sociologie

Video: tien mislukte utopia’s

De droom van een utopia, een ideale samenleving, is al zo oud als de mensheid zelf. De werkelijkheid blijkt echter weerbarstig. Doorgaans ontaarden utopische samenlevingen in dystopieën: plaatsen zoals Noord Korea, Islamitische Staat of Jonestown, waar me maar  beter zo snel mogelijk uit weg kan vluchten. Hoe kunnen utopia’s wél werken?

Bovenstaande video is niet bemoedigend. Toch zijn er ook geslaagde utopische samenlevingen. Zoals de onze, die ooit ook begon als utopie. De vrije, democratische samenleving begon ooit als utopie, want de main stream mening was dat het volk te dom is om voor zichzelf te zorgen, laat staan vertegenwoordigers aan te wijzen. Ook kloosterordes bestaan al zo’n zeven eeuwen of meer, denk bijvoorbeeld aan de Benedictijnen en boeddhistische kloosterordes. Wel moet gezegd worden dat kloosterordes tegenwoordig een kwijnend bestaan lijden door de ontkerkelijking.

Minder bekende voorbeelden van geslaagde utopieën zijn bijvoorbeeld het Andalusische dorpje Marinaleda, waar een communistische samenleving van rond de drieduizend mensen al veertig jaar functioneert. Iedereen verdient hetzelfde salaris. De toekomst van Marinaleda is echter onzeker volgens deze documentaire, omdat de jongere generatie minder communistisch is. Ook is er kritiek. Voor wie kritiek heeft op de burgemeester, is er geen werk. Een eigen bedrijf opzetten is ook niet eenvoudig, laat staan een filiaal openen van een keten. Wat overigens wel weer een goed idee is. Ook blijken er onvoldoende banen voor iedereen buiten de oogsttijd, waardoor veel dorpelingen afhankelijk zijn van de karige Andalusische werkloosheidsuitkering van 400 euro per persoon.

Utopia’s kunnen werken, als ze overeenstemmen met de menselijke aard en met de natuurlijke omgeving. Succesvolle utopia’s, zoals Marinaleda en kloosters, bestaan meestal uit gezinnen, of uit leden van één sekse. Er moet sprake zijn  van een prikkel om te werken en van een bestaansbron.

 

De Matrimandir in Auroville. is het spiritueel centrum van deze utopische stad in Pondicherry, India. De meningen zijn verdeeld over het succes.

Toxische mannelijkheid of toxisch feminisme?

De Vlaamse socioloog en “genderexpert’ Katrien van der Heyden baart veel opzien in Vlaamse media met haar stelling, dat toxische mannelijkheid veel leed veroorzaakt. Heeft ze hierin gelijk?

Wat bedoelt Van der Heyden met toxische mannelijkheid?
Volgens Van der Heijden leidt de heersende cultuur, waarin van mannen wordt verwacht dat ze kostwinner, sterk, stoer en succesvol zijn, tot veel leed. Mannen kunnen niet voldoen aan deze norm en worden daarom ongelukkig. Dat uit zich in maatschappelijk ongewenst, “toxisch” gedrag, zoals drugsverslaving, geweldpleging, en het seksueel intimideren (of erger) van vrouwen. Tot overmaat van ramp onttrekken ze zich massaal aan huishoudelijke taken. Dit toxische gedrag komt dan weer voort uit zogeheten toxische mannelijkheid, waar vooral een “groeiend aantal blanke, boze, bange mannen” aan lijden. [1] Dit gedrag is ook voor de man in kwestie zelf schadelijk. Denk bijvoorbeeld aan het negeren van medische klachten (een vriend van mij is mede om deze reden aan stadium 4 longkanker overleden).

“Deze toxische mannelijkheid wordt gekenmerkt door vervreemding en geweld, onterechte privileges en macht. Vervreemding is het resultaat van een levenslange opvoeding om emoties weg te leren duwen, wat ertoe leidt dat allerlei vormen van geweld nog de enige antwoorden lijken op veel vragen. Verder zijn toxische mannen blind voor hun privileges in de samenleving en voelen zich eerder omgekeerd gediscrimineerd door een maatschappelijke beweging die gelijke kansen vraagt voor iedereen. Ze beseffen hoe de samenleving hun macht en privileges in vraag stelt, maar ervaren zelf vooral onmacht in een wereld die steeds complexer en economisch moeilijker wordt.” aldus Van der Heijden. [1]

Mannen willen best huishoudelijk werk doen, maar dan wel betaald, als butler. Bron: Pavillion Agency, https://pavillionagency.com/butlers/modern-day-butler

Klopt deze analyse?
De Noordwesteuropese cultuur, waar de Belgische en Nederlandse cultuur deel van uit maken, kenmerkt zich vergeleken met de menselijke culturele basislijn door relatief grote afstandelijkheid. Een arm om een vriend heen slaan, zoals normaal is in mediterrane, Zuid-Aziatische en Afrikaanse culturen, wordt al gauw gezien als homoseksueel of verwijfd. Er zijn op zich goede argumenten om dit element bij te stellen. Huidhonger is een elementair menselijke behoefte[3], waar vooral alleenstaande mannen tekort aan komen; bij vrouwen onderling is de omhelzing gebruikelijker. Aangezien mede dankzij de #metoo-beweging elke vorm van lichamelijke intimiteit tussen mannen en vrouwen potentieel verdacht is, blijft dan alleen de kameraadschappelijke omhelzing over. Of knuffelen met een huisdier, natuurlijk. Het negeren van medische klachten is niet stoer, maar nogal dom. Als klachten niet over gaan, moet je naar een arts om het probleem te laten verhelpen.

Zoals zo ongeveer overal elders op de wereld met een functionele samenleving – de Caraïbische eilanden waar alleenstaande moeders voor de kinderen zorgen, zijn niet echt als zodanig aan te duiden – wordt van de man verwacht dat hij hoofdkostwinner is. Dat heeft logische, praktische redenen. Mannen zijn lichamelijk sterker. Ze worden niet zwanger, waardoor ze meer tijd hebben om te werken. Ook zijn er emotionele redenen. Anders dan vrouwen, waarvoor doorgaans sociale relaties en kinderen de meeste bevrediging geven, is het gevoel nodig en nuttig te zijn voor mannen het meest belangrijk voor het geestelijk welbevinden. Werk is hier bij uitstek een middel voor. Werk afpakken van een man die opgegroeid is in een westerse cultuur is daarmee een wrede daad. Mannen zijn extreem doelgericht[2] en doelloosheid voelt voor de gemiddelde man als een doodvonnis.

Naar blijkt uit misdaadstatistieken, zijn de meest “toxische” groepen mannen niet afkomstig uit de groep ‘boze blanke mannen’, waarmee Van der Heyden waarschijnlijk de etnisch Vlaamse man bedoelt die stemmen op partijen als Vlaams Belang en N-VA, maar uit Caraïbische en soennitisch-islamitische culturen[4]. In deze groepen is geweldpleging cultureel gesproken eervol.
Het privilege voor mannen, zo het al aanwezig is, is niet bijster groot. Dit blijkt onder meer uit hun lagere levensverwachting en de oververtegenwoordiging van mannen bij marginale groepen als zwervers en verslaafden.

Toxisch feminisme
Door de MGTOW-beweging en andere pro-man activisten wordt gesteld dat het feminisme te ver is doorgeslagen en mannen nu zwaar uitgebuit worden, bijvoorbeeld door ‘affirmative action’ en de wel erg eenzijdige nadruk op de rechten van de vrouw na een scheiding. Hier zit een kern van waarheid in. De levensverwachting van laagopgeleide mannen stagneert, of daalt zelfs zoals in de VS[6]. De maatschappij wordt door de geestverwanten van Van der Heyden voor laagopgeleide mannen steeds meer gefeminiseerd.  Praten en overlegrondes worden steeds belangrijker. Praatberoepen vormen nu al de meerderheid van het werk. Hierdoor gaat voor veel mannen steeds meer van de lol van hun werk af, daar waar de meeste vrouwen praten geweldig vinden. Steeds meer van hun zelfstandigheid, het ‘denkwerk’ wordt afgepakt en overgenomen door hoogopgeleide managers.

Het kernprobleem met feminisme is dat als vrouwen de taken van een man overnemen, er voor mannen weinig meer overblijft. Ook zijn er werkzaamheden waarin mannen gemiddeld beter zijn dan vrouwen, zoals beroepen die weinig contacten met mensen vereisen, veel lichaamskracht, fysieke moed of focus op één doel. Aan de dalende geboortecijfers, nu in België en Nederland ver onder het vervangingsniveau, kan je ook merken dat de werkende vrouw wordt overbelast. De problemen worden nog verergerd, omdat door feministische pedagogen  de anti-autoritaire opvoedingsstijl wordt opgelegd. Dit kweekt onzekerheid bij kinderen, waardoor ze grenzen gaan opzoeken en zo nog voor extra stress zorgen.

Wat moet er dan gebeuren?
Mannen en vrouwen hebben beide sterke en zwakke punten die voor een belangrijk deel aangeboren zijn. Als een man er gelukkig van wordt om thuis te zitten en op de kinderen te passen, en een vrouw om te werken, hebben ze een voor beiden gelukkig makende vorm van samenleven gevonden. Wie zijn anderen dan om zich daarmee te bemoeien? Datzelfde geldt ook voor een omgekeerde rolverdeling. Volwassen mensen moeten zelf beslissen wat ze met hun leven doen, als ze anderen daarmee niet schaden. Een betere oplossing is het invoeren van een zogeheten opvoedersloon, in te houden op het loon van de werkende partner. Hiermee komt er wettelijke erkenning voor het maatschappelijk nut van het grootbrengen van kinderen. Ook moet er belastingaftrek komen voor mensen met kinderen, die de alleenstaande oudertoeslag vervangt. Hoe ze vervolgens de inkomsten en huishoudelijke taken regelen, is aan het gezin zelf.

Omdat voor mannen, en veel vrouwen, werk een absolute noodzaak is om zich gelukkig te voelen, moet er prioriteit komen voor het scheppen van zinvol werk voor laagopgeleiden. Dit kan bijvoorbeeld door de energietransitie en infrastructurele werken versneld door te voeren, waardoor er veel bouw- en constructiewerk ontstaat. Nederland en in mindere mate België moeten zich voorbereiden op de zeespiegelstijging.

Geweldpleging is in onze feminiene cultuur een taboe, in veel andere, meer masculiene culturen minder. Geweld tegen zwakkeren is een taboe dat in ieder geval moet blijven.

Het probleem met het lastig vallen van vrouwen is niet te veel, maar te weinig mannelijkheid. Een geestelijk goed functionerende man heeft geen enkele behoefte aan het aanranden van vrouwen. In plaats van mannen in vrouwen met een piemel te veranderen, zoals Van der Heijden wil, is het beter om te werken aan meer onderlinge kameraadschap en respect voor mannen, zodat hun zelfvertrouwen toeneemt. Ziekelijke narcisten, zoals de huidige Amerikaanse president Donald J. Trump, zijn een uitzondering, niet de regel. Dit soort mannen moet zich laten behandelen door een professional. Het is niet nodig om half België en Nederland naar de feministische maakbaarheidspsychiater te sturen om enkelingen, waarvan het gedrag door de meeste mannen sterk wordt afgekeurd.

Bronnen
1. Toxische mannen is een trend in de samenleving die veel leed veroorzaakt, K. van der Heijden in Knack.be, 2018
2. Men more likely to achieve targets if they set goals, University of Leicester Press Office, 2015
3. Tiffany Field, American Adolescents Touch Each Other Less and Are More Aggressive toward Their Peers as Compared with French Adolescents, Adolescence, 2018
4. N.J. Baas, lmmigratie en criminaliteit in acht West-Europese landen – Een literatuurverkenning, 1998
5. Hoeveel daklozen zijn er in België?, armoedebestrijding.be
6. A shocking decline jn American life expectancy, The Atlantic, 2017

Dertien van de meest geïsoleerde gemeenschappen ter wereld

Bestaan er nog groepjes mensen die volkomen geïsoleerd  zijn van de rest van de wereld?

Zeker in dichtbevolkte landen als Nederland en België, ben je nooit verder dan een paar honderd meter verwijderd van andere mensen. Toch zijn er op onze knusse waterrijke rots nog zat gemeenschappen te vinden die vrijwel niet te bereiken zijn vanuit de buitenwereld. Dus heb je een vervelende ex, hoge schulden of ben je helemaal klaar met de politiek,de zombificering of de vergroffing? Dan is voor fijnbesnaarde zielen HIER misschien de oplossing te vinden.

https://youtu.be/hbCIZaNqEe0

De sociologie van deze gemeenschappen is ook erg interessant. Ruimtekolonies zullen uit weinig mensen bestaan,die jarenlang, vermoedelijk de rest van hun leven, op elkaars lip zullen leven. Als we ontdekken hoe kleine groepen jarenlang intact blijven, worden hierdoor de kansen op conflicten kleiner en daarmee de kans op slagen veel groter.

Wellicht vormen de sociale verhoudingen op Pitcairn Eiland dan juist een voorbeeld van hoe het niet moet.

Santa Cruz del Islote, een visserseilandje van ongeveer honderd bij honderd meter, wordt bewoond door 1200 mensen. Er is een schooltje, een apotheek en verschillende supermarktjes.

Video: waar komen manieren vandaan?

Een groot deel van de ergernissen die mensen onderling hebben, heeft te maken met verschillen in manieren. Etiquette is bij uitstek cultuurgebonden en dan ook een geliefd gespreksonderwerp voor lieden die de verschillen tussen culturen willen benadrukken. Maar waar komen manieren eigenlijk vandaan?

Ook interessant is te bestuderen hoe manieren zich in de loop van de eeuwen ontwikkelen. Zo was het in de negentiende eeuw heel welgemanierd om iemand die jou beledigde, uit te dagen voor een duel met een degen, rapier of pistool. Daarbij vielen ook geregeld doden. Een negentiende-eeuwer had dan weer met verbijstering gadegeslagen hoe wij onze seksuele gevoelens uiten.

Iemand beledigen in de negentiende eeuw, kon je duur komen te staan. Voor je het wist moest je je verdedigen met een pistool of rapier in een duel.

Nieuwe seksuele revolutie is nodig

Met Freud als bodem, zijn we toe aan een nieuwe fase in de maatschappij op het gebied van de seksualiteit. Seksualiteit kan men beschouwen als een drift, maar het omgaan met seksualiteit kan bewuster en zelfs stijgen tot het hoge bewustzijn, zoals bij Tantra, waar de partners zeer respectvolle en intieme seks ervaren. Maar voor veel mensen is alleen al kunnen praten over hun seksualiteit al heel moeilijk, en soms zelfs taboe. Veel mensen, ook in relaties, zijn eenzaam, of willen het snel afronden, of zoeken hun heil op internet.

Seksuele intimiteit bepaalt hoe succesvol een relatie blijft
Uit onderzoek van de Israëlische psychologe Gurit E. Birnbaum(1) blijkt dat het geheim van een lange en gelukkige relatie veel seksuele intimiteit is. Veel echtscheidingen, menselijk leed en relationele drama’s zouden dus voorkomen worden als partners tijd voor elkaar zouden vrijmaken om geregeld op respectvolle en intieme manier met elkaar te vrijen.
Ook zou dit betekenen dat mensen op respectvollere manier met elkaar omgaan en elkaar niet zouden zien als object om lusten mee te bevredigen.

Meer openheid helpt uitwassen van parafilie te voorkomen

Problemen kunnen hier makkelijk ontstaan, en door de intimiteit is de stap naar de hulpverlening ook niet makkelijk.
Een seksuoloog hanteert een vragenlijst die allebei de partners bijvoorbeeld, ieder voor zichzelf, dient in te vullen, en maakt hieruit een analyse. Hieruit destilleert hij de oorzaken, de verschijnselen, en de gevolgen.
Een bekende parafilie is pedofilie. De overheid in Groot-Brittannië heeft een campagne gestart onder de titel “Stop it now.”

Minister van Volksgezondheid Edith Schippers (VVD) wil ook in Nederland een voorlichtingscampagne die hulp biedt. De feiten onder ogen zien is immers de eerste weg naar genezing. Als het taboe op seksuele gevoelens wordt opgeheven, kan en durft iemand naar hulpverlening nog voordat er schade is aangericht.
Ook antroposofische geneeskunde richt zich op de totale mens:

  • Onderliggende lichamelijke en emotionele factoren die geleid hebben tot de ziekte
  • De plek die de ziekte inneemt in de biografie van de patiënt
  • Wat deze ziekte voor de patiënt en diens omgeving betekent
  • Belemmering en ontwikkelingsmogelijkheid door ziekte
  • De rol, die het persoonlijkheidstype speelt
  • Afwijkende ontwikkeling en afwijkend gedrag bij kinderen.

Bij een constitutiebehandeling maken aanleg, ontwikkeling, lichamelijke en emotionele factoren onderdeel van de behandeling uit. Verder zijn er geneesmiddelen en therapieën.
Naast parafilie zijn er nog heel veel andere mogelijkheden voor seksualiteit die volwassen behoeftes kunnen vervullen. Denk aan ageplay, rollenspel, neotantra en dergelijke.

Vragenlijst van een seksuoloog
Wat betekent dit nou voor jou? Seksuologen gebruiken vaak de onderstaande lijst met aandachtspunten om in kaart te brengen wat er schort in het seksleven of een seksuele relatie. Deze vragen vormen een goed uitgangspunt om het eigen seksleven of eigen relatie onder de loep te nemen.

1 Vader (geboortejaar, jaar/oorzaak overlijden, beroep, persoonlijkheidstrekken)
2 Moeder (idem)
3 Relatie tussen ouders (m.n. tederheid, lich. contact, emotioneel contact)
4 Relatie met ouders (m.n. tederheid, lich. contact, emotioneel contact)
5 Sfeer in huis (opvoedingsklimaat, houding t.o. seksualiteit)
6 Aantal kinderen (jongens, meisjes, jouw plaats)
7 Relatie met broers en zusters (vroeger en nu)
8 Rol godsdienst (m.n. wat betreft seksualiteit)
9 Zindelijkheidsopvoeding, onwillekeurig lozen van urine (enuresis)
10 Seksuele spelletjes
11 Verwaarlozing, mishandeling (lichamelijk, psychisch)
12 Seksuele traumata (nare of negatieve ervaringen, incest, sexueel misbruik)
13 Seksuele voorlichting (wanneer, door wie, hoe, beleving; nu voldoende kennis)
14 Houding/sfeervan de voorlichters t.o.v. seksualiteit (normen)
15 Secundaire geslachtskenmerken (haargroei, borsten, stemverandering etc.): welke leeftijd; ontwikkeling; beleving
16 Eerste maandelijkse bloeding als begin van menstruele periode (Menarche). Wanneer, hoe, beleving; problemen
17 Eerste ejaculatie (uitstoot van sperma). Wanneer, hoe, beleving
18 Eerste orgasme (toppunt van seksuele opwinding). Wanneer, hoe, beleving
19 Begin masturbatie (begin zelfbevrediging). Wanneer ontdekt, hoe beleving; evt. waarom niet
20 Seksualiteit tijdens de puberteit (beleving)
21 Masturbatie vòòr vaste relatie (frequentie, attitude, stimuli, masturbatiefantasieën)
22 Homoseksuele fantasieën, ervaringen
23 Prostitutie vòòr vaste relatie (bezocht of zelf gedaan, hoe vaak, beleving)
24 Parafilieën (afwijkende seksuele behoeften). Fantasieën, neigingen, daden
25 Verliefdheden (wanneer, hoe, beleving)
26 Eerste vrijen (wanneer, hoe, beleving)
27 Eerste coïtus (wanneer, hoe, beleving)
28 Seksuele relaties vóór eerste duurzame partner (vast, promiscue, leeftijdsverschil)
29 Contraceptie (geslachtsgemeenschap voorkomen). Welke, beleving, problemen
30 Eerste duurzame partner (data, emotionele relatie, seksualiteit)
31 Eerder(e) huwelijk(en) (wanneer, hoe, beleving)
32 Huidige huwelijk of vaste relatie (data, kennismaking, reactie omgeving)
33 Persoonlijkheidstrekken huidige partner
34 Seksuele “eigenschappen” huidige partner
35 Seksuele relatie nu (libido/seksuele drijfkracht), initiatief, voorspel, coïtusfrequentie (aantal keren geslachtsgemeenschap), niet-coïtale seks, functiestoornissen, satisfactie, seksuele fantasieën)
36 Masturbatie (fantasieën nu, frequentie, beleving, attitude partner)
37 Emotionele relatie nu ( affectie, belangstellingen, vrienden, communicatie, denken over scheiding)
38 Kinderen (kinderwens, vruchtbaarheidsproblemen, zwangerschappen, partus, leeftijden, bijzonderheden)
39 Seksuele relatie tijdens en na zwangerschappen
40 Seksuele activiteit tijdens de menstruatie (hoe wordt menstruatie ervaren)
41 Seksuele activiteit tijdens en na de overgangsjaren (het climacterium m.n. postmenopausaal)
42 Seksuele activiteit tijdens en na de menopauze (het climacterium virile)
43 Buitenechtelijke relaties (wanneer, hoe, beleving)
44 Buitenechtelijke seksualiteit (wanneer, hoe, beleving, prostitutie)
45 Seksuele interesses (boeken, erotische films, etc.)

Bron
1. G. Birnbaum, O. Cohen en V. Wertheimer, Is it all about intimacy? Age, menopausal status, and women’s sexuality, Personal Relationships (2007)

Conflictbeheersing zonder schade

De wereld wordt voor een groot deel bepaald door conflicten. Willen we een vreedzamer en menslievender wereld, dan is het belangrijk om te kijken naar methodes om conflicten te beheersen. Waardoor ontstaan conflicten en wat kan je doen om te voorkomen dat conflicten ontstaan of uit de hand lopen?

Conflicten: waarom?
De wereld staat bol van conflicten; tegengestelde belangen. De menselijke opdracht is deze in goede banen te leiden met al onze verstand, wil en gevoel.
Van klein tot groot en op alle niveau`s bestaan conflicten, die allerlei vormen kunnen aannemen. Zo is onze samenleving zich wat aan het herstellen van de golf van gezinsdrama`s, zinloos geweld en geweld tegen hulpverleners.
Hierbij spelen verschillende aspecten een rol. De bron van conflicten is persoonlijk, die bijv. biologische, sociaal vaardige, politieke of economische achtergronden kan hebben.
Een biologische oorzaak is de koppigheid bij de peuter of bij het verzet van de puber. Van groot belang is dat het kind weet dat desondanks de band met de ouders/opvoeders in stand blijft.
Een puber heeft de behoefte aan kennen en kunnen, aan eigen inbreng en sociale waardering. Hij is bezig met autonomieontwikkeling en kan bij conflicten agressie het beste ombuigen door te sporten.

Sociale vaardigheden en conflictbeheersing
Een ander aspect van het kunnen omgaan met conflicten is sociale vaardigheden.
Preventieve, zoals het kunnen aangeven van grenzen, van duidelijke normen en waarden, kunnen reguleren van emoties (zelfbeheersing), onderhandelingsstrategieën en het kunnen hanteren van omgangsregels. Veel mensen leggen de nadruk meer op taaknormen dan op de omgangsnormen.
Communicatie maakt een belangrijk deel uit van sociale vaardigheden, zoals verschillende gesprekstechnieken. Het correctie- en conflicthanteringsgesprek wordt vaak gebruikt bij arbeidsconflicten met sociale en juridische aspecten, ook voor de werknemer.
Daarnaast kan humor en paradoxale benadering ook helpen.
De basis van een goede communicatie is assertief. Bij subassertief of agressief reageren is er een kiem voor conflicten gelegd.

Tegengestelde belangen
Ook tegengestelde belangen dragen een kiem voor conflicten, zoals:

  • Het innerlijk conflict: als je een crisis hebt in een levenssituatie, die moeilijk hanteerbaar is. Voor het werken aan deze crisis is bijv. een op counseling ervaringen gebaseerd boekje van Julian Sleigh, genaamd “keerpunten”, die je in een paar fases door de crisis heen helpt. Naast een crisis kan schizofrenie een bron van innerlijke conflicten zijn, of irrationeel denken.
  • Het behoeftenconflict: het gedrag van de ander botst met jou behoeften. Gebruik het overleg-model.
  • Het waardenconflict: het gedrag van de ander botst met jouw waarden en normen. In dit geval is begrip het doel van overleg, en kan de aandacht het beste gaan van verschillende meningen en opvattingen, naar concreet gedrag en en goede afspraken. Politieke conflicten zijn per definitie waardenconflicten; de partijen huldigen verschillende opvattingen over de inrichting van de maatschappij.
  • Een bijzonder waardenconflict is het ideologisch conflict, omdat daarin verschillende waardenstelsels tegenover elkaar staan. In zulke conflicten gaat het echter niet alleen om waarden, maar ook om macht.
  • Het schaarsteconflict: onenigheid over de verdeling van schaarse middelen als geld, ruimte of tijd. Gebruik het onderhandel-model met als doel een compromis, pas time-management toe.
  • Het sociaal-emotionele conflict: onenigheid over gedrag en houding in persoonlijke relaties. Emotioneel omdat het gaat over elkaars eigenschappen en hoe je met elkaar omgaat. Om elkaars persoon te sparen praat je in de “ik” of in de “we” vorm, met als doel begrip te vormen.
  • Het instrumentele- of taakconflict: onenigheid over taakverdeling, coördinatie, en het inrichten en afstemmen van werkzaamheden.  Gebruik hier het overleg-model met als doel een oplossing.
  • Het machtsconflict: gaan over posities en de vraag wie het hier voor het zeggen heeft. Horizontaal spelen vaak territorium- en competentiekwesties, verticaal is er de spanning tussen autonomie en controle.
  • Regel bij dit conflict de onderlinge afhankelijkheden, structuuringrepen of procedureafspraken. (bijv. inspraak.) Hierbij wordt het conflict omgebogen naar een productieve spanning.

Behoefte aan macht ontstaat door conflict
Bij verharding van het conflict is macht geen middel meer maar een doel op zich, door de volgende factoren:

  • de partijen zij van mening dat zij in hun recht staan;
  • de partijen zijn van mening, dat de ander moet toegeven of een voorstel moet doen;
  • de partijen hebben zich in een vroeg stadium vastgelegd op een standpunt, dat ze openbaar hebben gemaakt, aardoor het moeilijk is toe te geven;
  • de partijen hebben einig gemeenschappelijk; ze zien vooral de verschillen en niet de overeenkomsten met elkaar;
  • de partijen zijn van mening dat het voor hen om een zeer belangrijke zaak gaat, soms een zaak van overleven, een zaak van nationale veiligheid, nationaal belang, de identiteit van de groep, e.d.;
  • er is weinig contact tussen de partijen;
  • er zijn weinig of geen procedures of instellingen die de partijen tot elkaar kunnen brengen of die regelingen tot stand kunnen brengen;
  • er is geen door beide partijen erkend gezag, of er is geen derde partij die het conflict kan of wil beëindigen.

Oplossen van conflicten: het klacht-belang-eis model
Preventieve sociale vaardigheden en communicatieve vaardigheden schieten hier vaak tekort, door combinatie van conflictstijlen. Bij een impasse, crisis of escalatie wordt wel een wijziging van het voorstel gebracht, of een uitstel van bespreking. Het eerste volgens de “klacht-belang-eis” manier:

Stel dat partij A mag beginnen, dan wordt A uitgenodigd zijn minst belangrijke klacht en het effect hiervan op zijn leven (het belang) te uiten. Zijn verhaal moet uitmonden in een specifieke eis.
Een vrouw brengt bijv. als klacht naar voren dat zij de auto steeds voor reparatie naar de garage moet brengen; dat ze het vervelend vindt te moeten onderhandelen over zaken waar ze geen veratand van heeft, en haar specifieke eis is dat de man voortaan de auto naar de garage brengt.

Samenvatting. Het woord is nu aan B. Hij wordt, voordat hij zijn visie geeft op het probleem, eerst gevraagd een samenvatting te maken van wat hij heeft gehoord (spiegelen).
Fiattering. A moet intussen goed luisteren of de samenvatting correct is. Zo ja, dan wordt deze samenvatting door A gefiatteerd.
Dan is B aan de beurt. Hij geeft zijn visie op het probleem, vertelt welke belangen voor hem op het spel staan en probeert met een tegenvoorstel te komen. “Ik werk van half negen tot vijf, ik heb geen tijd om naar de garage te gaan. Jij werkt maar halve dagen, ik vind dat jij meer gelegenheid hebt dan ik. Ik eis dus dat jij het blijft doen.”
Nu moet A weer samenvatten en B deze samenvatting goedkeuren.
Dan is A weer aan de beurt voor een reactie die weer moet uitmonden in een specifieke eis, die, als dat erin zit, rekening houdt met wat de opponent gezegd heeft. Zo gaat het verder, B parafraseert weer, formuleert weer een tegenvoorstel, dit net zolang tot er een compromis bereikt wordt.
Zijzelf, de arbiter of de mediator zorgen ervoor dat het allemaal netjes verloopt, dat ze elkaar niet in de rede vallen en zich helder uitdrukken. “Je moet meer doen in de huishouding” is te vaag en moet worden uitgewerkt. Ook moet het over één onderwerp tegelijk gaan.

Vragen
Kan men op deze manier naar elkaar toegroeien? Zouden kinderen niet op school kunnen leren om conflicten op een volwassen manier op te lossen? Kunnen wapens de wereld uit, als conflicten via dit model worden voorkomen?

Macht(1): Bronnen van macht

Macht. Volgens sommigen de bron van alle kwaad, volgens anderen absoluut noodzakelijk om hun verheven doelen te bereiken. Wat is macht precies, en welke bronnen van macht zijn er?

Wat  is macht?
Macht is volgens de negentiende-eeuwse Duitse socioloog Max Weber het vermogen van personen of groepen om andere personen, groepen of zaken de wil op te leggen, eventueel tegen de wensen of belangen van die anderen in. Sommige sociologen hanteren een kortere definitie: macht is het vermogen, de handelingsvrijheid van anderen in te perken, of: te veranderen. Macht is erg belangrijk. Het zijn de machthebbers die bepalen welke richting een maatschappij op beweegt. Pas door middel van het analyseren van machtsrelaties, is een maatschappij goed te begrijpen. Echter: niet alle bezitters van macht liggen voor de hand. Er zijn verborgen machthebbers, die doorgaans meer in de melk te brokkelen hebben dan openlijke machthebbers zoals koningen, bankdirecteuren of de paus.

Wat zijn  bronnen van macht?
In de sociale psychologie worden de onderstaande vijf bronnen genoemd.

Veel mensen realiseren zich niet, dat “onaantastbare” machthebbers hun macht gewoon van mensen zoals zij krijgen.
  • De zichtbaarste vorm van macht is de positiemacht. Een burgemeester heeft bijvoorbeeld de opperbevoegdheid over de gemeentepolitie in zijn woonplaats, omdat de Nederlandse wet deze bevoegdheid aan de positie van burgemeester toekent, en de meeste Nederlanders de wet gehoorzamen. Deze vorm van macht verdwijnt onmiddellijk, zodra de persoon in kwestie zijn positie verliest, of zodra ondergeschikten het vertikken om orders op te volgen.
  • Een tweede vorm is de referentiemacht. Mensen doen over het algemeen graag, wat een persoon die ze erg bewonderen zegt. Zo heeft een populaire filmster als Richard Gere de macht, om veel van zijn fans over te halen bijvoorbeeld mee te doen aan het verzet tegen de bezetting van Tibet. Deze vorm van macht is vooral gebaseerd op emoties en kan dan ook snel verdwijnen als de emoties omslaan.
  • Ten derde bestaat deskundigheidsmacht. Ook dit is toegekende macht. Personen kennen macht toe aan mensen die meer deskundigheid hebben, bijvoorbeeld medisch specialisten. Deze machthebbers zullen alleen gezag hebben op het deskundigheidsvlak. Deze vorm van macht is gebaseerd op erkenning voor het deskundige specialisme. In bijvoorbeeld Saoedi-Arabië is de erkenning van een salafistische rechtsgeleerde erg groot. In Noord-Korea zal dezelfde rechtsgeleerde niet serieus worden genomen, omdat er daar geen islamieten zijn.
  • Een vierde vorm van macht is de informatiemacht. Hier wordt men beïnvloed door de informatie zelf. Stel, jij hebt de bouwtekening  van een vrije-energie machine op de plank liggen, die ook echt werkt. Dan kan je daarmee de wereld op zijn kop zetten,  bijvoorbeeld door deze bouwtekening op internet te publiceren of aan je favoriete land of bedrijf te geven. Deze vorm van macht verschilt van de deskundigheidsmacht, omdat deze vorm volledig onafhankelijk is van de persoon die de informatie levert.
  • De laatste genoemde vorm van macht is de middelenmacht. Dit is het geval wanneer mensen afhankelijk zijn van bepaalde middelen om iets te ondernemen. Diegene die deze middelen bezit, heeft zo macht over de andere persoon. Deze macht geldt vooral wanneer er weinig andere alternatieven beschikbaar zijn.

Deze onderverdeling is in feite verouderd. Zo zijn er hier niet genoemde vormen van macht, die zeker in het huidige internettijdperk, maar ook al daarvoor toch belangrijk zijn:

  • Netwerkmacht. Iemand met een groot netwerk, of veel verbindingen of klanten, kan hieraan de nodige macht ontlenen. De reden dat bedrijven als het Amerikaanse Facebook zo veel waard zijn. Iemand met netwerkmacht kan deze gebruiken om diffuse machtsbronnen, bijvoorbeeld die van kiezers of consumenten, samen te ballen tot een gevreesde en effectieve macht.
  • Macht door bekendheid. Als iemand of iets erg bekend is, wordt er eerder naar die persoon of bedrijf geluisterd dan naar een onbekend persoon. Macht door bekendheid is een voorwaarde voor referentiemacht.
  • Macht door chantage. Stel, je weet iets belastends over een persoon. Dan kan  je deze persoon chanteren met het bekend maken hiervan. Volgens hardnekkige geruchten werd voormalig topambtenaar Joris Demmink door de Turkse staat gechanteerd met zijn seksleven. In feite is dit een negatieve vorm van informatiemacht.
  • Macht door het kunnen manipuleren van emoties van anderen. Psychopaten en volksmenners zijn hier meesters in. Datinggoeroe’s leren mannen hoe ze vrouwen in hun macht kunnen krijgen door hun gevoelens te manipuleren.

In een volgend artikel wordt ingegaan op wie de machthebbers zijn.

Video: Robots met een ziel

Met de miljardeninjecties van Google en andere megacorporaties in robotproducenten is de conclusie onontkoombaar: we zullen de komende jaren gezelschap krijgen van robots. Veel robots. Niet alleen meer in fabrieken, maar ook steeds meer  in huis en op plaatsen waar er veel interactie is met mensen. Sommige robotbouwers willen daarom robots bouwen met een hoog aaibaarheidsgehalte, waar mensen daadwerkelijk emotionele banden mee op kunnen bouwen. Lovotics gedoopt, zo ongeveer het ergste neologisme dat ik in mijn middelbare leven ben tegengekomen. Willen we dat wel? En is er nog wel plaats voor veel mensen als ze steeds meer weggedrukt worden door machines, ook bij intermenselijke relaties? Of moeten we robots als medeburgers verwelkomen in onze samenleving?

Guy Hoffman ontwikkelde robots die, wel, iets van de swing van jazzmuzikanten moeten overbrengen. Is hij daarin geslaagd? Oordeel zelf…

Wiskundige: grote kans op burgeroorlog na 2020

Vergeet huizenbubbel en kredietcrisis, stelt de Amerikaanse historicus en, uitzonderlijk, wiskundige Peter Turchin. De werkelijke reden voor de toenemende conflicten, zoals de shutdown in de Verenigde Staten, is het stadium in de seculiere cyclus waarin we ons bevinden. Wat zijn de gevolgen, en kunnen we nog iets doen aan het voorkomen van deze crisis?

In het structureel-demografische model van Turchin valt grote ongelijkheid samen met massale armoede en sociale onrust. Bron: Cliodynamics.org

Wiskunde in de geschiedenis
Historici zijn, is algemeen bekend, over het algemeen niet erg goed in wiskunde en rekenen
. Vermoedelijk, en met de onmogelijkheid voor gewone stervelingen om historische live experimenten uit te voeren, is dit de reden waarom historici kwalitatieve modellen ontwikkelen van historische processen. Nadeel hiervan is dat een kwalitatief model, bijvoorbeeld: het Romeinse Rijk stortte in als gevolg van de verspreiding van het christendom, lastig empirisch getoetst kunnen worden. Je kan  immers niet met een tijdmachine terugreizen en voorkomen dat het christendom ontstaat, nog afgezien van tijdreisparadoxen. Dit is ook de reden waarom vakartikelen van historici meer weg hebben van een verhaal dan van een bèta-wetenschappelijk artikel.

Successen door exacte wetenschappen
Toch proberen steeds meer onderzoekers die zich met dit vakgebied bezighouden kwantitatief toetsbare theorieën te ontwikkelen – en zo te toetsen. Archeologen leveren ook steeds meer vitale informatie. De analyse van DNA in Illyrische botresten, bijvoorbeeld, wees uit dat dit mysterieuze volk dat aan de Adriatische kust leefde, nauw verwant is met de hedendaagse Albanezen. Dit stuurt in één klap verschillende historische theorieën over het lot van de Illyriërs, of de herkomst van de Albanezen, naar de schroothoop. (Raadselachtig genoeg bleek DNA in botresten van de Thraciërs, een volk dat in Bulgarije leefde, het meest verwant te zijn met dat van hedendaagse Italianen. Daar was nog geen historicus opgekomen). Wiskundige Peter Turchin denkt dat ook andere historische vraagstukken met natuurwetenschappelijke methoden kunnen worden opgelost, onder meer de belangrijke vraag wat de oorzaak is van het instorten van grote rijken of beschavingen.

De seculiere cyclus
Een historische theorie waar Turchin aanhanger van is, is de demografisch-structurele hypothese. Volgens deze theorie verklaren verschuivingen in de demografie en de opbouw van een populatie in grote lijnen de lotgevallen van die populatie. Rijken, zoals het Romeinse Rijk, Frankrijk, Engeland en de Verenigde Staten van Noord-Amerika,  zijn onderhevig aan zogeheten seculiere cycli die vele eeuwen in beslag nemen. Deze cycli bestaan uit een consolidatiefase en een desintegratiefase. Het Romeinse rijk kende bijvoorbeeld drie van dergelijke cycli: de koninkrijksfase, de republieksfase en de keizerrijkfase. Tussen deze cycli lag een eeuw van oorlogen en sociale onrust. Het Amerikaanse rijk, dat het Noord-Amerikaanse continent beheerst en alleen door zwakke staten wordt omringd, is stabieler dan het Romeinse Rijk. Toch werd ook de Verenigde Staten geteisterd door perioden van burgeroorlogen en sociale onrust. Deze, ontdekte Turchin, vielen samen met een belangrijk proces: overproductie van de elite.

Wat is overproductie van de elite?
In iedere maatschappij bestaat er een toplaag, de elite, en de ‘common man’. Het is arbitrair om een grens te trekken tussen deze groepen; er bestaat in de meeste landen niet een rigide kastensysteem zoals de adel in Europa of de vier kasten in India. In de vereenvoudigde weergave van Turchin zijn er werkenden en elite. De werkenden zijn boeren, arbeiders en andere uitvoerenden. De elite  consumeert het surplus dat overblijft nadat de arbeiders zijn betaald. Anno 2013 zijn dat bijvoorbeeld aandeelhouders, managers, hoge ambtenaren en politici.

De seculiere cyclus wordt aangedreven door demografische veranderingen en verschillen in de welvaartsverdeling. In de consolidatiefase (opbouwfase) is er veel ruimte om te groeien, dus veel werk. Dit betekent dat de lonen gaan stijgen en dat de inkomensverschillen tussen de elite en het ‘gemene volk’ kleiner worden. Het gevolg is dat het grootste deel van de bevolking tevreden tot zeer tevreden is en dat liefhebbers van oorlog weinig kansen hebben. Deze periode trad in Amerika op tussen 1920 en 1970. De rijkste Amerikaan in 1920, oliebaron John D. Rockefeller, was met een vermogen van 1 miljard toenmalige dollars in verhouding veel rijker dan de rijkste Amerikaan in 1970, Walmart-tycoon Sam Walton (2 miljard 1970-dollars terwijl het inkomen van de modale Amerikaan in die halve eeuw was verachtvoudigd). Na 1970 veranderde dit. De babyboomers solliciteerden massaal, wat tot snel stijgende werkloosheid leidde. Ook explodeerde de immigratie uit Latijns Amerika. De grenzen aan de groei werden zichtbaar. Als gevolg hiervan daalden de lonen, waardoor er meer overbleef voor de elite. Deze groeide dan ook explosief; de ongelijkheid nam sterk toe. Tegelijkertijd groeide de onvrede onder de bevolking. Dit heeft weinig effect, zolang de elite de gelederen gesloten houdt. Dit gaat echter veranderen, als ook de elite in de problemen komt. Op dit moment zien we bijvoorbeeld in Nederland dat er steeds minder topposities voor de elite beschikbaar zijn. De werkloosheid onder typische elite-beroepen zoals manager of consultant stijgt sterk. Er zijn meer kandidaten voor de elite dan er plaatsen zijn om ze op te nemen. Dit proces noemt Turchin “overproductie van de elite”, en dat is gewoonlijk bijzonder slecht nieuws, tenzij je in de wapenhandel zit.

Veel grotere kans op burgeroorlog
Opstanden, die niet de steun genieten van delen van de elite, hebben weinig kans van slagen. De elite sluit de rijen en kan door haar spilfunctie genoeg hulpbronnen mobiliseren, de MSM pers, het leger of een paramilitaire organisatie als de ME bijvoorbeeld, om de opstand neer te slaan. Dit verandert als er binnen de elite scheuren ontstaan. De oorzaak voor de Amerikaanse Burgeroorlog was bijvoorbeeld volgens Turchin, dat de belangen van de zuidelijke slavenhouders (grondstoffen zoals katoen exporteren naar Europa en daar industriële producten kopen) anders lagen dan die van de noordelijke industriëlen, die juist de Amerikaanse markt wilden afsluiten voor import, zodat zij hogere winsten konden maken. Dit splitste de Amerikaanse elite, waardoor de bloedige Amerikaanse Burgeroorlog kon uitbreken. Na de overwinning van de noordelijke industriëlen werd de immigratiesluis wijd opengezet om de noordelijke elite te voorzien van goedkope arbeiders. Pas toen rond 1920 de immigratie aan banden werd gelegd en de lonen structureel werden verhoogd, eindigde de onrust.

Flower power om een eliteplaats te veroveren
Ook de studentenprotesten overal ter wereld in 1968 waren terug te voeren op babyboomer-hoogopgeleiden, aspirant-elitairen dus, waarvoor geen uitzicht op werk was. Om deze machtige groep te appeasen werden de oudere generaties met dure vut-regelingen weggewerkt en explodeerde de sociale sector. Handig, zo’n gasbel. Anno 2013 zijn er minder middelen voor dergelijke genereuze oplossingen, ook omdat het geduld van de westerse belastingbetalers met de elite tot het dieptepunt is gedaald. Een belangrijk kenmerk van het einde van een seculiere cyclus is volgens Turchin een schuldencrisis. Inderdaad zien we de overheidsschuld nu snel oplopen, waardoor belangengroepen niet meer afgekocht kunnen worden. Er zijn inderdaad al enkele breuklijnen binnen de westerse elites zichtbaar, die als we niet kiezen voor verstandig beleid, de kiemen kunnen vormen voor enkele uiterst donkere decennia. Hier zal ik in een volgend artikel op ingaan.

Bronnen
1. Peter Turchin, Arise ‘cliodynamics’, Nature (2008), volledige versie  te lezen op sott.net
2. Peter Turchin, Social Tipping Points and Trend Reversals: A Historical Approach, cliodynamics.ne(2011)

 

Sociale mobiliteit groter dan ooit

Er is een gezegde ‘Als je voor een dubbeltje geboren bent, word je nooit een kwartje’. Wat je ook doet, als je in de onderklasse geboren bent, zul jij nooit lid van de bovenklasse worden. Het hoort een beetje bij de calvinistische instelling van Nederland, waar bv. in de VS juist het ideaal van de American Dream wordt nagestreefd. Sommigen noemen de dit rat race, anderen zien het als de maatschappelijke ladder beklimmen. Maken we ons niet onterecht druk over maatschappelijke ongelijkheid?

Samurai van het Japanse eiland Satsuma gedurende de Boshin oorlog. De sociale mobiliteit in Japan tijdens het Tokugawa regime was nul. Als jij als boer niet aan de kant ging voor een samurai, werd je hoofd er af geslagen. Bron: Wikimedia Commons

Middenklasse
Waar in niet zo lang verleden afkomst bijna allesbepalend was voor je ontwikkeling, is er in een moderne en ontwikkelde systemen een brede middenklasse, waarin talent meer mogelijkheden heeft om zich te ontwikkelen. Circa 10.000 jaar geleden werd de landbouw uitgevonden, 5000 jaar geleden het schrift. Daarvoor was er een jagers-verzamelaars maatschappij, waar kennis mondeling werd doorgegeven door de ouderen. Voor inventiviteit was er niet veel plaats (het voorzien in de basisbehoeften was al moeilijk genoeg)  en fysieke kwaliteiten als kracht en uithoudingsvermogen waren doorslaggevend (dit vinden we onderbewust nog terug in wat we in het algemeen  lichamelijk aantrekkelijk vinden aan andere mensen). Met de ontwikkeling van het schrift, ontstonden er nieuwe mogelijkheden om kennis door te geven en te verspreiden. Het schrift was daarmee ook een belangrijke stimulans in de ontwikkeling van beschaving, omdat het kon worden vastgelegd, en niet afhankelijk was van een persoon. Papier is letterlijk geduldig.

Democratisering van informatie
Nu had vroeger alleen een kleine groep toegang tot deze ‘technologie. Deze werd van nature gebruikt voor wat zij toen belangrijk achtte. Naast de ontwikkeling van bestuurlijke systemen, werd ook religie belangrijker als instituut. Dit is mede de oorzaak van het succes van de monotheïstische godsdiensten, omdat de kracht van een uniforme boodschap, uiteengezet in boekvorm, verspreid kon worden, wat weer tot sterkere sociale structuren leidde. Binnen deze structuren ontstonden de mogelijkheden voor mensen om zicht te ontwikkelen. Want van adel kon je niet worden, daarvoor moest men zo geboren worden. Binnen deze machtsstructuren was er wel iets van groei mogelijk, om meer van het leven te maken dan het basale overleven.

Van gildes tot boekdrukkunst
Tot 500 jaar geleden leerde je een kunde die doorgaans van meester tot leerling,  van generatie op generatie werd doorgegeven. De toegang tot kennis was nog steeds beperkt, maar door de ontwikkeling van het boekdrukken werd het makkelijker om kennis te verspreiden.  Dit zette de renaissance en de verlichting in gang, die de weg voorbereidde voor de verworvenheden die we nu hebben. In de oude wereld waar je met kracht van woord en/of daad een positie in de maatschappij kon veroveren, werd geleidelijk plaats gemaakt voor kennis.

De verandering die onze samenleving de laatste 50 jaar heeft doorgemaakt is ongekend. Burgerrechten, feminisme, rassengelijkheid, opkomst van de burgerluchtvaart,  massamedia, de wereld werd kleiner en de maatschappij mobieler. Het percentage van de mensen die hebben leren lezen en schrijven is enorm gegroeid. Steeds meer mensen hebben en krijgen toegang tot kennis. Zaken die nu vanzelfsprekend zijn, zijn  iets van de laatste decennia. Hiervoor was er veel minder mogelijk.

Tweedeling is mythe
Momenteel hebben we te kampen met maatschappelijke issues, zoals problemen in het onderwijs, de bekostiging van de zorg en het sociale stelsel, omdat de groei die we lang hadden, niet meer vanzelfsprekend is. Desondanks zijn er voor mensen van eenvoudige komaf nog genoeg mogelijkheden om zich te ontwikkelen. Met studie en hard werken, door creatieve expressie zoals zang, dans, film, en algemener met doorzettingsvermogen en door gewoon slimmer en beter te zijn dan anderen, zijn er mogelijkheden om aan de middelmaat te ontsnappen. Dankzij internet en informatietechnologie is er bijna geen excuus meer om het niet te snappen. Alle kennis die nodig is, is voorhanden, je moet het (be)grijpen.

Dutch