leven

Reisleider in een virtual reality wereld. Baantje voor de toekomst?

Wat moet je doen om in de toekomst te overleven?

Wat moet je weten en kunnen om een goede kans te hebben voor het leven in de toekomst?

Wordt het leven beter of slechter in de toekomst?
Het goede nieuws is dat de technieken in de toekomst veel beter zijn dan nu. Daardoor worden we als mensheid veel rijker en kansrijker dan nu. Het slechte nieuws is dat we nu nog niet kunnen voorspellen hoe de verdeling van die rijkdom er uit zal komen te zien. Als deze ongelijker wordt dan nu, en sommige futuristen denken dat, dan wordt de gemiddelde mens armer. Aan de andere kant kan de overheid ook inzien dat er steeds minder mensen nodig zijn voor het werk dat gedaan moet worden, en dat het dan beter is iets als een basisinkomen in te voeren. Dan heeft iedereen volop de gelegenheid, de baan (of onderneming) van de toekomst (uit) te vinden en blijft het gezellig.

Reisleider in een virtual reality wereld. Baantje voor de toekomst?
Reisleider in een virtual reality wereld. Baantje voor de toekomst?

Groot arbeidstekort rond 2025?
De babyboomergeneratie gaat nu massaal met pensioen. Generatie X, de generatie waar schrijver dezes toe behoort, zal rond 2025 steeds meer de jaren der sterken bereiken. Dit betekent langer doorwerken, wat me persoonlijk prettiger lijkt dan pensioen, maar ook dat er meer werkgelegenheid is voor jongeren: Generatie Y en de Millennials. Hun generatie is veel kleiner dan de voorgaande generaties. Tot nu toe zijn pessimistische voorspellingen over massawerkloosheid door techniek niet uitgekomen. Deze keer wordt het spannend. De techniek is namelijk steeds meer in staat baantjes van mensen over te nemen. Ook hooggekwalificeerde baantjes. Radiologen worden bijvoorbeeld steeds meer vervangen door supercomputers, die beter zijn in het herkennen van ziektebeelden in röntgenfoto’s dan mensen. Hier een link naar een website waarop je kan checken of jouw baantje in de toekomst nog zal bestaan. Ben je bijvoorbeeld kleuterjuf of commercieel duiker, dan kan je voorlopig opgelucht ademhalen. Voorlopig dan. Ben je bijvoorbeeld boekhouder of mannequin, dan is het erg verstandig, je voor te bereiden op een andere baan. De kans is dan bijna 1, dat je opvolger geen bloed, maar elektronen door de aderen heeft stromen.

Banen van de toekomst
Wat in dit overzicht uiteraard niet is opgenomen, zijn baantjes van de toekomst. Wie had bijvoorbeeld in de jaren vijftig kunnen dromen van werk als websiteontwerper of huisstijlmanager? De grootste bronnen van werkgelegenheid zijn de exponentiële technieken die we al vaak op Visionair besproken hebben: virtuele werelden en augmented reality, 3D printing, robotica, telepresence, bitcoin en andere blockchain-gebaseerde dingen, alternatieve energie etcetera. Denk ook na over de gevolgen die het introduceren van een stukje toekomst in het heden heeft. Een 3D voedselprinter bijvoorbeeld heeft recepten nodig, een voorraad tubes met 3D printbare pasta, onderhoud. Al deze problemen betekent weer een baan voor iemand. Elk probleem is om te turnen in een winstkans. Voor jou of voor iemand anders.

Dus ben je werkloos en weet je niet wat je aanmoet, zet dan vanaf nu je ogen wijd open. Kijk om je heen en verzin manieren om de wereld van nu te verbeteren met de techniek van de toekomst. Leg veel contacten met andere positieve mensen. Erger je je ergens aan? Geweldig. Je bent waarschijnlijk niet de enige. Start een project op Kickstarter of vergelijkbare website en maak je droom waar.

Hoe ontdek je je persoonlijk potentieel?

Waarom maken zo weinig mensen gebruik van hun persoonlijk potentieel?

Waarom maken zo weinig mensen gebruik van hun persoonlijk potentieel? Dit is een belangrijke vraag. Het antwoord ligt misschien een beetje voor de hand maar kan toch erg verhelderend zijn.

Het eerste antwoord is dat de meeste mensen doen wat anderen willen. Hoe komt dat?

Krachtige beïnvloeders
In de huidige samenleving dienen de burgers een mondiaal economisch-politiek systeem dat wordt geleid door sterke beïnvloeders. Wij kunnen hierbij beïnvloeders op de drie bekende niveaus Micro, Meso en Macro onderscheiden.

Hoe ontdek je je persoonlijk potentieel?
Hoe ontdek je je persoonlijk potentieel?
  1. Micro niveau: ouders en familie
    Ten eerste hebben wij onze ouders die ons beïnvloeden omdat zij graag trots zijn op hun kinderen. Als je zelf in de puberteit niet goed aangeeft wat je wilt, zullen je ouders graag een invulling geven aan je leven en het kan zijn dat die invulling niet erg goed bij je past. Ouders willen hun zoon of dochter liefst zo vroeg mogelijk op de plaats hebben voor hun eigen zekerheid en erkenning.
  2. Meso niveau: onderwijssysteem en werkgever
    Op Meso niveau werden we als kinderen of adolescenten beïnvloed door onze onderwijzers en docenten, en als volwassenen door onze werkgevers. Tot het meso niveau rekenen wij ook culturele en religieuze organisaties.
  3. Macro niveau: “Big Brother”
    Op Macro niveau worden we beïnvloed door “big brother”, de topbeïnvloeder. Big brother wordt gerepresenteerd door de grotendeels onzichtbare machthebbers die de multinationals aansturen en eigenlijk het hele wereldtoneel dirigeren. Via de televisie en radio worden wij verleid door reclamespotjes en geamuseerd met entertainment programma’s. Omdat dankzij de technologische ontwikkelingen alle geneugten binnen handbereik zijn en wij constant geëntertaind worden, bevinden de meeste burgers zich in een aangename en bijna onverwoestbare comfortzone. Deze comfortzone weerhoudt ons ervan om ons werkelijke potentieel te ontdekken en benutten.

Negatief = positief
Soms hebben we ook tegenslagen in het leven, zoals een ontslag, beëindiging van een relatie of vriendschap, een ziekte of handicap. In de eerste instantie zien wij deze gebeurtenissen als negatieve ervaringen. Dat is omdat ons ego deze ervaringen zo beoordeelt. Maar als je goed kijkt, worden wij door deze voor het ego negatieve ervaringen uit de comfortzone getrokken, waardoor wij eindelijk weer eens aandacht krijgen voor ons eigen groei -en bloeiproces. Vanaf dat moment worden we weer zelfbewust en kunnen we het heft in eigen handen nemen!

Je talenten ontdekken? Eerst uit de comfortzone!
Kan het zijn dat mensen die hun talenten benutten en daarmee zeer succesvol zijn in een eerder stadium in hun leven uit de comfortzone werden gegooid? Moet je eerst de bodem van de put hebben gezien om werkelijk gemotiveerd te worden? Of is er een manier waarop wij al deze tegenslagen die wij vanuit ons onderbewuste aantrekken te vermijden? Of is er een manier om eenmaal ontslagen uit de comfortzone sneller bij jezelf te komen?

Het antwoord hierop ligt in je persoonlijkheid. Als je je persoonlijkheid in kaart hebt gebracht, leer je je sterke punten en  verbeterpunten kennen.

Ir. Maarten van Mook Koelink is ontwikkelaar van de Personal Potential Analysis, een persoonlijkheidsvragenlijst die zich richt op het in kaart brengen van het persoonlijk potentieel van werkzoekenden en career switchers.

De oorspring van de eerste bouwstenen van het leven ligt vermoeleijk in de ruimte. Bron: ALMA telescope team

Video: hoe is het leven ontstaan?

Niemand keek toe, hoe het allereerste leven ontstond, miljarden jaren geleden. Toch – aangenomen dat het leven op aarde zelf ontstaan is en niet ergens anders – weten we het een en ander van hoe de omstandigheden op aarde zo lang geleden waren, en welke theorieën het kansrijkst zijn om het ontstaan van het leven op aarde te verklaren.


Er zijn meer aanwijzingen, bijvoorbeeld de manier waarop het leven is geëvolueerd. Celonderdelen zoals ribosomen dragen sporen met zich mee van een ver verleden, waarin het leven anders en eenvoudiger was dan nu. Hoe hetr leven precies is ontstaan zullen we vermoedelijk nooit weten, maar we zullen wel plausibele mechanismen vinden die afdoende verklaren hoe het leven uit dode materie kon zijn ontstaan.
De oorspring van de eerste bouwstenen van het leven ligt vermoeleijk in de ruimte.  Bron: ALMA telescope team
De oorspring van de eerste bouwstenen van het leven ligt vermoeleijk in de ruimte. Bron: ALMA telescope team

Een opname van de bacteriën. Bron: Berkeley Labs.

Kleinste bacteriën ooit ontdekt

Tot nu toe werd gedacht dat een microfilter met gaatjes van 200 nanometer (een vijfduizendste millimeter of rond de duizend middelgrote atomen breed) wel voldoende is om bacteriën tegen te houden. Microbiologen weten nu beter: de kleinste bacteriën ooit, nog niet benoemd, hebben door hun kleine afmetingen geen moeite met zelfs dit filter.

De ultramicrobacteriën doken op door een grondwatermonster te filtreren. Alleen de allerkleinste bacteriën passeerden het filter. Deze vrijlevende bacteriën zijn zo klein, dat er 150 van in een cel van de bekende en beruchte bacterie E. coli passen. Om te overleven, moeten de bacteriën woekeren met hun kleine celruimte. Ze bevatten maar enkele ribosomen, die m-RNA ‘afschriften’ van DNA in eiwitten vertalen, in plaats van de 1500 in een gemiddelde E. coli-cel. Ook het DNA is compact verpakt en kort, rond de 1 miljoen baseparen.

Een opname van de bacteriën. Bron: Berkeley Labs.
Een opname van de bacteriën. Bron: Berkeley Labs.

Onderzoekers vermoeden dat de bacteriën een deel van hun levensprocessen hebben “uitbesteed” aan grotere bacteriën in de buurt, zodat ze daarom hun cel hebben kunnen vereenvoudigen. De bacteriën beschikken over draadachtige structuren, die, vermoeden de onderzoekers, worden gebruikt om essentiële voedingsstoffen van elders te halen. Hoewel de ontdekking van de bacteriën nieuw is, blijken ze, nu er eenmaal gericht naar wordt gezocht, heel veel voor te komen. De bacteriën behoren tot zowel de grampositieve als de gramnegatieve groep en zijn, wijst metagenetische analyse uit, zeer divers in soortenrijkdom. Vermoedelijk zijn er daarom zeer veel soorten in deze allerkleinste grootteklasse bacteriën. De bacteriën zijn niet met standaardmethoden te kweken in een lab, vermoedelijk door de complexe symbiose met andere bacteriën.

Er waren al eerder zeer kleine bacteriën bekend, zoals de ziekteverwekker Mycoplasma genitalium. Deze kan alleen in leven blijven binnen levende cellen. Naar nu blijkt zijn deze dus geen uitzondering.

Bronnen
1. J. Banfield et al., Diverse uncultivated ultra-small bacterial cells in groundwater, Nature Communications (2015) (betaalmuur, helaas)
2. First Detailed Microscopy Evidence of Bacteria at the Lower Size Limit of Life, Berkeley Lab, 2015

Deze bizarre "plant" van bijna zeven meter hoog, in werkelijkheid de schimmelsoort Prototaxites, legde uiteindelijk het loodje, omdat het ecosysteem te veeleisend werd voor dit primitieve organisme.

Zijn we als enige ontsnapt aan het Grote Filter?

Als er buitenaardse wezens bestaan, waarom zien we ze dan niet? Dit vraagstuk wordt de Fermi Paradox genoemd. De meest logische verklaring is dat deze geavanceerde wezens niet bestaan, vanwege een bepaalde reden. Dat iets wordt het Grote Filter genoemd. Waarom het goed nieuws zou zijn, als we geen leven zouden ontdekken op Mars, of andere plaatsen buiten de aarde.

Het Grote Filter
In theorie zijn er in het waarneembare heelal ontelbare miljarden plaatsen, waar de omstandigheden op die van de vroege aarde leken en dus leven kan ontstaan. Het zou in het waarneembare heelal dus moeten wemelen van leven. Omdat er op aarde meerdere soorten voorkomen met een behoorlijk hoog ontwikkeld zenuwstelsel, variërend van octopussen tot papegaaien, lijkt het vrij waarschijnlijk dat één van deze soorten zich ooit tot intelligent leven zal ontwikkelen. Toch is het heelal in de wijde omtrek van onze aardbol saai en doods. Al zullen astronomiefanaten het hier oneens mee zijn: de verreweg interessantste plaats in het zonnestelsel, en ver daarbuiten, is onze aardbol. Waarom is de aarde, voor zover we weten, in het waarneembare heelal de enige plek waar we dit soort visionaire discussies kunnen hebben? Deze groep redenen heeft een naam: het Grote Filter.

Deze bizarre "plant" van bijna zeven meter hoog, in werkelijkheid de schimmelsoort Prototaxites, legde uiteindelijk het loodje, omdat het ecosysteem te veeleisend werd voor dit primitieve organisme.
Deze bizarre “plant” van bijna zeven meter hoog, in werkelijkheid de schimmelsoort Prototaxites, legde uiteindelijk het loodje, omdat het ecosysteem te veeleisend werd voor dit primitieve organisme.

Bottlenecks bij het ontstaan van een beschaving uit het niets
Er zijn twee mogelijkheden: het Grote Filter ligt in het verleden, wat ons geluksvogels zou maken waarvoor het gehele heelal openligt, of het Grote Filter ligt in de toekomst, wat de mogelijkheden tot overleving letterlijk astronomisch klein, nauwelijks groter dan nul, zou maken. In dit artikel bekijken we de eerste mogelijkheid: de mensheid als overlever van een astronomische loterij.
We kennen maar één ecosysteem, het aardse, en slechts één voorbeeld van een beschaving, de menselijke beschaving. In het ontwikkelingspad naar de mens is de evolutie door meerdere bottlenecks geglipt. Mogelijk kunnen we een plausibel Groot Filter vinden, door de geschiedenis van het leven op aarde te bestuderen.

Ontstaan van het leven
De eerste bottleneck is het ontstaan van het leven. Op dit moment is het in het laboratorium niet gelukt om verder te komen dan het produceren van aminozuren, primitieve celwanden van lipiden en korte zichzelf vermenigvuldigende RNA-ketens, die veel weghebben van aardse viroïden. Op aarde dateren de eerste ondubbelzinnige sporen van leven van ongeveer 3,49 miljard jaar geleden[1]. Dat is ongeveer een miljard jaar na het ontstaan van de aarde, 4,54 ± 0,05 miljard jaar geleden. De eerste honderd miljoen jaar na het ontstaan van de aarde was deze bedekt door lava en dus onbewoonbaar. Ook was er het zogeheten Late Heavy Bombardment, een serie asteroïdeninslagen die voortduurde tot ongeveer 3,8 miljard jaar geleden. Dit liet vermoedelijk weinig over van de aardoppervlakte. Het leven duikt hiermee vrij snel op na het bewoonbaar worden van de aarde. Het is goed mogelijk, dat dit een smalle flessenhals was. Aan de andere kant: het is goed mogelijk dat het leven nog ouder was. In grafietdeeltjes van 4,25 miljard jaar oud bleek de verhouding koolstof-12/koolstof-13 hoger dan in een levenloze omgeving, wat erop wijst dat er het leven van slechts enkele honderden miljoenen jaren na het ontstaan van de aarde dateert. Mogelijk dateert het leven zelfs van buiten de aarde (panspermie). Zouden we geen leven ontdekken op Mars, dan is het ontstaan van het leven een extreem zeldzame gebeurtenis. We kunnen dan opgelucht ademhalen, want dan hebben we domweg geluk gehad.

Ontstaan van ribosoom-leven
Uit recente ontdekkingen blijkt dat de voorouder van het eencellige leven waarschijnlijk een ribosoom was. Ribosomen zijn enorme RNA-moleculen waar kleine eiwitten aan hangen. Ribosomen vertalen RNA in eiwit en in een baanbrekende ontdekking bleken ribosomen zélf alle onderdelen van het RNA-kopieersysteem te bevatten. Ribosomen moeten zijn ontstaan, toen de RNA-viroïden leerden samen te werken met eiwitten. Dit is in principe ook een bottleneck. In het lab is het namelijk nog niet gelukt uit RNA en eiwitten spontaan een ribosoomachtige structuur te laten ontstaan.

Op de een of andere manier zijn deze ribosomen informatie in het stabiele DNA gaan opslaan, waardoor ze in staat waren in ongunstige omstandigheden te overleven: het ontstaan van bacteriën en archaea. Ook vormden ze toen een sterke celwand. Ribosomen zijn nog steeds zeer belangrijk. In bijvoorbeeld de bacterie E. coli bestaat een groot deel van de cel uit ribosomen. Omdat bacteriën en archaea sterk verschillende ribosomen hebben en behoorlijk van elkaar verschillen, zijn ze waarschijnlijk los van elkaar uit ribosomen ontstaan.

Ontstaan van cellen met een celkern
Gedurende meer dan twee miljard jaar veranderde er vrijwel niets.Tussen 1,8 en 1,0 miljard jaar[2] geleden gebeurde er iets bijzonders: twee eencelligen gingen samenwerken.Tot deze tijd konden eencelligen alleen vergisten, wat tien keer zo weinig energie oplevert als verbranding. Zuurstof is echter een giftig gas voor de meeste anaerobe organismen. Enkele bacteriën beheersten de kunst om organische stoffen te oxideren en de overvloedige energie die daarbij vrijkomt, af te tappen. Een van deze soorten, een Rickettsia-bacterie, ging samenwerken met een grotere archaea. Deze bacterie veranderde uiteindelijk in een celonderdeel: de mitochondrie. Hierdoor kregen organismen energie om er een celkern er op na te houden. Deze celkern kan veel complexere levensvormen ondersteunen dan het miezerige draadje DNA in een bacterie. Dit is, voor zover we weten, slechts één keer gebeurd in de geschiedenis van de aarde. Dit maakt de Grote Symbiose een sterke kandidaat voor een Groot Filter. Mogelijk zijn er heel veel planeten met leven, maar zijn bacteriën in de rest van het heelal de hoogste vorm van leven.

Ontstaan van meercellige organismen
Meercellige organismen zijn maar liefst 46 keer onafhankelijk van elkaar ontstaan, zelfs voordat er organismen met een celkern ontstonden. Klaarblijkelijk is het niet erg moeilijk voor eencelligen om te gaan samenwerken. Dit is hiermee niet een erg waarschijnlijke kandidaat voor een Groot Filter.

Ontstaan van een geavanceerd zenuwstelsel
Wij kunnen denken en techniek ontwikkelen, omdat we een hoogontwikkeld zenuwstelsel hebben. Alle organismen die intelligent gedrag vertonen, beschikken over een ontwikkeld zenuwstelsel. Een zenuwstelsel heeft zich in meerdere diergroepen onafhankelijk ontwikkeld. Bijna elk dier heeft een zenuwstelsel. Zowel gewervelde dieren als koppotigen beschikken over een geavanceerd zenuwstelsel. Hoe ingewikkelder de omgeving, en hoe slimmer prooidieren en rovers, hoe betere hersens een dier nodig heeft om in leven te blijven. Enkele koppotigen, zoals de Pacifische reuzenoctopus, herkennen zichzelf in de spiegel en beschikken hiermee, met enkele vogel- en zoogdiersoorten, over zelfbewustzijn. Ook dit is dus geen aannemelijke bottleneck. Als de mens zich niet tot intelligente soort had ontwikkeld, had een andere soort dat wel gedaan.

Ontstaan van een technische beschaving
De mens beschikte al 1,5 miljoen jaar geleden over een grote hoeveelheid hersenmassa. De ontwikkeling van techniek verliep echter in een gletsjerachtig langzaam tempo. Pas ongeveer tienduizend jaar geleden werden de verzamelaars samengeperst tot landbouwgemeenschappen en steden, toen de zeespiegel snel steeg en de vruchtbare kuststreken verzwolg. De mens is een landbewonende soort, waardoor een mens veel makkelijker constructies kan bouwen dan een octopus of walvisachtige. Ook beschikt de mens over twee handen met vingers en opponeerbare duim, waarmee we gereedschap kunnen vasthouden. Olifanten alleen een slurf, papegaaien een snavel. Alleen de mens is daarom lichamelijk in staat, goed gereedschap te maken. Dit is op zich een geloofwaardige bottleneck: een slimme octopus kan niet veel meer dan iets als dit raadselachtige fossiel nalaten.

Conclusie
Er zijn enkele serieuze bottlenecks,die het aardse leven heeft overleefd. Het is goed mogelijk, dat er nog een bottleneck is die in het bovenstaande overzicht ontbreekt. Echter, geen van deze bottlenecks is echt overtuigend. Wat zou betekenen dat het Grote Filter in de toekomst ligt….

Bronnen
[1] A MICROBIAL ECOSYSTEM IN AN ANCIENT SABKHA OF THE 3.49 GA PILBARA, WESTERN AUSTRALIA, AND COMPARISON WITH MESOARCHEAN, NEOPROTEROZOIC AND PHANEROZOIC EXAMPLES, Geologicl Society of North America, 2012
[2] Andrew J. Roger et al., On the Age of Eukaryotes: Evaluating Evidence from Fossils and Molecular Clocks,Cold Spring Harbor Laboratory Press,2014

TED-Video: De route tussen leven en niet-leven

De grenzen tussen leven en niet-leven waren tot ver in de twintigste eeuw duidelijk. Nu is dat anders. Projecten als OpenWorm en kunstmatige cellen vertonen gedrag als levende organismen. Ook hedendaagse techniek lijkt steeds meer weg te hebben van levende organismen door de snel toenemende mogelijkheden en complexiteit. Waar ligt de grens tussen levend en dood?

Volgens denkers in het veld, zoals Martin Hanczyk die deze TED-lezing verzorgt, moet er iets als auto-assemblage plaats hebben gevonden. Hij slaagde er inderdaad al in cel-achtige structuren te produceren, uitgaande van ‘dode’  chemicaliën. Deze vertonen enkele gedragingen die griezelig veel overeenkomen met die van levende organismen zoals bacteriën. Kunnen we met deze inzichten kunstmatig leven scheppen en leven-achtige eigenschappen aan onze techniek geven?

Is kunstmatig leven werkelijk leven? En hoe zit het met virtuele levensvormen?

Kunnen computers leven?

De vraag die in dit essay ter discussie staat is of computers kunnen leven. Vragen met deze strekking worden al jaren opgegooid, door sommigen uit enthousiasme maar zeker ook door anderen uit angst. De meningen zijn verdeeld en de antwoorden schieten altijd wel tekort. Waarom wil ik de vraag dan toch behandelen?

Ik ben misschien niet de persoon om het vraagstuk definitief op te lossen, maar juist omdat de vraag zoveel teweeg brengt vind ik het een leuke uitdaging. Ik wil de vraag echter niet met angst of enthousiasme benaderen, daar bedrieg ik mezelf alleen maar mee, mijn bedoeling is om de vraag zelf te analyseren, om zo erachter te komen wat de aard van de vraag is en dus naar wat voor antwoord we zoeken.

Is kunstmatig leven werkelijk leven? En hoe zit het met virtuele levensvormen?
Is kunstmatig leven werkelijk leven? En hoe zit het met virtuele levensvormen?

Wat is leven?
“Wat is leven?” klinkt als een scherpzinnige eerste vraag om te stellen. En alhoewel het zeer wijs lijkt om zoiets te vragen, is het niet zo dat de vraag lastig te bedenken is. Sterker nog, het is nogal moeilijk over kunstmatig leven te spreken zonder te weten wat je bedoelt met ‘leven’. Toch hoop ik er wat dieper op in te gaan dan velen voor mij, met de bedoeling een stevig fundament te vinden om de vraag op te beoordelen. Het moet opgemerkt worden dat we voorzichtig moeten zijn wanneer we spreken over ‘leven’; het is goed mogelijk dat onze grammatica de draad met ons steekt door ons te laten denken dat ‘leven’ een actieve handeling aanduidt. Zo zou ik kunnen vragen “kan een computer tennissen?”, waarmee ik me afvraag of de computer zichzelf er toe kan zetten tennis te spelen. Toch is dit zeker niet te vergelijken met de vraag “kan een computer bestaan?”, bestaan is namelijk niet iets wat je zelf actief doet. Taalkundig gezien zou je een onderscheid kunnen maken tussen doen-handelingen (actief) en zijn-handelingen (passief); “zij doen tennissen”, maar “zij zijn thuis”. Bij ‘leven’ zien we hier een knelpunt, waar wellicht een gedeelte van de discussie door belemmerd raakt: doen we leven, of zijn we levend?

Bewustzijn
Gaan we uit van het eerste, dan moeten we ons sterk afvragen hoe je dan zoiets doet. Immers als je het doet, dan impliceer je daarmee dat je er bewust mee bezig bent. Maar hoe kan je bewust bezig zijn met leven, als bewustzijn een gevolg is van leven? Zo zullen we niet van een steen zeggen dat hij “doet bewegen”, maar eerder dat hij “in beweging is”, en ook al klinken deze voorbeelden wellicht als gebrekkig Nederlands, het helpt ons wel om passief van actief te onderscheiden. Als tweede mogelijkheid kunnen we onderzoeken of we kunnen spreken over “levend zijn”. Levend zijn is wellicht simpeler dan doen leven, gezien het nu iets is wat opgelegd wordt aan een ding. D.w.z.: Iets kan levenloos zijn, waarna het in leven wordt gebracht. We kunnen de handeling ‘leven’ dan voorstellen als in een doosje liggen met het labeltje “levende dingen” erop: we hoeven zelf niets te doen om te leven, we leven nu eenmaal en dat was niet onze eigen keuze.

Wat houdt leven in?
Alhoewel dit wellicht niet erg romantisch is, heb ik wel het idee dat we hiermee verder komen in een antwoord op wat leven is. De volgende vraag is dan ook niet erg verrassend: Waarom bevindt iets zich in dat “leven”-doosje? Deze vraag lijkt dan wel erg op de vraag “wat is leven?”, maar de truc hier is dat we nu aannemen dat leven passief aan iets toekomt. Vandaar dat we nu de vraag kunnen stellen wanneer iets kwalificeert als “levend”.

Het is verleidelijk hier terug te grijpen op de waterdichte definitie die de biologie hanteert:

“Living organisms are autopoietic systems: self-constructing, self-maintaining, energy-transducing autocatalytic entities” in which information needed to construct the next generation of organisms is stabilized in nucleic acids that replicate within the context of whole cells and work with other developmental resources during the life-cycles of organisms, […] “systems capable of evolving by variation and natural selection: self-reproducing entities, whose forms and functions are adapted to their environment and reflect the composition and history of an ecosystem”

(http://plato.stanford.edu/entries/life/#7)

Denk niet dat ik geen lof heb voor de biologie, maar in het licht van het onderwerp is deze definitie te sterk toegespitst op één vorm van leven, namelijk het biologische leven (en dat kan je de biologie natuurlijk niet kwalijk nemen). Vandaar dat ik de biologische invalshoek laat voor wat het is, en een andere richting in ga.

Niet-biologisch leven
Eerst lijkt het me handig om te kijken waar ik eigenlijk naar op zoek ben. In de discussie of computers levend zijn, gaat het niet om expressieve kenmerken van leven. Mensen die vinden dat computers niet kunnen leven, zullen namelijk niet van mening veranderen wanneer computerprogramma’s de biologisch-expressieve karakteristieken van leven vertonen (welke uiteraard prima te simuleren zijn). Voor hen zal dit gelden als â€œdoen alsof iets leeft”, iets waar ik me persoonlijk goed in kan vinden. Uit dit standpunt kan veel informatie gehaald worden: Blijkbaar gaat het om iets interns, iets emotioneels. Mocht dit zo zijn, en daar lijkt het wel op, dan is het evident dat voor sommigen ‘leven’ natuurlijk moet zijn. Je kunt dit vergelijken met steden: zuiver theoretisch gezien zijn steden even natuurlijk als termietenheuvels en bijenkorven, maar omdat we niet van mening zijn dat ze evengoed tot de natuur behoren, vinden mensen ze een bedreiging voor de natuur. Waar dit op neer komt, is dat iets natuurlijk is als het voor ons natuurlijk lijkt. Dit inzicht lijkt mij uiterst waardevol, waardevol genoeg om te gebruiken als â€˜placeholder’ voor een daadwerkelijke definitie: iets is levend omdat het voor mij als levend over komt.

Virtuele entiteiten
Maar als iets levend is simpelweg omdat het levend aanvoelt, hoe kunnen we dan nog verder discussiëren? Is de discussie dan niet gebaseerd op een fundamentele spraakverwarring? Naar mijn mening niet. We kunnen ons namelijk nog afvragen wanneer iets nu levend aanvoelt. Er bestaan computerspellen waarin je virtuele dieren moet verzorgen. Zolang je jezelf in de waan houdt dat die diertjes waardevol zijn, en niet slechts reeksen machinecode, kunnen het voor je gevoel levende dieren zijn. Ze bestaan echter alleen niet buiten de virtuele realiteit van het computerspel. Ook dit is dus van belang; je moet openstaan voor de waarde van virtuele entiteiten voordat ze levend over kunnen komen. Wat veel mensen menen is dat wanneer iets enkel virtueel bestaat, het daardoor ook onmogelijk waarde kan hebben. En zonder dat iets waarde heeft, kan het natuurlijk ook niet als levend worden bestempeld. Ook hier valt te zien waar de discussie nu eigenlijk op neerkomt: Hebben virtuele entiteiten waarde of zijn ze per definitie waardeloos? Indien ze waarde hebben, lijkt de weg vrij te zijn om bepaalde entiteiten als levend te kunnen beschouwen. Maar wat als virtuele entiteiten waardeloos zijn?

Om daar zinnig over na te denken, is het eerst van belang door te hebben wat de strekking van de vraag nu is. Hebben we het over intrinsieke waarde of bepalen wij zelf of iets waarde heeft? Tevens is het niet zonder haken en ogen om vragen te stellen over waarde, dit zal immers al snel leiden tot de vraag of het zin kan hebben of niet, of zelfs betekenis. Doen we dat, dan komen we dus snel uit op de vraag naar de zin van het leven. Ook voor deze vraag valt er iets voor te zeggen dat het intrinsiek waardeloos is:

Het heeft in dit existentialistische opzicht slechts waarde voor zover wij het waarde geven. Wat daaruit op te merken valt is dat de intrinsieke waardeloosheid van virtuele entiteiten niet iets kan zijn waardoor het niet levend kan zijn; het kan enkel zo zijn dat jíj vindt dat iets niet leeft omdat jij er geen waarde aan hecht. Maar zo zou ik evengoed kunnen zeggen dat ik vind dat wolken levend zijn en bomen levenloos. Misschien dat deze manier van redeneren kinderachtig overkomt, maar het schijnt toch te zijn waar we logischerwijs op uitkomen: “Iets leeft, omdat ik vind dat het leeft”.

Een kwestie van smaak?
Wat dat betreft concludeer ik dat de oorspronkelijke vraag, “kunnen computers leven?”, anders moet worden opgevat dan veelal gedaan wordt. Het blijkt geen objectief te beantwoorden vraag te zijn, maar een vraag naar een mening. Wat dat betreft is de vraag eerder gerelateerd aan “is koffie lekker?” dan aan “bevat koffie cafeïne?”. Dat het meer dan twee pagina’s heeft gekost om te ontdekken dat de vraag “is koffie lekker?” niet objectief beantwoord kan worden zullen sommigen beschamend vinden, maar zoals ik in het begin al vermeld heb is het van belang zorgvuldig afwegingen te maken om een mening te vormen, en voor mijn gevoel heb ik hier goed aan gedaan want anders was ik wellicht nooit op deze bevinding uitgekomen.

Dit is niet erg slim volgens stervenden, tenzij je je droom najaagt.

De vijf dingen waar stervenden het meeste spijt van hebben

De Australische zuster Bronnie Ware begeleidde honderden mensen in de laatste twaalf weken voor hun dood. Hierbij had ze vaak indringende gesprekken met ze. Ze verzamelde haar waarnemingen in een boek, The Top Five Regrets of the Dying. Hieronder deze vijf meest geuite spijtbetuigingen van stervende mensen. Tip: te weinig werken of seks staat er niet onder.

1. Had ik maar in mijn leven gedaan wat ik wilde, niet wat anderen van mij wilden.
dit was de meest voorkomende spijtbetuiging. Wanneer men zich realiseren dat ze leven bijna over is en terugkijken, is het makkelijk om te zien hoeveel wensdromen onvervuld zijn geweest. De meeste mensen hebben zelfs niet de helft van hun dromen gerealiseerd en moesten sterven, wetende dat dit kwam door keuzes die ze hebben gemaakt.of juist niet hebben gemaakt. Gezondheid brengt veel vrijheid, die veel mensen zich niet realiseren. Tot het te laat is.

Dit is niet erg slim volgens stervenden, tenzij je je droom najaagt.
Dit is niet erg slim volgens stervenden, tenzij je je droom najaagt.

2. Had ik maar niet zo hard had gewerkt.
Elke mannelijke patiënt van de zuster uitte deze klacht. Ze misten deel van de kinderen en het gezelschap van hun partner. Ook werkende vrouwen uitten dit bezwaar, al kwamen in de generatie die op het sterfbed lag niet zoveel werkende vrouwen voor. Alle mannen die ze verpleegde, betreurden het diep dat ze zoveel van hun leven hadden besteed aan werken in een vaak zinloze baan.

3. Had ik maar de moed gehad om mijn gevoelens uit te spreken.
veel mensen ongelukkig voorbeeld om de vrede te bewaren met anderen als gevolg, namen ze genoegen met een middelmatig bestaan en werden nooit wie ze in staat waren om te worden. Ze ontwikkelden ziektes die te maken hadden met bitterheid en wrok die ze met zich mee droegen. Hier zullen de babyboomers minder last van hebben.

4. Was ik maar in contact gebleven met mijn vrienden.
Vaak realiseren stervenden zich niet het belang van oude vrienden totdat ze sterven. Het is dan niet altijd mogelijk om hen op tijd terug te vinden. Veel waren zo in beslag genomen door de beslommeringen van het leven, dat ze mooie vriendschappen in de loop der jaren hadden laten verwateren. Niet iedereen weet zijn vrienden weer te vinden, voordat ze sterven.

5. Was ik maar gelukkiger geweest.
Veel van de stervenden realiseerden zich niet tot te laat was, dat geluk een keuze is. Ze waren vast blijven zitten in oude gewoontes en patronen. hun angst voor verandering deed ze geloven dat ze tevreden waren, terwijl ze diep van binnen weer wilden kunnen lachen en absurditeit en vrolijkheid in hun leven wilden hebben.

Wat zegt dit over onze maatschappij zoals hij nu is?
Als we naar deze ervaringsdeskundigen luisteren, en streven naar zoveel mogelijk menselijk geluk, doen we een aantal dingen helemaal fout. Om te beginnen is het een onzalig plan om werk voor alles te zetten. Er moet voldoende werk zijn om iedereen een zinvol bestaan te geven, maar het privéleven en relaties die mensen hebben moeten voorop staan. Verder moet er meer ruimte zou dan nu om dromen te verwezenlijken. Mensen moeten minder workaholic worden en meer tijd krijgen voor de werkelijk belangrijke dingen in het leven. Het BNP zou minder heilig verklaard moet worden dan het menselijk geluk. In plaats daarvan moet iedereen in staat zijn op een waardige manier zijn of haar brood te verdienen en te leven. Als we daardoor wat armer worden, wat ik me overigens afvraag, het zij zo.

Volg je hoogste passie, met integriteit en zonder verwachtingen

Na een kleine 100 uren filosofie van Bashar te hebben beluistert hier een stukje samenvatting over de kern van die filosofie die vrij simpel, en na het zelf getest te hebben voor mij persoonlijk ook zeer effectief is. De basisfilosofie kan als volgt worden samengevat.

Volg je hoogste passie, met integriteit en zonder verwachtingen. 
Follow your highest excitement, with integrity and without expectations. 

De uitleg waarom is volgens Bashar simpele natuurkunde. Volgens Bashar bestaat alle materie in ons fysieke universum inclusief ons menselijk lichaam en verstand uit energie en dus bepaalde frequenties (elektromagnetische golven). Onze fysieke realiteit lijkt vast te zijn omdat dit zo door onze zintuigen wordt geïnterpreteerd maar daarachter zitten nog steeds de frequenties van alle zaken die wij in de fysieke realiteit waarnemen. Zo nemen wij bepaalde frequenties waar met onze ogen als licht, anderen met onze oren als geluid etc.

follow-your-heart-3Volg je hoogste passie
Waarom wij gepassioneerd raken als persoon door bepaalde zaken, personen etc, komt voort uit het feit dat die zaken op frequentie niveau gedeeltelijk met onszelf resoneren. Waar mensen gepassioneerd door raken is dan ook zeer divers en afgesteld op ieder individu persoonlijk.

Door je hoogste passies te leren herkennen en te volgen en dus je resonerende frequenties op te zoeken en te verkennen en daarin op te gaan wordt je meer van jezelf aldus Bashar. Je hoogste passie volgen is dus het beste wat je kunt doen omdat je dan meer van jezelf wordt aldus Bashar al staat het je uiteraard vrij dit volledig te negeren. Het herkennen van resonerende frequenties en dus je passies doe je voornamelijk met je hart omdat je hart daar het instrument voor is volgens deze filosofie.

met integriteit
act-with-integrityDat je het met integriteit moet doen is letterlijk logisch. Veel mensen hebben een geloof systeem voor zichzelf ontwikkeld vol met definities over wat wel en niet kan en wat wel en niet hoort in de fysieke realiteit die ze beleven. Dit geloof- en definitiesysteem is opgebouwd in mensen hun hoofd. Alhoewel je op frequentieniveau je passies kunt herkennen met je hart is het belangrijk je geloof en definitiesysteem van de fysieke realiteit in je hoofd er wel in samenspraak mee te laten zijn.

Als je zaken doet die niet overeenkomen met je geloof- en definitiesysteem dan breek je met je eigen integriteit omdat je dan je hart volgt maar het in tegenspraak is met je hoofd en die disharmonie binnen jezelf tussen hoofd en hart is schadelijk.

Wat belangrijk is, is om op zoek te gaan naar zaken waar het schuurt tussen je geloof en definitiesysteem en eventuele passies die je hebt ontdekt zodat je je geloven en definities aan kunt passen zodat je vervolgens binnen je eigen integriteit kunt gaan handelen in het volgen van je passies. Je hart en je hoofd dienen dus samen te werken. Een goede methode om geloven en definities te onderzoeken en aan te passen is o.a. Byron Katie met The Work.

Het is belangrijk om je hoofd en hart samen te laten werken omdat je hersenen en je ratio je namelijk enorm kunnen helpen bij het volgen van je passies vanuit je hart.

en zonder verwachtingen
no-ideaDan het laatste deel, het niet hebben van verwachtingen. Volgens Bashar is ons hoofd heel goed in het observeren en registreren van het nu etc. Het is echter niet zo goed in het voorspellen van de toekomst en het geven van richting aan je leven omdat het niet in staat is resonanties en dus je passies in het leven te herkennen. Dat is immers waar je hart al voor is.

Wat belangrijk is bij het volgen van je hoogste passie is dat je je niet allemaal dingen in je hoofd gaat halen waar en hoe het zou moeten eindigen. Oftewel je moet geen verwachtingen scheppen met je hoofd. Het kan namelijk heel goed zijn dat je een bepaalde passie hebt wat slechts een tussenstap is en je dus via je hart in een richting wordt geleid om daar wat tegen te komen wat je op een heel andere weg zet wat je verder helpt op het gebied waar je passie ligt op de lange termijn. Door met je hoofd allemaal eisen aan een uitkomst te stellen blokkeer je die flexibiliteit van het volgen van je passies vanuit je hart.

Daarom is het dus heel belangrijk om als je je passies volgt dit te doen zonder verwachtingen zodat dat proces optimaal kan blijven functioneren en je hoofd niet in de weg gaat zitten. Je moet als het ware continue open en flexibel blijven in dit proces en dat kan alleen door geen verwachtingen te hebben.

Dit is even versimpeld en vanuit mijn gezichtspunt de uitleg van de basisfilosofie van Bashar. Eventuele fouten in de uitleg in dit verhaal zijn vooral door mijn toedoen en ik adviseer mensen die zelf meer willen weten zelf naar Bashar te gaan luisteren zodat je het direct van de bron hebt, en niet mijn interpretatie ervan.

Volg je hoogste passie, met integriteit en zonder verwachtingen.
Follow your highest excitement, with integrity and without expectations. 

En als mensen deze filosofie volgen is het belangrijk om te weten dat ze op deze manier volledig vreedzaam hun eigen wenselijke realiteit kunnen scheppen.

There is only the understanding of the thing that needs to be taught to every child on the planet, and that is the knowledge that every single individual on this planet is already powerful as he or she needs to be to create any reality desired, without having to hurt yourself, or anyone else, to get it. That’s how powerful you are.

61574_10152169799044706_625802120_n (1)Na deze filosofie zelf een tijd in de praktijk te hebben toegepast ben ik zelf zeer enthousiast vandaar dat ik het hier ook even deel maar ik ben ook zeer benieuwd wat anderen hiervan vinden en of die hier ideeën en ervaringen bij hebben. Reacties zijn dan ook zeer welkom.

Aanverwante artikelen en informatie:
-) Bashar – Transformation Matters
-) Boek I – Bashar – Quest for Truth
-) Boek II – Bashar – Blueprint for Change

Aanverwante filosofische artikelen:
-) In het licht van voortbestaan
-) Diversiteit, de bouwsteen van het leven
-) Het begin en einde van goed en kwaad
-) Eigen en sociale identiteit
-) Ego: het strategische zelf
-) Een revolutie in het eigen denken
-) Alan Watts over de aard van bewustzijn
-) De dood, een verkenning
-) Eindeloos Bewustzijn
-) DMT – The Spirit Molecule
-) Geloof is de oorzaak van zowel identiteit als lijden
-) Volg je hoogste passie, met integriteit en zonder verwachtingen

follow-your-heart

Een Pandora-virusdeeltje. Let op de karakteristieke kruikvorm. Bron: auteurs publicatie

Nieuw type virus wijst op volkomen nieuw levensdomein

De grootste virussen ooit ontdekt, door de ontdekkers Pandoravirus gedoopt, blijken slechts enkele procenten met het genetische materiaal van alle andere levende organismen op aarde te delen. Waren virussen de voorgangers van het leven?

Mimivirus
Virussen zijn niet in staat zichzelf te delen, maar hebben hierbij de hulp van een gastheer nodig, waarvan ze de cel kapen. Virussen zijn hiermee in feite slechts halflevend. Omdat virussen alleen over een beschermende mantel en DNA (of RNA) hoeven te beschikken, zijn virussen veel kleiner dan bacteriën of grotere organismen. De enige bekende, opvallende, uitzondering tot nu toe bekend is het mimivirus (en het verwante megavirus chilensis). Het mimivirus, dat in zijn eentje een complete groep vormt,  heeft meer weg van een zwervende celkern dan van een virus en besmet de amoebe Acanthamoeba polyphaga. Anders dan alle andere bekende virussen tot nu toe, hebben deze twee virussen geen celkern nodig, waardoor onderzoekers in het veld veronderstellen dat het hier in feite om parasitaire celkernen gaat, m.a.w. een gedegenereerd parasitair organisme. De in Mimivirus gevonden genen komen namelijk qua functie in grote lijnen overeen met genen die ook in andere bekende organismen en virussen zijn gevonden. Ook is de hoeveelheid DNA in Mimivirus en Megavirus vergelijkbaar met die in een bacterie, rond het miljoen baseparen. Het  ontstaan van Mimivirus lijkt hiermee goed te verklaren.

Een Pandora-virusdeeltje. Let op de karakteristieke kruikvorm. Bron: auteurs publicatie
Een Pandora-virusdeeltje. Let op de karakteristieke kruikvorm. Bron: auteurs publicatie

Pandoravirus: onbekend DNA

Een nieuwe ontdekking, door het Franse echtpaar Jean-Michel Claverie / Chantal Abergel en hun medewerkers, bezorgt evolutionair microbiologen nu pas echt hoofdpijn. Het probleem met de twee ontdekte pandoravirussen, Pandoravirus salinensis (ontdekt in Chili) en Pandoravirus dulce (ontdekt in Australië, in, de naam zegt het al, amoeben in zoetwater)  is niet dat ze twee keer zo groot zijn als zelfs het mimi- en megavirus, of dat ze over de dubbele hoeveelheid DNA, 1,9 tot 2,5 miljoen baseparen en rond de 2500 genen, beschikken. Het probleem is dat slechts zes procent van het in Pandoravirus voorkomende DNA overeenkomt met dat van andere organismen. Met andere woorden: Pandoravirus staat geheel buiten de drie bekende levensdomeinen van bacteriën, de bacterieachtige archeae en cellen met een celkern (eukaryoten).

Vierde levensdomein?
Er is slechts een opvallende overeenkomst. De enzymen die Pandoravirus produceert om DNA-strengen te bouwen, DNA polymerase, lijken vrij sterk op dit van mimi- en megavirus. Vandaar dat de ontdekkers van deze virussen voorstellen, net als Caetano-Anollés voor hen[2], om mimi-, mega- en pandoravirus in een nieuw, vierde, levensdomein onder te brengen. Omdat hun DNA structureel afwijkt van dat van bacteriën, archaeae en meercelligen, zou de gemeenschappelijke voorouder van ons met deze virusdeeltjes miljarden jaren in het verleden liggen. Wie weet bieden deze bizarre organismen ons eindelijk een kijk op hoe de eerste cel er uitgezien zou moeten hebben – of misschien waren er wel celkernen voordat er cellen waren en vormde de aarde één superorganisme.

Lees ook

Dankzij virussen een celkern?
‘Leven begon als organisme zo groot als de aarde’

Bron

Nadège Philippe, Matthieu Legendre, Gabriel Doutre, et al, Pandoraviruses: Amoeba Viruses with Genomes Up to 2.5 Mb Reaching That of Parasitic Eukaryotes”, Science 341 (6143): 281–286 (2013). doi:10.1126/science.1239181
Gustavo Caetano-Anollés et al, Giant Viruses Coexisted With the Cellular Ancestors and Represent a Distinct Supergroup Along With Superkingdoms Archaea, Bacteria and Eukarya, BMC Evolutionary Biology (2011)