderzoekers om een gemeenschappelijek oertaal te postuleren.

Indo-europese talen meest verwant met Fins en Hongaars
Met behulp hiervan konden de onderzoekers een filolinguïstisch diagram opstellen, een soort boom waarbij elke tak een taalfamilie weergeeft. Dit leverde opvallende uitkomsten op. Zo blijken Dravidische talen af te wijken van alle andere onderzochte Euraziatische talen: de Dravidiërs blijken 15.000 jaar geleden, dus nog tijdens de laatste IJstijd al hun eigen weg gegaan te zijn. Dit terwijl de Dravidiërs net als bijvoorbeeld de Indo-Europeanen uit Centraal Azië komen. Tweeduizend jaar daarna zonderden de Georgiërs zich af, waarna 12 millennia geleden de Finnen en de Indo-Europeanen zich afsplitsten van de overblijvende groepen (en rond 11.000 jaar geleden, bij de stat van het Holoceen, splitsten). De oostelijke groep waaierde uit over Siberië, waarna eerst de Altaïsche groep achterbleef en daarna, met het onder water lopen van de Beringstraat na het einde van de ijstijd, de Inuit losraakten van hun Oost-Siberische verwanten.  Ook taalkundig gezien is er dus bewijs voor isolatie van de Inuit rond de 10.000 jaar geleden.

Bronnen (incl. diagrammen)
Mark Pagel et al., Ultraconserved words point to deep language ancestry across Eurasia, PNAS (2013)

Share Button

Germen

Hoofdredacteur en analist (Visionair.nl) Expertise: biologische productiesystemen (master), natuurkunde (gedeeltelijek bachelor), informatica

Dit vind je misschien ook interessant:

4 reacties

  1. Inge v Bergen schreef:

    Ja, onze wortels, hoe interessant.
    Het is moeilijk een niet Nazi-giftige vertelling erover te vinden. Bv waar denk je aan bij een Swazika? een nazi-symbool of een vruchtbaarheidsembleem van de draaiende seizoenen?.
    Het is Ralph Metzner gelukt een goed boek te schrijven over onze germaans-keltische wortels. Helaas alleen in het Duits of Engels. Ik kocht mijn The Well of Remembrance gewoon bij Amazon. Aanrader.
    inge

  2. Berny schreef:

    Dit is toch geweldig om te weten! Dit gaat over taal en hoe het zich waarschijnlijk heeft ontwikkeld.

  3. Elrandy schreef:

    Ahh, euhh boe au è. tja huh hahahahaha. oeh iiii

  4. Inge v Bergen schreef:

    De relatie denken en taal (denken we in taal of is er iets “eerders’) is nog steeds in discussie. Maar de invloed van de taal op ons denken en handelen is buitengewoon groot.
    En dan gaat het niet om de perceptiewet van: wat je niet kent, kan je (meestal) dus ook niet zien (her-kennen). (En als je het ziet dan geef je het al gauw de naam en invulling van iets wat je wel kent).
    Maar bv om talen met een …ing vorm die “in activiteit’ aanduidt: ik ben aan het wandelen; walking, going, doing. Het is in die streken dat de meer pragmatische manier van kijken is ontwikkeld. Terwijl wij Germanen vaak meer ‘doelgericht”en minder “proces’ kijken, praten en handelen.
    Of denk eens na over wat er gebeurde toen de “vertelde”klank verhalen werden vervangen door opgeschreven woorden.
    Dus doe niet denigrerend over taal. Je hele cultuur is er in opgeslagen. (Terwijl ik vroeger in jeugdige overmoed riep: laten we maar allemaal Engels gaan spreken)
    En voor Elrandy:
    Jabberwocky

    ‘Twas brillig, and the slithy toves
    Did gyre and gimble in the wabe;
    All mimsy were the borogoves,
    And the mome raths outgrabe.

    “Beware the Jabberwock, my son!
    The jaws that bite, the claws that catch!
    Beware the Jubjub bird, and shun
    The frumious Bandersnatch!”

    He took his vorpal sword in hand:
    Long time the manxome foe he sought—
    So rested he by the Tumtum tree,
    And stood awhile in thought.

    And as in uffish thought he stood,
    The Jabberwock, with eyes of flame,
    Came whiffling through the tulgey wood,
    And burbled as it came!

    One, two! One, two! and through and through
    The vorpal blade went snicker-snack!
    He left it dead, and with its head
    He went galumphing back.

    “And hast thou slain the Jabberwock?
    Come to my arms, my beamish boy!
    O frabjous day! Callooh! Callay!”
    He chortled in his joy.

    ‘Twas brillig, and the slithy toves
    Did gyre and gimble in the wabe;
    All mimsy were the borogoves,
    And the mome raths outgrabe.
    from Through the Looking-Glass, and What Alice Found There

Geef een reactie

Advertisment ad adsense adlogger